De dubbele uitkeringstest in het nieuwe WVV: de balans- en liquiditeitstest (Talo Advocaten)

Auteur: Shannon Van Eyck (Talo Advocaten)

Publicatiedatum: 20/04/2021

Draait u ondanks (of dankzij?) Corona toch mooie cijfers en overweegt u om aan de aandeelhouder(s) en/of de bestuurder(s) uitkeringen te doen? Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voert voor zulke zaken voortaan een dubbele uitkeringstest in voor de BV. Het doel van deze dubbele test? De solvabiliteit van de onderneming waarborgen.

De dubbele uitkeringstest heeft niet enkel betrekking op de uitkering van dividenden. Ook tantièmes, de inkoop van eigen aandelen, terugbetaling van een inbreng etc. zullen voortaan deze testen moeten doorstaan.

De eerste test die moet doorlopen worden, is een balanstest. Deze test vervangt de vroegere netto-actieftest bij de BVBA. Krachtens deze test mag er geen uitkering gebeuren indien het nettoactief van de vennootschap negatief is of ten gevolge van de uitkering negatief zou worden.

HET NETTOACTIEF WORDT ALS VOLGT BEREKEND:

Nettoactief* = Totaalbedrag van de activa – Voorzieningen – Schulden – Niet-afgeschreven kosten van oprichting en uitbreiding – Kosten van onderzoek en ontwikkeling.

* Voor de bepaling van het nettoactief kan u de laatst goedgekeurde jaarrekening OF een recentere staat van activa en passiva gebruiken.

Is de uitkomst negatief? Dan kan er dus geen uitkering plaatsvinden.

De tweede test is een liquiditeitstest. Volgens deze test mag winst slechts worden uitgekeerd “als de vennootschap, volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste 12 maanden te rekenen van de datum van de uitkering”.

Voor deze test wordt geen berekeningswijze voorzien in de wet zodat de bestuurders van uw onderneming enige vrijheid krijgen om de liquiditeit van de onderneming te beoordelen. Er kan dus rekening gehouden worden met de specifieke context en de omstandigheden van uw onderneming.

Op het einde van de rit zal uw bestuursorgaan dus moeten oordelen of er, gelet op de beide testen, een uitkering kan plaatsvinden. Hiervan maken zij een verslag op. Indien er een uitkering wordt verricht ondanks dat het eindresultaat van de testen negatief is, dan zijn uw bestuurders aansprakelijk voor alle mogelijke schade die het gevolg is van die verrichting.

De onterechte uitkering kan teruggevorderd worden van uw aandeelhouders. Daarnaast kan er ook een terugvordering plaatsvinden van alle andere personen aan wie een uitkering werd toegekend. Het terugvorderen van de uitkeringen is mogelijk, ongeacht of de begunstigde op de hoogte was van het negatieve resultaat van beide testen. Ook dit is nieuw, voordien kon enkel in geval van kwade trouw een uitkering teruggevorderd worden.

Het is dus duidelijk dat bovenstaande testen best met de nodige zorgvuldigheid worden uitgevoerd.

De dubbele uitkeringstest werd zowel voor de BV als voor de CV in de wet voorzien. Heeft u uw onderneming echter georganiseerd als een NV, dan geldt de voormelde dubbele test niet, maar moet er slechts een netto-actieftest gevoerd worden. Hierbij geldt dat het netto-actief niet mag dalen tot beneden het bedrag van het kapitaal. Deze test is niet nieuw, maar was voor de wetswijziging al een vereiste.

Voor de overige vennootschapsvormen (VOF, maatschap of Comm. V.) gelden de uitkeringstesten zoals hierboven beschreven niet aangezien hier de vennoten persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor eventuele schade. Wettelijk opgelegde testen zijn bijgevolg in deze vennootschapsvormen overbodig.

Lees hier het originele artikel