>>>Het nieuwe Waalse Bodemdecreet (Eubelius)

Het nieuwe Waalse Bodemdecreet (Eubelius)

Auteurs: Bart Martel en Laura Janssens (Eubelius)

Publicatiedatum: 14/12/2018

Met het Waalse decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering komt een einde aan een decennium van inactiviteit in de Waalse bodemregelgeving. Het vorige decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer bleef immers grotendeels dode letter. Zo werd de databank betreffende de toestand van de bodems nooit opgericht. Ook de bepaling die opsomde welke feiten aanleiding geven tot het uitvoeren van bodemverplichtingen, was nooit in werking getreden.  Er is nu een nieuwe regeling, die ook spoedig in werking zal treden, meer bepaald op 1 januari 2019. 

Feiten die aanleiding geven tot bodemverplichtingen

Het vervullen van bodemverplichtingen, waaronder het uitvoeren van een oriënteringsonderzoek, en indien nodig, het uitvoeren van een kenmerkend onderzoek en verdere sanerings- of andere handelingen, wordt door het nieuwe decreet in de volgende gevallen opgelegd:

  • naar aanleiding van een stedenbouwkundige, eenmalige of geïntegreerde vergunningsaanvraag voor bepaalde handelingen, op een terrein dat in de databank ondergrond als vervuild of potentieel vervuild is aangemerkt. Deze databank is vandaag reeds consulteerbaar;
  • bij de stopzetting van een milieuvergunning, eenmalige of geïntegreerde vergunning voor een installatie of activiteit die een risico voor de bodem inhoudt;
  • in geval van milieuschade die de bodem treft; en
  • na een beslissing van de administratie in geval van ernstige aanwijzingen van bodemverontreiniging.
Overdrachten van gronden worden niet geviseerd

De overdracht van grond wordt in het nieuwe decreet niet opgenomen als een feit dat bodemverplichtingen oplegt. Dat bij een overdracht van grond geen bodemverplichtingen worden opgelegd, werd door de decreetgever noodzakelijk geacht om te vermijden dat vastgoedtransacties geblokkeerd of vertraagd zouden worden. Uiteraard belet dit de partijen niet om zelf te beslissen om toch vrijwillig een oriënteringsonderzoek uit te voeren, om beter geïnformeerd te zijn over de toestand van de bodem op het overgedragen perceel.

Bij een overdracht van een grond – en overigens ook bij overdracht van een milieuvergunning – moet wel steeds een bodemattest of “eensluidend verklaard uittreksel van de databank ondergrond” aangevraagd worden en aan de overnemer worden overgemaakt. Dat bodemattest mag niet ouder zijn dan één jaar. De inhoud ervan moet ook in de onderhandse of authentieke akte met betrekking tot de overdracht van de grond worden overgenomen.

Indien uit het attest zou blijken dat de grond als vervuild of potentieel vervuild wordt aangemerkt, en de overdrager reeds door de administratie werd verplicht om bodemverplichtingen uit te voeren, moet uit de overeenkomst of akte blijken of de overnemer van de grond die bodemverplichtingen zal overnemen of niet. Een gebeurlijke overname moet vooraf worden gemeld aan de administratie, die dan mag eisen dat voor de uitvoering van de verplichtingen een zekerheid wordt gesteld.

Herziening van de drempelwaarden

De drempelwaarden die bij overschrijding aanleiding geven tot een kenmerkend onderzoek worden verhoogd voor de commerciële, industriële en recreatieve gebruikstypes. De uitvoering van een kenmerkend onderzoek zal voor deze gebruikstypes dus minder snel vereist zijn dan onder gelding van het vorige decreet. Deze herziening van de drempelwaarden zou een impact hebben op ongeveer 150.000 ha binnen het Waalse gewest, wat 61% procent van de bebouwde terreinen zou vertegenwoordigen.

De drempelwaarden voor de andere gebruikstypes blijven onveranderd.

Versoepeling van de saneringsdoelstelling

Het nieuwe bodemdecreet versoepelt ook de terugsaneerwaarden.

Volgens het bodemdecreet van 5 december 2008 moest nieuwe bodemverontreiniging tot de referentiewaarden gesaneerd worden. Die referentiewaarden stemmen overeen met de concentraties aan polluenten die van nature, dus zonder menselijke activiteit, in de bodem verwacht kunnen worden. Het nieuwe decreet vereist voor nieuwe verontreiniging slechts een sanering tot hetzij tachtig procent van de drempelwaarde, hetzij het niveau van de bodemconcentratie (de referentiewaarde) indien deze hoger zou zijn dan 80% van de drempelwaarde.

Voor historische verontreiniging, dit is bodemverontreiniging die het gevolg is van een feit dat zich vóór 30 april 2007 heeft voorgedaan, vereiste het bodemdecreet van 5 december 2008 nog een sanering tot een door de administratie vastgesteld niveau, dat streeft naar de voormelde referentiewaarden en waarbij minstens het bestaan van een ernstige dreiging voor de volksgezondheid en het leefmilieu voorkomen werd. In het nieuwe decreet wordt voor de historische verontreiniging de verwijzing naar de referentiewaarden weggelaten. De sanering hoeft voortaan dus enkel het bestaan van een ernstige dreiging voor de volksgezondheid en het leefmilieu te voorkomen.

Door niet langer te vereisen dat met een sanering het herstel in de oorspronkelijke toestand wordt bereikt, wilde de decreetgever vermijden dat de kost van de sanering dermate hoog zou oplopen dat dit tot een beperking van de economische ontwikkeling binnen het Waalse gewest zou kunnen leiden.

Lees hier het originele artikel

2018-12-15T10:43:45+00:00 15 december 2018|Categories: Milieu- en stedenbouwrecht - Publiek recht|Tags: |