>, Straf- en strafprocesrecht>Strafbaarheid van het zonder toestemming verspreiden van seksueel getint audio- of beeldmateriaal, vereist geen herkenbaarheid van het slachtoffer voor derden (Joachim Meese)

Strafbaarheid van het zonder toestemming verspreiden van seksueel getint audio- of beeldmateriaal, vereist geen herkenbaarheid van het slachtoffer voor derden (Joachim Meese)

Auteur: Joachim Meese, advocaat

Publicatiedatum: 07/11/2019

Artikel 371/1, 1e lid, 2° van het Strafwetboek bestraft hij die de beeld- of geluidsopname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten toont, toegankelijk maakt of verspreidt, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan. Die bepaling werd ingevoegd bij wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft.

In een arrest van 29 oktober 2019 (P.19.0800.N) verduidelijkt het Hof van Cassatie dat voor de strafbaarheid van het tonen of verspreiden van dergelijke beelden niet vereist is dat hij of zij die erop voorkomt, herkenbaar is voor derden (randnummer 5 van het arrest). Deze strafbepaling beoogt namelijk niet enkel de bescherming van de privacy, maar ook van de seksuele integriteit.

Een slachtoffer dat zichzelf herkent op de verspreide beelden, kan dus zonder problemen klacht neerleggen, ook al is dat slachtoffer voor derden helemaal niet herkenbaar.

Uit dit arrest kan echter niet worden afgeleid dat de persoon die op de bewuste opname vertoond wordt of hoorbaar is, niet noodzakelijk identificeerbaar zou moeten zijn. Aangezien het ontbreken van toestemming van de betrokkene tot verspreiding van de opname wel een constitutief element uitmaakt van het misdrijf, zal het doorgaans namelijk wel nodig zijn te weten wie de betrokkene is om uit te maken of hij of zij die toestemming heeft verleend. Een gebrek aan identificatie van de betrokkene, zou dus wellicht leiden tot twijfel over het al dan niet voorhanden zijn van de toestemming tot verspreiding, tenzij in het (waarschijnlijk eerder uitzonderlijke) geval dat dit gebrek aan toestemming zelfs zonder identificatie duidelijk uit de opname zou blijken.

Lees hier het originele artikel

2019-11-17T11:49:39+00:00 18 november 2019|Categories: Privacy recht - Straf- en strafprocesrecht|Tags: , , |