Beschikkingsbevoegdheid over zakelijke rechten nu uitdrukkelijk geregeld in het nieuw B.W. (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 10/01/2018

In het Voorontwerp houdende invoeging van Boek II «Goederenrecht» in het nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt in artikel 6 de beschikkingsbevoegdheid over zakelijk rechten geregeld.

Het lot van de verbintenissen die aan een zakelijk recht zijn verbonden, wordt eveneens door deze bepaling geregeld, gezien deze tot op heden niet afdoende geregeld is.

Artikel 6 – Beschikkingsbevoegdheid

Voorgestelde definitie:

‘De titularis van een zakelijk recht kan beschikken over zijn recht. Hij kan hierover slechts beschikken samen met het hoofdgoed waaraan het verbonden is indien de aard van het recht daartoe dwingt. Als de titularis van een zakelijk gebruiksrecht zijn recht overdraagt, zal hij tegenover de eigenaar hoofdelijk gehouden blijven met de overnemer voor de geldelijke verbintenissen die aan dit recht verbonden zijn en na de overdracht zijn ontstaan.’

Commentaar:

De titularis van een zakelijk recht is eigenaar van dit recht, in de zin dat het deel uitmaakt van zijn vermogen. Derhalve mag hij dit met een zakelijk recht bezwaren of zelfs vervreemden in de mate dat de aard van het recht zich daartegen niet verzet. De delicate kwestie van het lot van de verbintenissen die aan een zakelijk recht zijn verbonden, wordt eveneens door deze bepaling geregeld. Voordien werd dit niet afdoende geregeld en verschilde de vraag naar zowel de overdracht als de bevrijding van de verbintenis per zakelijk recht. Met de huidige regeling wordt een oplossing geboden voor zowel de overdracht van de verbintenis als de eventuele bevrijding van de overdrager. Een onderscheid wordt gemaakt tussen de pecuniaire verbintenissen en de niet-pecuniaire verbintenissen. Wanneer men een zakelijk recht overdraagt, neemt de overnemer beide categorieën over. Een differentiatie tussen beide wordt echter gemaakt voor de vraag of de overdrager gehouden blijft tegenover de overnemer. Echter blijft de overdrager samen met de overnemer (voor het geheel) instaan voor de naleving van de geldelijke verbintenissen. Deze vormen geen (of niet langer, voor wat erfpacht betreft) een constitutief bestanddeel van het zakelijk recht en de solvabiliteit van de schuldenaar ervan is rechtstreeks bepalend voor de naleving ervan. De niet-geldelijke verbintenissen verbonden aan het zakelijk recht gaan wel definitief over op de overnemer op een wijze die bevrijdend is voor de overdrager. Vaak gaat het om passieve verbintenissen (tot een non-facere), maar ook positieve niet-geldelijke verbintenissen gaan over op de overnemer. Te denken is bv. aan de herstelplichten ten laste van de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. Uiteraard geldt dit alles slechts onder voorbehoud dat de overdracht niet op bedrieglijke wijze gebeurt. Is dat wel het geval, dan kan de andere partij bijvoorbeeld de pauliaanse vordering, opgenomen in het deel over verbintenissenrecht, instellen. De overdrager is hoofdelijk gehouden met de huidige titularis van het zakelijk recht, maar heeft wel een regresrecht tegen die huidige titularis voor alle pecuniaire verbintenissen die zijn ontstaan na de overdracht van het zakelijk recht. Ook bij opeenvolgende overdrachten van het zakelijk gebruiksrecht blijft de overdrager gehouden tot de geldelijke verbintenissen die na die overdracht ontstaan. Het is dus mogelijk dat verschillende vroegere schuldenaars gehouden blijven na een tweede (of latere) overdracht van het zakelijk recht.

De commentaar betreffende artikel 6 vindt u hier (pagina 20)

Het voorontwerp met artikel 6 vindt u hier (pagina 4)

Gerelateerd nieuws:

Sorry, we couldn't find any posts. Please try a different search.