De VZW als instrument anno 2022

Webinar on demand

Voordeelpakket
‘Vennootschapsrecht’

5 Webinars on demand

Contracteren met rechtspersonen

Webinar on demand

Overeenkomst tot overdracht/overname van aandelen

Webinar on demand

Overeenkomst tot overdracht/overname van aandelen – Fiscale aspecten

Webinar on demand

Aandeelhouders-overeenkomsten : een grondige analyse in het licht van de nieuwe wetgeving

Webinar on demand

Het moduleren van winstrechten: een vloek of een zege vanuit fiscaal oogpunt? (Marlex)

Auteurs: Elke Malfait en Annebel Vanhoorne (Marlex)

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) bepaalt dat rechten verbonden aan aandelen in ruime mate vrij gemoduleerd kunnen worden. Hierdoor ontstaat een vrijheid om meerdere ‘soorten’ aandelen te gaan creëren. Deze vrijheid creëert heel wat opportuniteiten, ook op fiscaal vlak. In het kader van het opmaken van een familiale vermogensplanning kan worden gespeeld met de soorten aandelen (om een onderscheid tussen ouders en kinderen te creëren), voor vennootschappen met gemengd aandeelhouderschap die liquidatiereserves bezitten, kan het moduleren van winstrechten een oplossing bieden,…. Desalniettemin moet rekening worden gehouden met mogelijke fiscale valkuilen. Met betrekking tot het VVPRbis-regime kan het moduleren van winstrechten negatieve implicaties hebben.

Fiscale valkuil: VVPRbis-regime

Dankzij het VVPRbis-regime kunnen dividenden die voortkomen uit aandelen op naam van kleine vennootschappen, onder bepaalde voorwaarden van een verlaagd tarief van roerende voorheffing genieten, zijnde 15% of 20% in plaats van 30%.

Om te kunnen genieten van het gunstregime moeten de aandelen uitgegeven zijn naar aanleiding van een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013. Dit kan door middel van een kapitaalverhoging of door het oprichten van een nieuwe vennootschap. Een belangrijke bijkomstige voorwaarde is evenwel dat de aandelen geen enkele voorkeursbehandeling mogen genieten. De aandelen mogen met andere woorden niet preferent zijn. Door het opleggen van deze voorwaarde poogde de wetgever fiscale misbruiken in de kiem te smoren. Een vennootschap met oude aandelen, die niet voor het VVPRbis-regime in aanmerking komt, zou immers een kapitaalverhoging kunnen doorvoeren waarbij de voorwaarden van het VVPRbis-regime wel vervuld zijn. Wanneer men aan deze aandelen winstpreferentie zou verlenen, zou een groot deel van de winst toch uitgekeerd kunnen worden aan het verlaagd tarief – wat niet het opzet van de wetgever was.

Maar wat als een vennootschap in het verleden enkel aandelen heeft uitgegeven die in aanmerking komen voor het VVPRbis-regime en nadien beslist om via een statutenwijziging een aantal aandelen winst-preferent te maken? Gaat het VVPRbis-regime door deze winst-preferente aandelen dan teniet?

Het antwoord op deze vraag is op vandaag niet éénduidig. Aan de ene kant blijkt uit een letterlijke lezing van artikel 263, §2, lid 6 WIB92 dat de uitsluiting van het VVPRbis-regime enkel speelt voor preferente aandelen die zouden ontstaan bij de vermogensverhoging zelf. Bijgevolg zou het VVPRbis-regime wel spelen wanneer preferente aandelen later gecreëerd worden door een statutenwijziging. Dit werd reeds bevestigd door de rulingdienst zij het in het kader van het eerdere VVPR-bis regime. Aan de andere kant meent de minister van Financiën dat elk voorrecht dat wordt gekoppeld aan een aandeel, het betrokken aandeel per definitie diskwalificeert van het VVPRbis-regime.

Het moduleren van winst of stemrechten van VVPRbis-aandelen houdt dus een risico in. De fiscus kan dus het VVPRbis-statuut betwisten door te beargumenteren dat elk gemoduleerd aandeel met voordelen inzake winstrechten of stemrechten preferent is.

