>>, Verbintenissen- en zakenrecht>Wijzigingen aan het familiaal vermogensrecht en het goederenrecht (Schuermans Advocaten)

Wijzigingen aan het familiaal vermogensrecht en het goederenrecht (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

Publicatiedatum: 24/08/2020

De wet van 31 juli 2020 houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie brengt wijzigingen aan in meerdere uiteenlopende materies.

Zo werd er bijvoorbeeld gesleuteld aan de procedure tot verbetering van akten van de burgerlijke stand door de ambtenaar van de burgerlijke stand en werd er voorzien in een mogelijkheid tot ambtshalve nietigverklaring van een akte door de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Inzake de dwangsom werd voorzien in de mogelijkheid voor een partij op wiens verzoek reeds een dwangsom werd opgelegd om aan de rechter te vragen om een bijkomende dwangsom op te leggen of om de opgelegde dwangsom te verhogen wanneer de veroordeelde aanhoudend in gebreke blijft om uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling.

Daarnaast werden er wijzigingen doorgevoerd aan het familiaal vermogensrecht en het goederenrecht. Hieronder worden enkele belangrijke wijzigingen aangehaald:

Vanaf 1 september 2020 zal het dictee niet langer een vereiste zijn voor een authentiek testament. Het zal vanaf dan volstaan dat de testator die zijn wil aan de notaris heeft uitgedrukt na voorlezing door de notaris van het door deze laatste op papier opgemaakte testament bevestigt dat het zijn laatste wil betreft.

Eveneens vanaf 1 september 2020 zal er door meerdere minderjarigen en personen die onbekwaam werden verklaard om een nalatenschap te verwerpen een gezamenlijk verzoek kunnen worden gericht om te worden gemachtigd om een nalatenschap te verwerpen waarvan op eer wordt verklaard dat het nettoactief daarvan niet meer bedraagt dan 5.000 EUR. Daarvoor zal dus niet langer telkens een afzonderlijk verzoek vereist zijn.

Met betrekking tot het goederenrecht wordt gewezen op een reparatie die werd doorgevoerd naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 20 februari 2020. Daarin werd het artikel vernietigd dat voorzag in het feit dat een 4/5de meerderheid op de algemene vergadering volstond voor de afbraak en volledige heropbouw van een appartementsgebouw om redenen van hygiëne, veiligheid of buitensporige kosten voor de aanpassing van het gebouw aan de wettelijke bepalingen. Het Grondwettelijk Hof was van oordeel dat, gelet op de verregaande inmenging in het eigendomsrecht, de wetgever bijkomende waarborgen diende te voorzien om een billijk evenwicht tot stand te brengen tussen de vereisten van het algemeen belang en die van de bescherming van het recht op het ongestoord genot van de eigendom.

Vanaf 17 augustus 2020 is een beslissing tot afbraak en heropbouw omwille van bovenvermelde redenen (terug) mogelijk bij 4/5de meerderheid, doch indien niet alle mede-eigenaars akkoord gingen, dient de vereniging van mede-eigenaars zich binnen de 4 maanden na de algemene vergadering tot de Vrederechter te richten. De uitvoering van de beslissing tot afbraak en heropbouw wordt opgeschort totdat de rechterlijke uitspraak tot vaststelling van de wettigheid van de beslissing van de algemene vergadering in kracht van gewijsde is getreden.

De kosten van deze procedure dienen ongeacht de uitkomst daarvan door de vereniging van mede-eigenaars te worden gedragen. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en erelonen van deze vordering zijn altijd ten laste van de vereniging van mede-eigenaars zonder bijdrage van de mede-eigenaars tegen wie de vordering gericht is.

In geval van afbraak en heropbouw omwille van een van bovenstaande redenen kan een mede-eigenaar tegen vergoeding afstand doen van zijn kavel ten gunste van de andere mede-eigenaars indien de waarde van de kavel lager is dan het aandeel dat hij moet betalen in de totale kosten van de werken. Bij gebreke aan overeenstemming wordt de vergoeding door de rechter vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde van de betrokken kavel, zonder rekening te houden met de beslissing van de algemene vergadering tot afbraak en heropbouw.

In geval van afbraak en heropbouw omwille van een andere reden dan bovenvermelde redenen dient deze beslissing nog steeds met eenparigheid te worden genomen.

Lees hier het originele artikel

2020-08-29T10:00:38+00:00 2 september 2020|Categories: Personen- & Familierecht - Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: |