>, Sociaal recht>De Welzijnswet inspireert ook de kleine lettertjes in de aannemingsovereenkomst (Monard Law)

De Welzijnswet inspireert ook de kleine lettertjes in de aannemingsovereenkomst (Monard Law)

Auteur: Mark Fransen (Monard Law)

Publicatiedatum: 02/06/2021

1. Situering

De welzijnswet van 04.08.1996 en het uitvoerings-KB van 25.01.2001 vieren hun 25ste resp. 20ste verjaardag.  Dat deze wetgeving een belangrijke invloed heeft gehad op de aannemingssector is een understatement. 

De wetgever introduceerde op de werven, onder invloed van Europa, de bouwdirectie die door de wetgever werd opgesplitst in de bouwdirectie belast met het ontwerp, de bouwdirectie belast met de uitvoering respectievelijk de controle op de uitvoering van het werk.  In de wet en de uitvoeringsbesluiten deden ook de coördinatoren inzake veiligheid en gezondheid tijdens de ontwerpfase en tijdens de uitvoering van het bouwwerk hun intrede.

De wetgeving is verder geëvolueerd, zowel wat betreft de werken waarop de respectieve wetgeving van toepassing is als de hoedanigheden en vereisten waaraan personen moeten voldoen om te kunnen fungeren als coördinator.  Deze wetgeving is goed bekend. 

Ook de later ingevoerde aanwezigheidsregistratie is inmiddels via het systeem van Checkinatwork gemeengoed geworden.

2. Analyse

2.1.       Basisbeginselen

Toch willen we in deze bijdrage even terugkomen op de basisbeginselen die in de welzijnswet worden uiteengezet en waarvan een spoor moet terug te vinden zijn in de aannemingsovereenkomst, de kleine lettertjes.

De werkgever is verplicht om de algemene preventiebeginselen toe te passen, teneinde risico’s te voorkomen en te bestrijden dan wel risico’s te evalueren en desgevallend te vervangen door ongevaarlijke of minder gevaarlijke alternatieven.  De wet geeft ook voorrang aan collectieve beschermingsmaatregelen, de aanpassing van het werk aan de mens, niet omgekeerd, opleiding en preventie om zo risico’s op (ernstig) letsel te vermijden.

Op de tijdelijke mobiele werkplaats is er, gelet op de pluraliteit van personen die aanwezig zijn op de werf, een getrapte verantwoordelijkheid. 

Het is de opdrachtgever of de bouwdirectie belast met het ontwerp die een coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de ontwerpfase aanstelt. Deze coördinator zal de facto het veiligheids- en gezondheidsplan opstellen met vermelding van de op de bouwplaats toepasselijke regels, rekening houdende met de specifieke werkzaamheden die er zullen plaatsvinden.

Bij de effectieve verwezenlijking van het bouwwerk is het aan de bouwdirectie belast met de uitvoering of met de controle op de uitvoering van het bouwwerk (de facto de architect of de hoofdaannemer) om een coördinator aan te stellen die belast is met de veiligheid en gezondheid tijdens de uitvoering van de werken. Deze coördinator zal de coördinatie en de samenwerking tussen de verschillende aannemers uitvoeren om de veiligheid en de gezondheid van alle personen aanwezig op de bouwplaats te garanderen. Dit geldt zowel wanneer de bouwpartners gelijktijdig aanwezig zijn als ook wanneer een bouwpartner zijn werkzaamheden aanvangt nadat zijn voorganger de werf verlaten heeft.

Hij superviseert en coördineert de toepassing van de algemene beginselen inzake preventie en veiligheid gekoppeld aan de specifieke regels opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan. 

2.2.      Getrapte verantwoordelijkheid

De wet voorziet uitdrukkelijk in de verplichting van de bouwdirectie belast met de uitvoering van het bouwwerk om alle maatregelen na te leven en te doen naleven door alle aannemers en onderaannemers die betrokken zijn op de werf. 

Elke aannemer is er op zijn beurt toe gehouden dezelfde regels na te leven en te doen naleven door zijn personeel, zijn onderaannemers, eventuele subonderaannemers en het personeel ter beschikking gesteld door deze bouwpartners.

Ook elke onderaannemer is op dezelfde wijze gehouden deze voorschriften na te leven en te doen naleven.

Het resultaat van deze getrapte verantwoordelijkheid is dat, wanneer een werknemer op de werf de veiligheidsvoorschriften niet naleeft, het de taak is van zijn werkgever om deze de voorschriften te doen naleven.

Wanneer deze werkgever in gebreke zou blijven, is het de plicht van elke onderaannemer resp. aannemer die eerder voorkomt in de ketting, en dus uiteindelijk de bouwdirectie zelf, om de maatregelen na te (doen) leven en de bouwpartner die in gebreke blijft van de werf te weren.

2.3.      Verplichte bedingen

De welzijnswet is van openbare orde en er kan niet van afgeweken worden.

Waarom dan is het noodzakelijk om hieraan bijzondere aandacht te schenken in de overeenkomst?