Fiscale opportuniteit: liquidatiereserve

Een KMO-vennootschap kan een liquidatiereserve aanleggen die mits betaling van een afzonderlijke aanslag van 10% op het bedrag van de aan te leggen liquidatiereserve, kan genieten van een bijzonder fiscaal statuut. De liquidatiereserve kan gezien worden als een spaarpot die later fiscaal voordelig kan worden uitgekeerd. Naar gelang de omstandigheden zal bij uitkering van een dividend die afkomstig is uit de aangelegde liquidatiereserve een tarief van 20%, 5% of zelfs 0% roerende voorheffing van toepassing.

Het verlaagd tarief en de vrijstelling spelen enkel wanneer de liquidatiereserve uitgekeerd wordt aan aandeelhouders-natuurlijke personen. De uitkering van de liquidatiereserve aan de aandeelhouder-rechtspersoon wordt als een gewoon dividend gezien waaraan in principe geen belasting kleeft nu toepassing kan worden gemaakt van de DBI aftrek en verrekening mogelijk is van de eventueel ingehouden roerende voorheffing. Dit had tot gevolg dat het aanleggen van een liquidatiereserve niet interessant bleek te zijn voor vennootschappen met een gemend aandeelhouderschap. De uitgekeerde dividenden komen immers principieel toe aan alle aandeelhouders in verhouding tot hun participaties, ongeacht of ze natuurlijke persoon of een vennootschap zijn. Hieruit volgt dat de 10 % bijzondere aanslag -in het geval van een uitkering aan een aandeelhouder-vennootschap- voor niets is betaald.

De mogelijkheid om soorten aandelen te creëren, stelt een einde aan dit probleem. Concreet is het mogelijk om in de statuten een onderscheid te maken tussen A- aandelen, aangehouden door een natuurlijke persoon, en B-aandelen, aangehouden door een rechtspersoon. Elk aandeel geeft recht op een gelijk bedrag aan dividenden. De oplossing bestaat erin statutair vast te leggen dat  dividenden die toegekend worden aan A-aandelen bij voorrang geput worden uit de liquidatiereserve en dividenden die geput worden uit gewone belaste reserves bij voorrang toe te wijzen aan de aandeelhouders-vennootschappen.

Op deze manier blijft het ook voor vennootschappen met een gemengd aandeelhouderschap interessant om een liquidatiereserve aan te leggen.

De Rulingcommissie bevestigde reeds dat dergelijke toewijzing van de liquidatiereserve geen fiscaal misbruik uitmaakt.

Fiscale opportuniteit: familiale vermogensplanning

Doordat de rechten verbonden aan de aandelen vrij gemoduleerd kunnen worden, wordt de overdracht van familiebedrijven naar de volgende generatie eenvoudiger gemaakt. Vaak wenst men de familievennootschap door te geven aan de kinderen of kleinkinderen, maar wenst men tegelijkertijd de controle over de familievennootschap te behouden, al dan niet met recht op inkomsten. Hiervoor werd vaak gewerkt met vruchtgebruikconstructies en een structuur die boven de familiale vennootschap wordt geplaatst of via een burgerlijke maatschap, Nederlandse Stichting administratiekantoor,…

Sinds de invoering van het nieuwe WVV kunt u ook in de statuten van uw familiale vennootschap afspraken maken over de vermogensrechten en stemrechten in de vennootschap. Zo kan enerzijds geopteerd worden voor aandelen met meer stemrechten die dan kunnen toekomen aan de ouders/grootouders of aan de actieve familieleden en anderzijds voor aandelen met minder stemrechten voor de overige familieleden of voor de jongere familieleden. Ook op het vlak van de vermogensrechten kunnen de aandelen worden gemoduleerd zodat het gewenste deel van de inkomsten kan worden toebedeeld aan de ouders/grootouders of aan de actieve familieleden.

De mogelijkheden zijn enorm, maar zullen afhankelijk zijn van iedere specifieke situatie. Bij het uitwerken van verschillende categorieën van aandelen dient men de mogelijke fiscale valkuilen steeds indachtig te zijn.

Bron: Marlex