>>>De verzekeraar moet ook tijdig alle gronden van zijn verhaal meedelen (Schuermans Advocaten)

De verzekeraar moet ook tijdig alle gronden van zijn verhaal meedelen (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

Publicatiedatum: 30/04/2021

De aansprakelijkheidsverzekeraar kan een recht van verhaal uitoefenen tegen de verzekeringnemer en de verzekerde ten belope van het persoonlijk aandeel in de aansprakelijkheid van de verzekerde (art. 152 lid 1 W.Verz.). Op straffe van verval van zijn recht van verhaal moet de verzekeraar de verzekeringnemer en verzekerde informeren van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat voornemen gesteund is (art. 152 lid 2 W.Verz.). Het tijdstip van kennisgeving is derhalve eveneens van belang.

De feiten waarover het Hof van Cassatie zich moest buigen, kunnen samengevat worden als volgt. De verzekerde veroorzaakte een dodelijk verkeersongeval en testte positief op cocaïne en alcohol. Kort na de feiten liet de verzekeraar weten aan de verzekerde dat hij verhaal zal uitoefenen gelet op die alcoholintoxicatie en invloed van cocaïne. Drie jaar later vond de verzekeraar echter nog een andere rechtsgrond om verhaal uit te oefenen en deelde dit mee aan de verzekerde.

Ondertussen werd de WAM-verzekeraar samen met de verzekerde op burgerlijk vlak veroordeeld tot betaling van een provisie. Daarop stelde de verzekeraar een regresvordering in tegen zijn verzekerde, hetgeen in eerste aanleg werd afgewezen als ongegrond. In graad van beroep werd deze vordering gedeeltelijk gegrond verklaard, reden waarom de verzekerde cassatieberoep aantekende.

Het Hof van Beroep had geoordeeld dat de verplichting uit artikel 152 W.Verz. erin bestaat dat de verzekeraar zo spoedig mogelijk moet meedelen dat hij een verhaal wenst uit te oefenen zodat de verzekerde vanaf dat moment in zijn eigen verdediging kan voorzien. De precieze gronden voor dat verhaal zijn op dat moment niet bijster relevant, noch wettelijk vereist, aldus het Hof van Beroep. Het is volgens het Hof van Beroep zelfs niet nodig dat de verzekeraar de verzekerde in kennis stelt van de nieuwe grond waarop het verhaal kan gesteund worden.

Volgens de verzekerde is het echter wel noodzakelijk dat de verzekeraar op exhaustieve wijze zijn gronden meedeelt om hem in staat te stellen zijn verweer tegen die gronden voor te bereiden. Door te beslissen dat er geen nieuwe kennisgeving nodig is, schendt het Hof van Beroep artikel 152, lid 2 W.Verz., aldus de verzekerde. Het Hof van Cassatie volgde in een arrest van 16 april 2021 (C.20.0151.N) het standpunt van de verzekerde.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de kennisgevingsverplichting van de verzekeraar ertoe strekt de verzekeringnemer en verzekerde toe te laten hun rechten te vrijwaren met het oog op een mogelijk verhaal door de verzekeraar. Hieruit volgt dat de kennisgeving door de verzekeraar van zijn voornemen om verhaal in te stellen eveneens ziet op de grond van het verhaal en dat de verzekeraar vervallen is van zijn recht van verhaal wanneer hij dit uitoefent op een andere grond dan deze waarvan hij de verzekeringnemer of verzekerde tijdig kennis heeft gegeven.

Met andere woorden, het is van primordiaal belang dat de verzekeraar meteen alle gronden van mogelijk verhaal onderzoekt en meedeelt aan de verzekeringnemer/verzekerde. Als hij op een later tijdstip kennis krijgt van nieuwe gronden en deze later meedeelt, dan kan het zijn dat een rechter het verhaal afwijst.

Lees hier het originele artikel

2021-05-04T11:27:57+00:00 4 mei 2021|Categories: Verzekeringsrecht|Tags: , , , |