Dit is noodzakelijk omdat de welzijnswet niet alleen voorziet dat de wetgeving moet nageleefd worden maar ook dat, om te verzekeren dat iedereen op de hoogte is van zijn verplichtingen, er een overeenkomst wordt afgesloten waarin iedere partij zich er uitdrukkelijk toe verbindt om deze verplichtingen na te leven en te doen naleven. 

De wetgever wil op deze wijze het belang van de regelgeving benadrukken en verhinderen dat een partij zich op onwetendheid zou beroepen.

Dit is een element dat over het hoofd dreigt gezien te worden.  Haast nooit wordt een dergelijke afzonderlijke overeenkomst afgesloten.  Dit is ook niet vereist.  Deze verplichting kan perfect worden nageleefd door de vereiste bepalingen op te nemen in de aannemingsovereenkomst.

De aannemingsovereenkomst moet dan vermelden dat:

  • de aannemer, de onderaannemer of de zelfstandige zich ertoe verbindt om zijn verplichtingen inzake veiligheid en gezondheid op de tijdelijke of mobiele werkplaats na te leven,

en

  • indien de aannemer, de onderaannemer of de zelfstandige zijn verplichtingen niet of gebrekkig naleeft, de bouwdirectie belast met de uitvoering of een aannemer zelf de nodige maatregelen kan nemen inzake veiligheid en gezondheid op de tijdelijke en mobiele bouwplaats, in de bij de overeenkomst bepaalde gevallen, op kosten van de persoon die in gebreke is gebleven.

2.4.      Ernstig arbeidsongeval

De welzijnswet voorziet nog een tweede verplichting die moet worden opgenomen in deze overeenkomst.

Na elk ernstig arbeidsongeval draagt de werkgever van het slachtoffer er zorg voor dat het ongeval onmiddellijk door de bevoegde preventiedienst onderzocht wordt en bezorgt hij binnen de tien dagen volgend op het ongeval een omstandig verslag aan de bevoegde ambtenaren.

Wanneer het ernstig arbeidsongeval plaatsvindt op de tijdelijke en mobiele bouwplaats is het aan de bij het ongeval betrokken werkgevers, gebruikers, uitzendbureau’s, bouwdirecties belast met de uitvoering, aannemers, onderaannemers en zelfstandigen om samen te werken om dit onderzoek onmiddellijk te organiseren en het verslag tijdig over te maken. 

De praktische afspraken betreffende deze samenwerking, en in het bijzonder welke preventiedienst een eventueel ernstig ongeval zal onderzoeken, moeten worden opgenomen in een specifiek beding in de overeenkomst waarin partijen zich ertoe verbinden om de regels inzake de veiligheid op het werk na te leven.

Een geldig beding kan zijn dat na een ernstig arbeidsongeval de werkgever van het slachtoffer, op zijn kosten, er zorg voor draagt dat het ongeval onmiddellijk onderzocht wordt door de bevoegde preventiedienst … (die dan uitdrukkelijk wordt aangeduid) en dat deze werkgever binnen de 10 dagen een omstandig verslag bezorgt aan de inspectie van toezicht voor welzijn op het werk en aan de bij het ongeval betrokken werkgevers, gebruikers, uitzendbureau’s, bouwdirecties belast met de uitvoering, aannemers, onderaannemers en zelfstandigen.

De kostenverdeling kan uiteraard anders bepaald worden.

2.5.      Sancties?

Het loutere feit dat deze bepalingen niet zijn opgenomen in een overeenkomst is al een inbreuk op de welzijnswet die door het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerd worden door een sanctie van niveau 3, hetzij een strafrechtelijke geldboete van 800 tot 8000 euro of een administratieve geldboete van 400 tot 4000 euro.

Indien de afwezigheid van deze overeenkomst geleid heeft tot gezondheidsschade of een arbeidsongeval van een werknemer verhoogt de sanctie naar niveau 4 zijnde een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van 4800 tot 48000 euro of een administratieve geldboete van 2400 tot 24000 euro. Een rechter zou bovendien een exploitatie- of beroepsverbod, al dan niet gekoppeld aan bedrijfssluiting kunnen uitspreken.

2.6.      Conclusies

Een aannemingsovereenkomst kan nog steeds mondeling worden afgesloten.

Dit impliceert echter niet dat de wetgever partijen er niet toe kan verplichten om een contract af te sluiten over de punten die hij essentieel vindt.

In de welzijnswet legt de wetgever dergelijke verplichting inderdaad op.

Dit heeft niet tot gevolg dat naast de aannemingsovereenkomst partijen nog een afzonderlijke overeenkomst moeten afsluiten. Deze bepalingen kunnen perfect worden opgenomen in de aannemingsovereenkomst.

In andere domeinen heeft de wetgever de bouwpartners niet verplicht om een overeenkomst op te stellen maar beloont de wetgever partijen. Zo hebben wij al eerder belicht dat een schriftelijke verklaring met betrekking tot het naleven van de loonwetgeving de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden doorbreekt.

Het verdient dan ook aanbeveling om de aannemingsovereenkomst aan een kritisch onderzoek te onderwerpen met het oog op het invoegen van noodzakelijke en of nuttige bepalingen.

Lees hier het originele artikel

2021-06-14T09:29:23+00:00 17 juni 2021|Categories: Bouwrecht - Sociaal recht|Tags: , |