Boek 7 ‘Bijzondere contracten’
en de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op donderdag 7 november 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Actualia Overheidsopdrachten
2023/2024

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof) en mr. Peter Teerlinck (& De Bandt)

Webinar op dinsdag 3 december 2024

Overheidsopdrachten. Uitsluiting van opdrachtnemer als sanctie tijdens de uitvoering: is de Raad van State wel of niet bevoegd? (Advocalex)

Auteur: Alexander Verschave (Advocalex)

Wanneer een aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 48 AUR besluit om een opdrachtnemer wegens zijn tekortkomingen tijdens de uitvoering van een overheidsopdracht uit te sluiten van verdere deelname aan toekomstige overheidsopdrachten, voor een periode van drie jaar, dan kan er tegen die beslissing enkel een beroep worden ingediend bij de burgerlijke rechtbanken. De genomen beslissing valt namelijk niet af te splitsen van de uitvoering van de overeenkomst.

De Raad van State acht zich dus niet bevoegd op 1 maart 2024, waarbij de Raad oordeelt als volgt:

“In het licht van artikel 48 van het koninklijk besluit uitvoering, enerzijds, en de feiten van de zaak, anderzijds, blijkt de bestreden beslissing aldus te kaderen binnen de uitvoering van een overeenkomst gesloten tussen de verwerende partij en de verzoekende partij, en blijkt de betwisting die de verzoekende partij opwerpt met het indienen van het voorliggende beroep, betrekking te hebben op die uitvoering.

De omstandigheid dat de verwerende partij beschikt over een zekere discretionaire bevoegdheid bij de toepassing van artikel 48 van het koninklijk besluit uitvoering, wijzigt niets aan het gegeven dat het voorliggende geschil betrekking heeft op de uitvoering van een overeenkomst.

Geschillen omtrent de interpretatie, de uitvoering en de beëindiging of ontbinding van een overeenkomst dienen door de justitiële rechter te worden beslecht.

Indien de Raad van State zou aannemen dat hij rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het beroep tegen de bestreden beslissing op grond dat deze een eenzijdige administratieve rechtshandeling zou zijn, zou hij zich de bevoegdheid aanmatigen om uitspraak te doen over een geschil inzake de rechten en plichten die voortvloeien uit de uitvoering van een overeenkomst en aldus artikel 144 van de Grondwet schenden. Hieruit volgt dat de bestreden beslissing, wat de rechtsmacht van de Raad van State betreft, niet kan worden afgesplitst van die overeenkomst.”

Voorts is het nog interessant om te wijzen op de draagwijdte van de vermelding van artikel 70 van de overheidsopdrachtenwet (corrigerende maatregelen) bij het voornoemde artikel 48 AUR. Dit betekent dat de opdrachtnemer “de kans moet hebben om in het kader van een toekomstige plaatsingsprocedure te bewijzen dat de maatregelen die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond” (BS p. 68336). De “mogelijkheid om corrigerende maatregelen te laten gelden” geldt dus voor toekomstige plaatsingsprocedures, niet in het kader van de uitvoering van de opdracht waarin de bestreden beslissing is genomen.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Overheid & Aanbesteding