Inschrijving op rekening-courant per vergissing: toch belastbaar voor zaakvoerder (De Broeck Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 11/06/2021

Met inschrijvingen op een rekening-courant moet men voorzichtig zijn, zo blijkt uit een (weliswaar vrij extreem) recent geval. De fiscus aanvaardt niet zomaar dat er sprake is van een vergissing. Omkering van de bewijslast in het nadeel van de belastingplichtige, maakt de zaken er ook niet gemakkelijker op.

Als de fiscus vaststelt dat op de creditzijde van de rekening-courant van de bedrijfsleider een bedrag geboekt staat dat niet gerechtvaardigd is bijvoorbeeld door een voorschot van de bedrijfsleider ten voordele van zijn vennootschap, mag de fiscus ervan uitgaan dat die vordering in hoofde van de bedrijfsleider een voordeel uitmaakt dat die laatste ontvangen heeft ter gelegenheid van het uitoefenen van zijn beroepsactiviteit. Een bedrag dat op die manier geboekt is, wordt geacht definitief overgegaan te zijn naar het vermogen van de bedrijfsleider. Gevolg: de fiscus mag dat bedrag zondermeer belasten als een bedrijfsleidersbezoldiging.

Heeft klant betaald op persoonlijke rekening van zaakvoerder?

Het Hof van Beroep te Luik heeft die regel onlangs toegepast op het geval van de zaakvoerster van een sierstenenbedrijf. Bij een controle stelde de fiscus vast dat er 20.000 euro ingeschreven stond op de creditzijde van de rekening-courant van de zaakvoerster voor het gecontroleerde boekjaar. Voor de helft van dat bedrag was er geen probleem. De betrokkene kon aantonen dat zij 10.000 euro overgeschreven had van haar persoonlijke rekening naar de rekening van de vennootschap. Dat bedrag was vervolgens op de afsluitdatum van het boekjaar geboekt op rekening-courant. Het ging dus om een bedrag dat de zaakvoerster ter beschikking stelde van haar vennootschap.

Het verhaal van de overige 10.000 euro lag moeilijker. De betrokkene hield vol dat het ging om een betaling door een klant van het bedrijf. De klant had het bedrag overgeschreven naar de rekening van de zaakvoerster in plaats van de rekening van het bedrijf. Daarop had de zaakvoerster naar eigen zeggen de 10.000 euro onmiddellijk doorgestort aan de vennootschap. Maar die laatste had het bedrag vervolgens per vergissing geboekt op de rekening-courant, naar analogie met de overschrijving waarvan hoger sprake.

Hof houdt geen rekening met latere rechtzetting

Twee jaar later deed de vennootschap effectief een rechtzetting. De 10.000 euro werd overgeboekt van de rekening-courant naar de klantenrekening van de betreffende klant. Maar daar houdt het Hof van Beroep geen rekening mee. Het fiscale eenjarigheidsbeginsel houdt in dat alleen rekening gehouden wordt met het betrokken boekjaar. En in die zin kan het Hof alleen maar vaststellen dat de jaarrekening en balans, met de bewuste boeking op rekening-courant, goedgekeurd is op de eerstvolgende algemene vergadering, en dat op geen enkel moment een gecorrigeerde balans voorgelegd is aan een latere algemene vergadering. Bovendien valt het op dat de rechtzetting pas doorgevoerd werd na de fiscale controle waarop de “vergissing” opgemerkt werd.

Ten overvloede merkt het Hof op dat er onduidelijkheid heerst over de betalingen van de betreffende klant. Weliswaar had het bedrijf verschillende facturen uitgereikt aan hem in de maanden vóór de betwiste boeking. Maar die waren allemaal voor verschillende bedragen, en het bleek moeilijk om een verband te leggen tussen de diverse facturen en de inschrijvingen op de klantenrekening (of de rekening-courant). Eén factuur was wel voor (bijna) het juiste bedrag, maar uit verklaringen achteraf van de klant bleek dat hij die factuur betwistte.

Ook dat bij de behandeling van het bezwaar tegen een aanslag in de vennootschapsbelasting (o.m. met een aanslag geheime commissielonen), de betrokken ambtenaar blijkbaar wel genoegen had genomen met de uitleg van de belastingplichtige, maakt geen indruk op het Hof. De aanslag in de personenbelasting (in hoofde van de zaakvoerster) staat immers los van de aanslag in de vennootschapsbelasting, aldus het Hof.

De fiscus kreeg dus over heel de lijn gelijk. De zaakvoerster werd belast op de 10.000 euro.

Bewijslast

Deze zaak kan natuurlijk niet zomaar veralgemeend worden, want de belastingplichtige wekt de indruk dat zij haar zaakjes niet helemaal op orde had. Hoewel het arrest er niet expliciet op ingaat, slaagde de zaakvoerster er blijkbaar zelfs niet in om rekeninguittreksels voor te leggen waarmee ze de beweerde stortingen had kunnen documenteren. Maar dat neemt niet weg dat de aangehaalde principes algemeen gelden en dus ook belastingplichtigen parten kunnen spelen die minder slordig geweest zijn.

Zo leidt een niet aangegeven inkomen (zoals vermoed kan worden van het kwestieuze bedrag op de creditzijde van de rekening-courant) in principe tot een aanslag van ambtswege, en dat brengt dan weer een omkering van de bewijslast met zich mee. Met andere woorden: het is dan niet meer aan de fiscus om te bewijzen dat het inkomen belastbaar is, maar de belastingplichtige moet kunnen bewijzen dat het betwiste bedrag niet belastbaar is. Op zijn minst kan men dan het voordeel van de twijfel niet meer inroepen als er verwarring is over overschrijvingen, boekingen of facturen. En ook het eenjarigheidsbeginsel is onverbiddelijk als er geen gecorrigeerde jaarrekening is.

Bron: Arrest van het Hof van Beroep van Luik van 15 januari 2021

Lees hier het originele artikel