Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Appartementsrecht:
een overzicht van recente ontwikkelingen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Andersen in Belgium)

Webinar op donderdag 5 december 2024


Boek 7 ‘Bijzondere contracten’
en de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op donderdag 7 november 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Overmacht in Corona-tijden (nog volgens oud Burgerlijk Wetboek): wanneer is de overeenkomst geschorst, wanneer is ze ontbonden? Cassatie spreekt zich uit (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Overmacht die een partij verhindert haar verbintenissen na te komen, schorst de uitvoering van de uit een wederkerige overeenkomst ontstane verbintenissen wanneer die verhindering slechts tijdelijk is en de overeenkomst nog nuttig kan worden uitgevoerd na de overeengekomen periode.

Wanneer de overmacht zo lang voortduurt dat deze laatste voorwaarde niet meer kan worden vervuld, is de overeenkomst van rechtswege ontbonden. Om te beoordelen of de overeenkomst na de overeengekomen periode nog nuttig kan worden uitgevoerd, moet op basis van een interpretatie van het contract worden nagegaan of de partijen, indien zij op het ogenblik van contractsluiting de tijdelijke verhindering en de duur ervan hadden voorzien, na het ophouden ervan zelf zouden hebben geopteerd voor de uitvoering van het contract  (Artt. 1147 en 1148 , Oud Burgerlijk Wetboek zoals van toepassing voor de opheffing ervan door artikel 62 van de wet van 28 april 2022 houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek).

In casu ging het om een overeenkomst tussen de Gemeente Knokke-Heist en een organisator voor de “Art Nocturne Knokke Huurovereenkomst 2020” en de overeenkomst had onder meer betrekking op de verhuur door de Gemeente Knokke-Heist van het cultureel centrum in augustus 2020.

Meer bepaald werd voorzien dat de Gemeente Knokke-Heist de locatie ter beschikking zou stellen van 1 tot 19 augustus 2020. Bij e-mail van 24 juli 2020 deelde de Gemeente Knokke-Heist mee aan de organisator dat er geen toestemming was om de tentoonstelling te organiseren ingevolgde de federale overheidsmaatregelen tegen de bestrijding van de covid-19 pandemie. Bij e-mail van 27 juli 2020 liet de organisator weten dat zij begrip had voor deze beslissing. Ervan uitgaande dat de epidemie de volgende zomer onder controle zou zijn, vroeg zij om de locatie vrij te houden van 7 t.e.m. 15 augustus 2021. Bij brief van 2 september 2020 deelde Gemeente Knokke-Heist mee dat zij niet wenste in te gaan op het verzoek om de editie 2020 te verplaatsen naar augustus 2021.
Er bestaat geen betwisting tussen partijen dat de niet-nakoming van de overeenkomst in augustus 2020 te wijten was aan overmacht en bijgevolg niet toerekenbaar was aan partijen. Partijen zijn het echter niet eens over het feit of het gaat om een tijdelijke of blijvende situatie van overmacht.

Bij vonnis van 19 november 2021 oordeelde de eerste rechter dat de overeenkomst ingevolge overmacht tijdelijk werd geschorst. Nadat een einde was gekomen aan deze tijdelijke schorsing heeft de Gemeente Knokke-Heist de overeenkomst eenzijdig verbroken en moet ze de schade vergoeden. Om de schade te begroten, werd een deskundigenonderzoek bevolen.

Op 12 januari 2022 stelde de Gemeente Knokke-Heist hoger beroep in tegen voormeld vonnis bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge. 5. De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge verklaarde het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Overeenkomstig artikel 1068, tweede lid Gerechtelijk Wetboek verwees de appelrechter de zaak terug naar de vrederechter.

Het Hof van Cassatie oordeelde evenwel als volgt:

Overmacht die een partij verhindert haar verbintenissen na te komen, schorst de uitvoering van de uit een wederkerige overeenkomst ontstane verbintenissen wanneer die verhindering slechts tijdelijk is en de overeenkomst nog nuttig kan worden uitgevoerd na de overeengekomen periode. Wanneer de overmacht zo lang voortduurt dat deze laatste voorwaarde niet meer kan worden vervuld, is de overeenkomst van rechtswege ontbonden.  Om te beoordelen of de overeenkomst na de overeengekomen periode nog nuttig kan worden uitgevoerd, moet op basis van een interpretatie van het contract worden nagegaan of de partijen, indien zij op het ogenblik van contractsluiting de tijdelijke verhindering en de duur ervan hadden voorzien, na het ophouden ervan zelf zouden hebben geopteerd voor de uitvoering van het contract.

De appelrechter die oordeelt dat het voorafgaand de intentie was van de eiseres om deze locatie niet meer aan de verweerster in 2021 ter beschikking te stellen en niettemin besluit tot tijdelijke overmacht, houdt geen rekening met de wil van de eiseres op het ogenblik van de contractsluiting en verantwoordt zijn beslissing aldus niet naar recht.

Cassatie-arrest van 4 maart 2024

» Bekijk alle artikels: Verbintenissen & Goederen