Nieuwe (Vlaamse) erf- en schenkbelasting vanaf 1 september 2018 (Greenille by Laga)

Auteur: Greenille by Laga

Publicatiedatum: 31/07/2018

In navolging van de hervorming van het erfrecht, voerde het Vlaamse Parlement op 27 juni 2018 een hervorming van de erf- schenkbelasting in. Het Decreet tot hervorming daarvan verscheen in het Belgische Staatsblad van 20 juli 2018 en de wijzigingen treden in werking op 1 september 2018. Samen met het nieuwe erfrecht dus, en overigens ook met het nieuwe huwelijksvermogensrecht.

Eveneens in lijn met het nieuwe erfrecht publiceerde de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) ook al enkele standpunten. Ook deze standpunten treden in werking op 1 september 2018.

We lichten hierna de hoofdpunten toe van de nieuwe erf- en schenkbelasting bij een successieplanning.

Het “wettelijk toegekend vruchtgebruik”

Een nieuw concept in het erfrecht is het zogenaamd “wettelijk toegekend vruchtgebruik”. Bij het overlijden van de schenker zal de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik krijgen op de goederen die zijn of haar echtgenoot tijdens het huwelijk heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik. In het ‘oude’ erfrecht was deze verkrijging van het vruchtgebruik door de langstlevende via de regels van de inbreng onbelast.

Ingevolge een nieuwe fictiebepaling (toevoeging bij artikel 2.7.1.0.2 VCF) zal het “wettelijk toegekend vruchtgebruik” voortaan onderworpen zijn aan erfbelasting, volgens de klassieke tarieven van de erfbelasting. En dus met behoud van eventuele vrijstellingen (gezinswoning) of verminderingen (aandelen van familiale vennootschappen).

De terugval van vruchtgebruik

Schenkingen van roerende goederen onder opschortende voorwaarde/termijn van overlijden van de schenker worden fiscaal gelijkgesteld met legaten (art. 2.7.1.0.3, 3e VCF). De bedoeling was om schenkingen in volle eigendom aan kinderen onder voorwaarde/termijn van overlijden te belasten met erfbelasting. Maar deze bepaling had ook als (onbedoeld) gevolg dat de verkrijging door een beding van terugval (schenker bepaalt dat bij zijn overlijden zijn echtgenote het vruchtgebruik krijgt) onderworpen was aan erfbelasting.

Dit onbedoeld gevolg zal niet langer bestaan. Voortaan zal dus geen erfbelasting verschuldigd zijn bij terugval van het vruchtgebruik in het voordeel van de langstlevende (of een derde), indien de schenker ook voor zichzelf het vruchtgebruik had voorbehouden (nieuw artikel 2.7.1.0.3,3e VCF). Op een terugval kan wel nog schenkbelasting verschuldigd zijn.

Erfovereenkomsten

De nieuwe erfwet laat verschillende punctuele erfovereenkomsten toe en voert daarnaast de mogelijkheid in een ‘globale overeenkomst’ of ‘familiepact’ op te stellen. Dergelijke overeenkomsten kunnen melding maken van eerdere niet-geregistreerde schenkingen. Deze vermelding heeft als gevolg dat deze schenkingen (ongeacht hun datum) onderworpen zijn aan schenkbelasting, door het feit van hun vermelding. Men vreesde dat deze fiscale implicatie een rem zou vormen op het gebruik van dit nieuwe instrument.

Hierop werd geanticipeerd door een nieuw tweede lid toe te voegen aan artikel 2.8.3.0.5 VCF. De vermelding van een nietgeregistreerde schenking in een erfovereenkomst is door deze wijziging niet langer onderhevig aan schenkbelasting.

Men kan er wel voor kiezen om op deze vermelde schenkingen toch schenkbelasting te laten heffen. Er is dan een fiscale verklaring noodzakelijk in de akte.

Fiscale implicaties van de erfenissprong

Erfgenamen willen soms een deel van de erfenis doorschenken aan hun kinderen. Op die schenking zullen zij in principe schenkbelasting betalen, ook al werd het geschonken voorwerp kort daarvoor ook belast met erfbelasting.

Deze ‘dubbele belasting’ bestaat niet langer via artikel 2.8.6.0.9 VCF, dat onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling in de schenkbelasting invoert: “Als de waarde van de goederen die belast is met de erfbelasting, of een deel van deze goederen, binnen het jaar na het overlijden van de erflater, door een verkrijger van wie de verkrijging belast werd aan het tarief voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners, bij notariële akte wordt geschonken aan een of meer van zijn afstammelingen of aan een of meer personen die voor de toepassing van de schenkbelasting met afstammelingen worden gelijkgesteld, wordt de schenking vrijgesteld van de schenkbelasting in de mate dat de waarde van de geschonken goederen de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen niet te boven gaat.”

Aan de vrijstelling zijn dus onder meer een volgende voorwaarde verbonden:

  • de schenking gebeurt bij notariële akte en binnen het jaar na het overlijden;
  • het overlijden van de erflater heeft plaatsgevonden na 31 augustus 2018;
  • de vrijstelling die geldt in de schenkbelasting kan niet hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat reeds werd geheven.
Standpunten in verband met nieuwe erfwet

Inbreng met generatiesprong – Erfovereenkomst met generatiesprong

De nieuwe erfwet maakt een zogenaamde ‘inbreng met generatiesprong’ mogelijk. Het gaat om een schenking door een grootouder aan een kleinkind, waarbij de ouder van dat kleinkind de inbreng van de schenking op zich neemt. Het kleinkind zal de schenking op zijn beurt moeten verrekenen in de nalatenschap van zijn ouder. Via deze nieuwe techniek kan een grootouder dus schenken aan kleinkinderen, zonder de gelijkheid tussen de eigen kinderen te doorbreken. Er is dus twee keer te verrekenen: door de ouder (die de inbrengverplichting op zich neemt) en door het kleinkind. Vlabel stelt in haar standpunt SP nr. 17047 dat dit een louter burgerrechtelijke fictie is, zonder implicaties op fiscaal vlak. Enkel de reële schenking (deze tussen de grootouder(s) en kleinkind(eren) wordt belast.

Verklaring tot behoud van de modaliteiten van oude schenkingen

Wanneer de erflater overlijdt na de inwerkingtreding van de nieuwe erfwet, zullen schenkingen – zelfs indien zij plaatsvonden voor de inwerkingtreding van de nieuwe erfwet – onderworpen zijn aan de nieuwe erfwet. De schenker heeft echter de mogelijkheid om voor de notaris een verklaring tot behoud af te leggen tot 1 september 2019 (de termijn werd via de reparatiewet verlengd). Bemerk dat deze verklaring enkel bepaalde regels van het ‘oude’ erfrecht doet behouden. Meer toelichting over deze verklaring vindt u in een andere
newsflash.

Wat indien in deze verklaring melding wordt gemaakt van eerdere niet-geregistreerde schenkingen? Vlabel stelt terecht dat de verklaring van behoud als eenzijdige verklaring door de schenker nooit een titel kan vormen voor de heffing van de schenkbelasting (SP 17054).

Lees hier het originele artikel