>>>SVAPZ versus VAPZ: waarvoor kiezen? (Lemon Consult)

SVAPZ versus VAPZ: waarvoor kiezen? (Lemon Consult)

Auteur: Lynn Boterberg (Lemon Consult)

Publicatiedatum: 24/08/2020

Met het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) bouwt u op een fiscaalvriendelijke manier een extraatje voor uw pensioen op. Deze pensioenspaarformule heeft veel voordelen: u krijgt immers meer rendement dan op uw spaarboekje, u betaalt minder belastingen en bespaart op uw sociale bijdragen. Een (S)VAPZ kan ook ingezet worden voor het verwerven van vastgoed.

Het VAPZ komt echter voor in 2 variaties: het gewoon VAPZ en het Sociaal VAPZ. Voor welke formule kiest u het best?

Verschil SVAPZ en VAPZ

In een SVAPZ kan u een hogere premie storten dan in een gewone VAPZ (9,40% i.p.v. 8,17% van uw netto jaarinkomen van drie jaar geleden) met een maximum van € 3.291,30 (VAPZ) en € 3.786,81 (SVAPZ) voor 2020. Slechts een klein gedeelte van deze hogere premie is bestemd voor uw pensioenopbouw. Het overige gedeelte van deze hogere premie (vaak 10%) wordt besteed aan solidariteitswaarborgen (dit zijn aanvullende dekkingen zoals bijvoorbeeld een dekking bij arbeidsongeschiktheid en/of overlijden).

De premiestortingen kunnen voor beide varianten integraal in mindering gebracht worden van het brutoloon als sociale zekerheidsbijdrage. Hierdoor verlaagt uw netto belastbaar inkomen met de premiestorting van uw VAPZ/SVAPZ. Aangezien de sociale bijdragen worden berekend op uw netto belastbaar inkomen zal dit eveneens resulteren in een verlaging van uw sociale bijdragen van ± 22% (op het moment van regularisatie van uw sociale bijdragen).

Hieronder kan u een voorbeeld terugvinden van een 27-jarige architect die dit jaar (2020) maximaal kan storten in een VAPZ en SVAPZ.

(*) Een éénmalige storting laten oprenten in uw VAPZ
(**) Jaarlijks een vaste storting laten oprenten in uw VAPZ

Als u een vergelijking maakt tussen de netto reële kost over een periode van 40 jaar (nettobedrag van de storting, met inbegrip van fiscale (53,5%) en sociale voordelen (21,13%)), dan stort de architect bij een gewoon VAPZ een netto bedrag van € 48.276,8 (€1.206,92*40). Het pensioenkapitaal op einddatum bedraagt hierbij € 150.935. Over 40 jaar bedraagt de netto-winst € 102.658,2.

Voor het sociaal VAPZ bedraagt de netto-winst € 100.394,2 (€ 155.939 – € 55.544,8 (€1.388,62*40)). Op basis van het fiscaal, sociaal en financieel rendement scoort het gewoon VAPZ beter dan het SVAPZ. Dit komt omdat u 10% van uw spaargeld spendeert voor de aanvullende dekkingen bij het sociaal VAPZ.

Aanvullende dekkingen

Tot slot kan u zich afvragen wat de solidariteitswaarborgen bij een SVAPZ inhouden en of deze ruim genoeg gedefinieerd zijn voor u. Ervaring leert ons dat in vergelijking met de volwaardige aanvullende waarborgen die u kan koppelen aan een gewone VAPZ er in veel gevallen nog behoefte aan een bijkomende dekking is.

  • Voor een zelfstandige zonder vennootschap (lees: eenmanszaak) is het vaak voordeliger om een gewone VAPZ aan te gaan en daaraan volwaardige aanvullende waarborgen te koppelen waarvan de premies kunnen afgetrokken worden als werkelijke beroepskost. U betaalt wel een premietaks van 9,25% op deze aanvullende waarborgen in tegenstelling tot het gedeelte van de premie die u via een SVAPZ besteed aan de solidariteitswaarborgen (0% premietaks). In vergelijking met een klassiek gewaarborgd inkomen zal de premie vaak goedkoper zijn.
  • Voor een zelfstandige met een vennootschap (een bedrijfsleider) liggen de kaarten ietwat anders. Bedrijfsleiders maken meestal gebruik van het stelsel van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting. De premieaftrek van een aanvullende dekking arbeidsongeschiktheid gekoppeld aan een VAPZ is niet cumuleerbaar met het stelsel van forfaitaire beroepskosten, zodat deze premies in de praktijk zelden fiscaal aftrekbaar Solidariteitsbijdragen (m.b.t. aanvullende dekkingen) in een SVAPZ zijn daarentegen wel cumuleerbaar met de forfaitaire beroepskosten en zijn dus wel fiscaal aftrekbaar bovenop de forfaitaire beroepskosten.

Een zelfstandige met een vennootschap heeft ook de mogelijkheid om een collectieve (groepsverzekering) of een individuele polis (IPT) door ‘zijn’ vennootschap in zijn rechtstreeks voordeel te laten sluiten, met daaraan een aanvullende waarborg arbeidsongeschiktheid gekoppeld. In dat geval is de premie m.b.t. aanvullende waarborg arbeidsongeschiktheid volledig aftrekbaar via de vennootschap. Hier is ook steeds een premietaks van 4,4% verschuldigd voor een collectieve polis en 9,25% voor een individuele polis.

Indien u als bedrijfsleider een aanvullende waarborg ‘arbeidsongeschiktheid’ koppelt aan uw individuele polis (IPT) dan is de uitkeerbare jaarrente bij arbeidsongeschiktheid wel beperkt tot 100% van uw beroepsinkomen min uw wettelijke ziekte-uitkering. U zou er dus kunnen voor opteren om bijkomend een SVAPZ af te sluiten om uzelf nog beter te beschermen. De waarborgen binnen het solidariteitsluik van de SVAPZ tellen immers niet mee voor de voornoemde 100%-aftrekgrens.

Conclusie:

Als zelfstandige zonder vennootschap is het raadzaam om in eerste instantie een gewone VAPZ af te sluiten met volwaardige aanvullende waarborgen. Deze waarborgen kan u volledig afstemmen op uw persoonlijke situatie. Een zelfstandige met een vennootschap geeft best de voorkeur aan een collectieve of individuele polis door zijn vennootschap afgesloten met daaraan aanvullende waarborgen gekoppeld.

De SVAPZ is eerder een aanrader voor degenen die geen medische acceptatie wensen te ondergaan of onvoldoende eigen middelen hebben om aanvullende dekkingen af te sluiten en eerder opzoek zijn naar een extra ‘vangnet’ voor ernstige schadegevallen.

Lees hier het originele artikel

2020-09-01T12:07:44+00:00 5 september 2020|Categories: Verzekeringsrecht|Tags: , , |