Wat mag een vennootschap wettelijk doen? (aternio)

Auteur: Liese Leman (aternio)

Publicatiedatum: 21/08/2019

Het beginsel van de wettelijke specialiteit en het statutair voorwerp bepalen wat een vennootschap wel of niet mag doen. Dit beginsel is wettelijk verankerd in het WVV (alsook in het voorafgaand Wetboek van Vennootschappen).

Onder het oude wetboek zijn handelingen gesteld in strijd met dit beginsel absoluut nietig. Met andere woorden, indien de vennootschap niet handelt volgens het wettelijke specialiteitsbeginsel worden deze handelen geacht nooit tot stand te zijn gekomen, noch gevolgen te hebben gehad. Een handeling, gesteld buiten het wettelijk doel, verbindt de derden maar ook de vennootschap niet.

Het WVV brengt evenwel een grote verandering teweeg.

Wettelijke specialiteit volgens het oud W.Venn. vs het WVV

Volgens het oude wetboek wordt een vennootschap opgericht met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.

De bekwaamheid van de vennootschap en de bevoegdheid van haar organen om haar rechtsgeldig te verbinden zijn aldus beperkt tot de handelingen die de vennootschap een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel bezorgen.

Het WVV onderstreept dat één van de doelen van de vennootschap is om aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen. De wettelijke specialiteit is zo ruimer opgevat.

Onder het WVV volstaat dat de vennootschap in haar statuten de mogelijkheid inbouwt winst uit te keren aan haar vennoten of andere vermogensbestanddelen aan hen te bezorgen.

Dit heeft verstrekkende gevolgen. Vooreerst volstaat het nastreven van winstuitkeringen of vermogensbesparingen voor de vennoten.

De vennootschap moet niet in al haar verrichtingen winst beogen! De vennootschap mag bijgevolg veel meer doen dan zij onder het oude wetboek kon.

Mag de vennootschap zich borgstellen? 

De betaling van andermans schuld is in de regel in strijd met de vereiste van winstoogmerk onder het oude recht. Dit is niet zo indien dit een eigen rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel oplevert voor degene die zich verbindt. Getuige volgende rechtspraak onder het oud W.Venn.

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde op 7 februari 2019 dat een vennootschap handelingen kan stellen die haar niet onmiddellijk op korte termijn doch eventueel slechts op langere termijn een voordeel opleveren.

Het arrest handelt over een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen twee vennootschappen. In het addendum bij deze overeenkomst werd bepaald: “Alle bovenstaande vennootschappen verklaren onherroepelijk, hoofdelijk en solidair, de ene bij gebreke aan de andere, gehouden te zijn tot al hetgeen zij of één van hen verschuldigd is/zijn (…)”.

Het Hof oordeelt dat de aangegane verbintenis voor betaling van de schulden van de andere vennootschappen wel degelijk verenigbaar is met de vereiste van winstoogmerk en de wettelijke specialiteit, wanneer de borstellende vennootschap ook voordelen haalt uit de samenwerkingsovereenkomst.

Wijziging in de rechtspraak onder het WVV?

Onder het oude wetboek kan een vennootschap niet schenken zonder dat hier iets tegenover staat. Tenzij zij onrechtstreeks met het oog op de behartiging van het vennootschapsdoel werd gesteld.

Zoals aangehaald moet de vennootschap niet in haar verrichtingen, in al haar handelingen winst beogen onder het WVV. Zekerheden en andere verbintenissen in het voordeel van andere al dan niet verbonden vennootschappen zijn niet langer absoluut nietig. Het beginsel van de wettelijke specialiteit volgens het WVV is dus ruimer.

De vennootschap mag bijgevolg veel meer doen dan zij onder het oude wetboek kon. Zolang de vennootschap handelt binnen haar voorwerp (het vroegere doel onder het oude W.Venn.), kan zij zelfs handelen om niet.

Conclusie

Het voorwerp van de vennootschap dient uitdrukkelijk in de statuten te worden opgenomen. Het opnemen van een voldoende ruim voorwerp in de statuten van de vennootschap biedt ten slotte een wettelijke bescherming aan de bestuurders die bij hun beslissingen rekening houden met niet-financiële belangen. Goed opgestelde statuten worden dan ook nog belangrijker.

Lees hier het originele artikel