Groepsbijdrage: de fiscus verduidelijkt de nieuwe fiscale aftrek (aternio)

Auteur: Sophie Claeys (aternio)

Publicatiedatum: 13/06/2020

Vorig jaar hebben we u reeds bericht over de eerste stapjes van “fiscale consolidatie” in België en dit vanaf aanslagjaar 2020.

Via een nieuwe aftrekregeling genaamd de “groepsbijdrage”, probeert België fiscaal te concurreren met andere Europese lidstaten. De groepsbijdrage is vervat in artikel 205/5 WIB’92.

Groepsbijdrage: waarover gaat het?

Kort samengevat, komt het er op neer dat men het verlies van het jaar van een vennootschap, onder bepaalde voorwaarden, kan afzetten tegen de winst van een andere vennootschap van eenzelfde groep.

Concreet draagt een bepaalde vennootschap, de overdragende vennootschap, een deel van haar belastbaar resultaat over via een groepsbijdrage aan een andere verlieslatende vennootschap, de ontvangende vennootschap. Op die manier kan men belastbare materie verschuiven naar een andere entiteit binnen dezelfde groep.

Met de circulaire nr. 2020/C/29 van 13 februari 2020 over de aftrek van de groepsbijdrage in de vennootschapsbelasting geeft de fiscale Administratie meer toelichting. Deze circulaire verduidelijkt het fiscaal regime en illustreert dit ook met enkele voorbeelden. Wij pikken er hierna alvast de belangrijkste zaken uit.

Groepsbijdrage overeenkomst

Eén van de essentiële voorwaarden om van de aftrek te kunnen genieten is het afsluiten van een “groepsbijdrage overeenkomst” . Voor elk jaar dat men de groepsbijdrage wil toepassen, zullen de twee betrokken vennootschappen een nieuwe overeenkomst moeten sluiten.

Om de groepsbijdrage te kunnen toepassen, dienen beide vennootschappen deze overeenkomst af te sluiten vóór het indienen van de aangifte over het jaar waarop de groepsbijdrage van toepassing is. Voor boekjaren die afsluiten op 31 december 2020, heeft men in principe tijd tot september 2021.

In bijlage van de circulaire werd eveneens een model van dergelijke groepsbijdrage overeenkomst gevoegd.

In de overeenkomst moeten minstens volgende clausules worden opgenomen:

  • de verbintenis van de ontvangende vennootschap om het bedrag van de groepsbijdrage op te nemen in de aangifte als winst van het belastbaar tijdperk dat verbonden is met het aanslagjaar waarop die overeenkomst betrekking (art. 205/5 § 3 lid 3 WIB 92) ;
  • de verbintenis van de overdragende vennootschap om aan de ontvangende vennootschap een vergoeding te betalen gelijk aan de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn geweest indien het bedrag van de groepsbijdrage niet in mindering was gebracht van haar winst van het belastbaar tijdperk (art. 205/5 § 3 lid 4 WIB 92).
Bedrag groepsbijdrage, de fiscale korf en aftrekbeperking

De circulaire bevestigt dat de wet geen beperking oplegt qua bedrag van de groepsbijdrage.  Het bedrag van de groepsbijdrage hoeft dus niet beperkt te blijven tot het bedrag van het verlies van de verlieslatende vennootschap.

De Administratie zal er wel over waken dat de doelstelling van de wetgever, namelijk het behandelen van verbonden vennootschappen als één fiscale entiteit, gewaarborgd blijft. De regeling mag er m.a.w. niet toe leiden dat winst van de belastingplichtige, die tegen het gewoon tarief  had moet worden belast, tegen een verminderd tarief wordt belast bij de ontvangende vennootschap.

Indien aan alle voorwaarden is voldaan, kan de groepsbijdrage worden afgetrokken van de winst van het belastbaar tijdperk.

Die aftrek doet zich voor na de aftrek van de niet-belastbare bestanddelen, de DBI-aftrek, de aftrek voor octrooi-inkomsten, de aftrek voor innovatie-inkomsten en de investeringsaftrek. De aftrek is beperkt tot het fiscaal resultaat dat overblijft na die bewerkingen.

In de aangifte in de vennootschapsbelasting verlaagt men tevens de begintoestand van de reserves met het bedrag van de groepsbijdrage.

Vanaf de boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2019, is de basis voor de fiscale korf gelijk aan het saldo van de winst die overblijft na de aftrek van de groepsbijdrage.

Groepsbijdragevergoeding

In de groepsbijdrage overeenkomst verbindt de belastingplichtige zich ertoe een vergoeding te betalen die gelijk is aan de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn indien de groepsbijdrage niet in mindering was gebracht van de winst van het belastbaar tijdperk.

Die zogenaamde “groepsbijdragevergoeding” moet de vermogensneutraliteit van de transactie garanderen.

Een daadwerkelijke storting van de vergoeding is vereist. Een loutere boeking als schuld zonder effectieve betaling is dus niet voldoende.

Ook wanneer de vennootschap geen vennootschapsbelasting zou moeten betalen zou de groepsbijdrage verschuldigd zijn. Dit kan zich voordoen omdat er bijvoorbeeld nog overgedragen verliezen zijn. Dit is evenwel het standpunt van de fiscale administratie, de vraag stelt zich of dit wel correct is.

Er kan evenwel voor de berekening van de groepsbijdragevergoeding rekening worden gehouden met het verlaagd tarief in de vennootschapbelasting. Dit verlaagd tarief is van toepassing op de eerste schijf van 100.000 euro belastbaar resultaat bij een kleine vennootschap. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met eventuele vermeerderingen wegens gebrek aan voorafbetaling.

De groepsbijdrage vormt een verworpen uitgave bij de overdragende vennootschap. Bij de ontvangende vennootschap wordt ze vrijgesteld via een verhoging van de begintoestand van de reserves. Verder is er geen bijzondere ficheplicht zoals bedoeld in art. 57 WIB’92.

Conclusie

De eerste stapjes richting volledige fiscale consolidatie zijn gezet, maar we zullen vandaag heus nog geen fiscale marathon lopen.

De circulaire 2020/C/29 licht het fiscaal regime van de groepsbijdrage toe en geeft verduidelijking bij de nieuwe regeling. Echt wereldschokkende of vernieuwende zaken zijn er niet in te vinden. In bijlage van de circulaire is wél een interessant model te vinden van de groepsbijdrage overeenkomst. Doe er uw voordeel mee!

Lees hier het originele artikel