Het nieuwe verbintenissenrecht

Webinar on demand

De koop anno 2021 and beyond – Inclusief publicatie

Webinar on demand

Beleggings- en verzekeringsproducten anno 2022

Webinar on demand

De VZW als instrument anno 2022

Webinar on demand

Verzekeringen en marktpraktijken: de laatste ontwikkelingen

Webinar op 16 juni 2022

De nietigheid naar huidig en toekomstig verbintenissenrecht

Webinar op 16 juni 2022

Bestuurder van een onderneming: een strafrechtelijke risky business (Van Steenbrugge Advocaten)

Auteur: Esther Theyskens (Van Steenbrugge Advocaten)

De economische wereld is in toenemende mate onderworpen aan gedetailleerde regelgeving in diverse domeinen, zoals het sociaal, fiscaal, financieel, ondernemings- en milieurecht. Inbreuken op deze regelgeving worden niet alleen administratiefrechtelijk, maar ook strafrechtelijk beteugeld. Hierdoor lopen bedrijven en hun bestuurders dagelijks strafrechtelijke risico’s, vaak zonder dit te beseffen. Bestuurders doen er dan ook goed aan om alert te zijn voor deze risico’s en, waar mogelijk, hun voorzorgsmaatregelen te nemen.

Een eerste belangrijk punt om weten is dat een bestuurder geen enkele strafrechtelijke bescherming geniet op basis van het gegeven dat hij handelt in het kader en het belang van een onderneming en niet (noodzakelijk) in zijn of haar eigenbelang. De vennootschap, haar bestuurder(s) en haar aangestelde(n) kunnen namelijk (onder de hieronder bepaalde voorwaarden) samen strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld worden voor een misdrijf gepleegd in de ondernemingscontext.

Om de vennootschap schuldig te verklaren aan een misdrijf is vereist dat dit misdrijf een intrinsiek verband heeft met de verwezenlijking van haar doel of de waarneming van haar belangen, of dat dit voor haar rekening werd gepleegd. Aan deze criteria is in de praktijk voldaan als het misdrijf gepleegd is in het kader van de exploitatie van de vennootschap (bv. de niet-naleving van de geluidsnormen door een café).

Daarnaast zal de rechter doorgaans onderzoeken welke persoon (bestuurder of andere leidinggevende) de beslissings- en/of controlebevoegdheid had binnen de onderneming om het misdrijf te voorkomen. Indien kan worden aangetoond dat deze persoon bewust een bepaalde daad gesteld heeft, of net nagelaten heeft om een bepaalde daad te stellen terwijl de zorgvuldige uitoefening van zijn taken dit vereiste, is hij strafrechtelijk verantwoordelijk. Van belang om weten is dat een bestuurder of leidinggevende niet aan de strafrechtelijke verantwoordelijkheid zal ontsnappen wanneer hij niet op de hoogte was van de (strafbare) daden van een medewerker, indien hij op basis van zijn (controle- en toezichts-)taken op de hoogte had moeten of minstens kunnen zijn.

Om het risico op een strafrechtelijke veroordeling te beperken is het raadzaam dat een bestuurder of leidinggevende zijn invloed en controlemacht actief aanwendt en steeds een schriftelijk spoor nalaat van zijn eventueel protest tegen een bepaalde gang van zaken. Daarnaast kan de delegatie van bepaalde bevoegdheden een uitweg bieden. Dit houdt in dat transparant wordt bepaald wie verantwoordelijk is voor de uitoefening van een bepaalde taak van toezicht of leiding. Vereist is onder andere dat de persoon aan wie de taak gedelegeerd wordt, beschikt over de juiste professionele bekwaamheid, de middelen en het gezag om de naleving van de toepasselijke regelgeving te handhaven en dat hij deze taak aanvaardt. Gebeurt de delegatie correct, dan kunnen de (andere) bestuurders strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor misdrijven gepleegd in het kader van de gedelegeerde taak vermijden.

Voor het openbaar ministerie blijven bestuurders echter gemakkelijke doelwitten in de vervolgingsstrategie voor misdrijven gepleegd in de ondernemingscontext. Zelfs als ze een correcte uitoefening of delegatie van hun bevoegdheden kunnen bewijzen, is het mogelijk dat ze zich moeten verantwoorden voor de strafrechter. In dat geval heeft een bestuurder met een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering die ook de strafrechtelijke verdedigingskosten dekt, alvast een zorg minder.

Bron: Van Steenbrugge Advocaten