>>>Overheidsopdrachten en berekening van de geraamde waarde. Cassatie-arrest 14 juni 2019 (LegalNews.be)

Overheidsopdrachten en berekening van de geraamde waarde. Cassatie-arrest 14 juni 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 02/09/2019

De visie van het hof van beroep te Gent van 24 mei 2013

De appelrechters stellen vast dat de overheidsopdracht de levering betreft van medicatie aan de residenten verblijvend in het woon- en zorgcentrum van de verweerder.

Zij oordelen dat het aangewezen is te bepalen of de waarde van de betwiste overheidsopdracht al dan niet het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en stellen ter controle hiervan een gerechtsdeskundige aan. Zij oordelen in dit verband dat:

  • de subsidiëring van de gezondheidszorg en de aankoopsubsidiëring van de geneesmiddelen door de bevoegde overheid via het systeem van de SIS-kaarten, meer bepaald de RIZIV-tussenkomst, geen vergoeding uitmaakt ten voordele van de apotheker, de potentiële inschrijver, die mee in aanmerking dient te worden genomen bij de controle of het Europese drempelbedrag wordt bereikt
  • de verweerder op deze RIZIV-tussenkomst noch controle, noch vat heeft en hierin in het geheel zelfs niet blijkt tussen te komen
Oordeel van het Hof van Cassatie

Krachtens artikel 9, lid 1, Richtlijn 2004/18/EG, thans vervangen door art-kel 5, lid 1, Richtlijn 2014/24/EU, moet de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht gebaseerd zijn op het totale bedrag, exclusief btw, zoals geraamd door de aanbestedende dienst. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het geraamde totaalbedrag, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van het contract.

Krachtens artikel 28 KB Overheidsopdrachten, dat een omzetting vormt van voormeld artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG, wordt het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen bepaald op grond van het totaalbedrag van de opdracht.

In zijn arrest van 18 januari 2007, C-220/05, Auroux, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat “ter bepaling van de waarde van een opdracht in de zin van [artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG] rekening moet worden gehouden met de totale waarde van de opdracht vanuit het oogpunt van een potentiële inschrijver, wat niet alleen alle bedragen omvat die de aanbestedende dienst zal moeten betalen, maar ook alle inkomsten die van derden zullen worden verkregen” (r.o. 57).

Het Hof van Justitie wijst erop dat “aangezien de in de richtlijn vastgestelde procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten juist beogen te waarborgen dat potentiële inschrijvers die in de Europese Unie zijn gevestigd, toegang hebben tot de overheidsopdrachten die voor hen van belang zijn, voor de berekening of de waarde van een opdracht de vastgestelde drempelbedragen heeft bereikt, van hun standpunt dient te worden uitgegaan” (r.o. 53). Volgens het Hof van Justitie is het “in dit verband duidelijk dat wanneer de waarde van een opdracht wordt gevormd door inkomsten die zowel van de aanbestedende dienst als van derden afkomstig zijn, het belang van een dergelijke opdracht voor een potentiële inschrijver verband houdt met de totale waarde van de opdracht” (r.o. 54).

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt aldus kennelijk dat bij de waardebepaling van een overheidsopdracht in de zin van artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG zowel rekening moet worden gehouden met de bedragen die de aanbestedende dienst aan de potentiële inschrijver zal betalen als met alle inkomsten die deze inschrijver van derden zal verkrijgen.

Door bij de waardebepaling van de overheidsopdracht aldus uitsluitend rekening te houden met de bedragen die de aanbestedende dienst aan de potentiële inschrijver zal moeten betalen, zonder de inkomsten in acht te nemen die deze inschrijver van derden zal verkrijgen, met name de RIZIV-tussenkomst, schenden de appelrechters de aangevoerde wetsbepalingen.

Lees hier het Cassatie-arrest

Themadag ‘Overheidsopdrachten anno 2020’ op 7 mei 2020

Tijdens deze Themadag ‘Overheidsopdrachten’ worden, na de plenaire sessie door de auteur van het boek, zes opleidingen gegeven door ervaren praktijkjuristen, waarbij ruime mogelijkheid tot vraagstelling wordt voorzien.

De formule van deze Themadag is uitermate flexibel: elke deelnemer kan voor een forfaitaire basisprijs twee sessies naar keuze volgen, maar zich bijkomend inschrijven voor twee andere sessies (in totaal kan een deelnemer dus vier sessies volgen).

Deelnemers aan de themadag krijgt het nieuwe boek ‘De aanbestedende overheid & Capita Selecta’ (uitgave ter waarde van €130) van spreker Peter Teerlinck als documentatie.

Tijdens deze themadag wordt er uiteraard ook ruimschoots aandacht besteed aan relevante recente rechtspraak.

Sprekers:

  • meester Peter Teerlinck (advocaat-vennoot & De Bandt)
  • Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (advocaat-vennoot Caluwaerts Uytterhoeven, hoofddocent verbonden aan de faculteit Architectuur KULeuven)
  • meester Stephanie Moras (advocaat Caluwaerts Uytterhoeven)
  • meester Maarten Somers (advocaat-vennoot Schoups)
  • meester Carlo Cardone (advocaat Schoups)
  • meester Peter Flamey (advocaat-vennoot Flamey Advocaten)
  • meester Bob Martens (advocaat-vennoot DLA Piper)
  • meester Andi Zrza (advocaat DLA Piper)
  • meester Elke Casteleyn (advocaat-vennoot Casteleyn Advocaten)
  • meester Neil Braeckevelt (advocaat-vennoot Crivits & Persyn)
  • meester Evelien Vanhauter (advocaat Crivits & Persyn)

Meer informatie

2020-01-25T11:55:04+00:00 2 september 2019|Categories: Overheidsopdrachten - Publiek recht|Tags: , |