>>>Eigendomsvoorbehoud voor leveringen door de aannemer (Schoups)

Eigendomsvoorbehoud voor leveringen door de aannemer (Schoups)

Auteurs: Gerlinde Gielis en Siegfried Busscher (Schoups)

Publicatiedatum: 30/05/2018

De nieuwe Pandwet die op 1 januari 2018 in werking is getreden, veralgemeent de toepassing van het eigendomsvoorbehoud.

Een eigendomsvoorbehoud laat toe om een eigendomsoverdracht contractueel uit te stellen tot een later tijdstip, bijvoorbeeld tot de volledige betaling van de prijs. Door het eigendomsvoorbehoud blijft een verkoper bijgevolg eigenaar van de goederen.

Onder de vroegere regeling bepaalde artikel 101 van de Faillissementswet de voorwaarden voor het eigendomsvoorbehoud m.b.t. koopovereenkomsten. Indien aan deze voorwaarden was voldaan, kon de verkoper bij faillissement van de koper zijn eigendomsvoorbehoud uitoefenen en het goed terugnemen. Zo diende het eigendomsvoorbehoud schriftelijk te worden opgesteld en uiterlijk bij de levering van het goed. Daarnaast moesten de goederen zich nog in natura bevinden bij de schuldenaar en mochten deze goederen niet onroerend geworden zijn door vermenging of incorporatie. Dit laatste maakte voor aannemers het eigendomsvoorbehoud in de praktijk onwerkbaar aangezien zij geen verkopers waren en omdat de goederen zich vrij snel incorporeren in het onroerend goed waaraan de werken werden uitgevoerd, waardoor zij hun voorbehoud bij faillissement niet konden tegenwerpen.

Een eerste belangrijke wijziging bij de nieuwe regeling van het eigendomsvoorbehoud in de nieuwe pandwet, betreft het feit dat de koper zich kan beschermen tegen onroerendmaking door incorporatie. De wet voorziet in een mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud te registreren in het pandregister (artikel 71 nieuwe pandwet).

Daarnaast heeft de wetgever de situaties waarin het eigendomsvoorbehoud kan worden uitgeoefend, uitgebreid. Daar waar het Hof van Cassatie onder de oude regeling uitdrukkelijk bevestigde dat het eigendomsvoorbehoud uit artikel 101 van de faillissementswet enkel van toepassing was bij faillissement (Cass. 7 mei 2010), is het nieuwe eigendomsvoorbehoud tegenstelbaar in alle gevallen van samenloop (bijvoorbeeld ook bij een vereffening en ontbinding van een vennootschap). Ook bepaalt artikel 69 laatste lid dat het terugvorderingsrecht kan worden uitgeoefend ongeacht de juridische aard van de overeenkomst. Het gaat hierbij om het voorkomen van betwistingen bijvoorbeeld inzake aannemingsovereenkomsten die de levering van goederen omvatten. De wetgever beoogt hier gemengde koop-aanneming-overeenkomsten, indien dit (uitzonderlijk) niet de ene of de andere kwalificatie heeft.

Aan de voorwaarde dat het eigendomsvoorbehoud schriftelijk moet worden opgesteld, uiterlijk bij levering, wordt niet geraakt. Wanneer de koper echter een consument is, vereist de wet dat deze instemming van de koper uit het geschrift blijkt, bijvoorbeeld door de ondertekening van de bestel- of leveringsbon.

Daarnaast bedreigt een verwerking of vermenging niet langer het eigendomsvoorbehoud: artikelen 18, 20 en 70 van de nieuwe Pandwet bepalen dat in dat geval het eigendomsvoorbehoud overgaat op de bewerkte / vermengde goederen. Ook de mogelijkheid voor zakelijke subrogatie werd uitdrukkelijk opgenomen (artikel 70 juncto artikel 9 nieuwe pandwet).

Tot slot voorziet de wetgever nog een “superprioriteit” voor de titularis van een geregistreerd eigendomsvoorbehoud: hij krijgt voorrang op de andere zekerheidsrechthouders (artikel 57 en 58 nieuwe pandwet).

Dankzij deze wijzigingen versterkt de wetgever de positie van de verkoper en bepaalde aannemers die beroep wensen te doen op het eigendomsvoorbehoud om zich op die manier te beschermen tegen de koper resp. de opdrachtgever.

Voor verdere informatie over dit onderwerp, kunt u Gerlinde Gielis (auteur) en Siegfried Busscher (auteur en celhoofd privaat bouwrecht) raadplegen.

Lees hier het originele artikel

2018-06-04T10:45:00+00:00 4 juni 2018|Categories: Burgerlijk recht - Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: , |