Eén plus één is niet altijd twee : Hof van Cassatie over schadebegroting bij post-acquisitie geschillen (Corporate Finance Lab)

Auteur: Olivier Roodhooft (Corporate Finance Lab)

Publicatiedatum: 17/12/2020

In een arrest van 4 december 2020 (C.19.0342.N) oordeelde het Hof van Cassatie over de schadebegroting van de persoonlijke schade in hoofde van de koper bij een post-acquisitie geschil. Het Hof bevestigt hierin dat het verschil tussen de werkelijke financiële situatie van de vennootschap enerzijds en een overschatting van deze financiële situatie in de referentiebalans anderzijds niet zomaar gelijk te stellen valt met de schade van de koper van de doelvennootschap.

In 2010 werden de aandelen van twee doelvennootschappen verkocht na een due diligence-onderzoek dat werd beperkt tot enkele basisdocumenten. Enkele maanden na de overname ontstond er discussie over enkele onregelmatigheden in de referentiebalans ten bedrage van 2.097.959,65 euro. In eerste aanleg werd de vordering van de kopers volledig ongegrond verklaard. Het hof van beroep hervormde dit arrest gedeeltelijk met betrekking tot twee inbreuken op de verklaringen en waarborgen, namelijk voor oninbare facturen en een oninbare waarborg die wel waren opgenomen in de referentiebalans (beiden een overschatting van het werkelijke actief in de referentiebalans). De verkopers werden veroordeeld tot een schadevergoeding van ongeveer 400.000,00 euro vermeerderd met intresten. De schadevergoeding die door de rechter ten gronde werd toegekend aan de kopers stemt exact overeen met het totaalbedrag van de oninbare facturen én de oninbare waarborg.

Het Hof van Cassatie vernietigde het arrest van de bodemrechter op basis van volgende redenering:

“Een contractuele schuldeiser kan enkel opkomen ter vergoeding van de schade die hij zelf heeft geleden. Bijgevolg kan een aandeelhouder wegens wanprestatie van een door hem gesloten contract enkel opkomen voor de persoonlijke schade en niet voor de schade die de vennootschap treft.

….

De appelrechter die oordeelt dat eerste verweerster recht heeft op een schadevergoeding tot beloop van het totaalbedrag van de onbetaalde facturen/de oninbare waarborgsom, zonder na te gaan of de onjuiste voorstelling van zaken heeft geleid tot een overeenkomstig waardeverlies van de aandelen, en dus zonder na te gaan of de schadevergoeding de persoonlijke schade van de koper niet te boven gaat, schendt artikel 1149 Burgerlijk Wetboek”

Het Hof bevestigt ten eerste dat de koper van de aandelen van de doelvennootschap enkel een vergoeding kan vorderen voor schade die hij zelf heeft geleden en dus niet de schade van de vennootschap. In essentie herhaalt het Hof dus het algemene principe dat de aandeelhouders geen vorderingsrecht hebben voor afgeleide schade (Zie o.m. J. VANANROYE, “Strictly personal, not business: contractuele schade in de vennootschapssfeer” in liber amicorum Luc Weyts, Brussel, Larcier, 2011, 617-634).

In casu vormt de overschatting van het actief echter geen directe schade in hoofde van de vennootschap: de overschatting van het actief van de vennootschap in de referentiebalans impliceert namelijk niet dat het actief van de vennootschap ook effectief verminderd is. De financiële situatie van de vennootschap is een gegeven op het moment van overname, de referentiebalans is slechts een boekhoudkundige weergave hiervan. Overschattingen van deze boekhoudkundige weergave hebben – abstractie gemaakt van eventuele fiscale gevolgen – dan ook geen impact op de werkelijke financiële situatie.

Het Hof bevestigt met voormelde passage ten tweede ook dat de persoonlijke schade van de koper, tenminste bij gebrek aan contractuele bepalingen hieromtrent, niet zomaar begroot kan worden door deze gelijk te stellen met een overwaardering van de financiële situatie van de vennootschap in de referentiebalans. Dit betekent dat de rechter ten gronde de persoonlijke schade van de koper in concreto moet begroten door na te gaan wat de impact is van de overwaardering op de waarde van de aandelen van de koper. Zo zal onder meer – maar niet limitatief – het fiscale voordeel van de vennootschap door het afschrijven van de onbetaalde facturen moeten worden meegenomen.

Het arrest illustreert de moeilijkheden van kopers van de aandelen van een doelvennootschap in een post-acquisitie geschil om de begroting van hun schade te bewijzen. Het belang van contractuele clausules in overnameovereenkomsten om als koper persoonlijke schade te vorderen kan dan ook niet worden onderschat. Een goede definitie van schade, duidelijke begrotingsprincipes en/of een forfaitair schadebeding kan de optelsom en het bewijs voor de koper-aandeelhouder aanzienlijk vereenvoudigen.

Lees hier het originele artikel