>>>Bewijs van verbintenis tot betalen en de voorwaarden van artikel 1326 B.W. Cassatie-arrest van 4 juni 2020 (LegalNews.be)

Bewijs van verbintenis tot betalen en de voorwaarden van artikel 1326 B.W. Cassatie-arrest van 4 juni 2020 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 20/06/2020

De bepalingen van art. 1326, 1ste lid Burgerlijk Wetboek

Krachtens artikel 1326, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet een onderhands biljet of een onderhandse belofte waarbij een enkele partij zich tegenover de andere verbindt om haar een geldsom of een waardeerbare zaak te betalen, geheel geschreven zijn met de hand van de ondertekenaar of tenminste moet deze, benevens zijn handtekening, met de hand een goed voor of een goedgekeurd voor geschreven hebben, waarbij de som of de hoeveelheid van de zaak voluit in letters is uitgedrukt.

De bepalingen van art. 1326, 2de lid Burgerlijk Wetboek

Artikel 1326, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de regel in het eerste lid uitzondering lijdt wanneer de akte uitgaat van kooplieden, ambachtslieden, landbouwers, wijngaardeniers, dagloners of dienstboden. De uitzondering, voor wat betreft de kooplieden, is verbonden met de aard van de verbintenis en niet met de hoedanigheid van de ondertekenaar.

Verkeerde interpretatie van het hof van beroep te Antwerpen (arrest van 4 maart 2019)

De appelrechters die oordelen dat de bewijsregel van artikel 1326, eerste lid, Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is omdat de uitzondering in het tweede lid gehecht is aan de hoedanigheid van de betrokkene en niet aan de aard van de door hem ondertekende akte of de aard van de verbintenis en waardoor de door de eiser ondertekende overeenkomst het bewijs levert van zijn verbintenis ter terugbetaling, schenden artikel 1326 Burgerlijk Wetboek.

Lees hier het Cassatie-arrest van 4 juni 2020

2020-12-28T10:13:27+00:00 20 juni 2020|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: , |