De relativiteit van de kwijting van bestuurders (Corporate Finance Lab)

Auteur: Joeri Vananroye (Corporate Finance Lab)

Publicatiedatum: 01/07/2021

Na de goedkeuring van de jaarrekening beslist de AV bij afzonderlijke stemming over de kwijting van bestuurders en leden van de raad van toezicht (art. 5:98, 6:83 en 7:149 WVV; voor de VZW: art. 9:20 WVV). Door een geldige kwijting doet de vennootschap afstand van de actio mandati.

Belgische bestuurders – en het belang van de kwijting lijkt toch echt wel typisch iets van het Belgisch vennootschapsrecht- overschatten wellicht het comfort dat een kwijting biedt. Het gisteren besproken cassatie-arrest van 18 juni 2021 herinnert er aan dat de kwijting de curator niet bindt indien zij namens de gezamenlijke schuldeisers vordert. Dit is ondermeer het geval indien de curator vordert op grond van de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid voor kennelijke grove fout of voor wrongful trading.

Er zijn nog andere belangrijke grenzen aan het comfort dat een kwijting biedt:

  • De kwijting geldt niet als verweer tegen een minderheidsvordering, die enkel kan worden ingesteld op initiatief van aandeelhouders die geen geldige kwijting hebben goedgekeurd (of voor fouten die niet door de kwijting worden gedekt).
  • De afstand door de vennootschap van de interne aansprakelijkheidsvordering heeft vanzelfsprekend geen invloed op externe aanspakelijkheidsvorderingen van derden en van aandeelhouders voor persoonlijke schade.

Soms wordt wel eens beweerd dat een aandeelhouder die vóór kwijting stemt ook afstand doet van eventuele individuele vorderingen die hij zou hebben voor persoonlijke schade. Evident is dat echter niet, vanuit de beperkende interpretatie die aan een afstand van recht wordt gegeven.

  • Kwijting is enkel geldig indien in de jaarrekeningen geen weglatingen of onjuistheden voorkomen die de werkelijke toestand van de vennootschap verbergen.
  • Overtredingen van de statuten en het WVV zijn enkel gedekt door de kwijting indien bepaaldelijk aangegeven in de oproeping.
  • Het is betwist of een kwijting bestuurders ontslaat van aansprakelijkheid voor een eventuele onrechtmatige daad jegens de vennootschap. Dit zal vooral aan de orde zijn bij bestuursfouten die ook misdrijven uitmaken. Zelfs indien we aannemen dat een kwijting niet automatisch onrechtmatige daden dekt, is er geen reden om af te wijken van de gemeenrechtelijke regel dat ook afstand kan worden gedaan van een aansprakelijkheidsvordering uit onrechtmatige daad, zelfs als die een misdrijf vormt. In het gemeen recht veronderstelt een afstand wel een grotere “kennis van zaken” dan bij de vennootschapsrechtelijke kwijting. Het is nl. niet voldoende dat de jaarrekening een waarheidsgetrouw beeld geeft van de toestand van de vennootschap, maar de AV moet ook in staat zijn om uit de jaarrekening de gepleegde fouten af te leiden.

Als de curator de gewone contractuele aansprakelijkheidsvordering van de vennootschap zelf (actio mandati) instelt, is de rechtsgeldig vóór het faillissement verleende kwijting haar in beginsel we tegenwerpelijk. Wie beginsel zegt, zegt uitzonderingen. Die komen morgen aan bod.

Zie hierover Beginselen van Organisatierecht, hoofdstuk 9, in het bijzonder randnr. 161.

Lees hier het originele artikel