Overheidsopdrachten – De overstap naar de I-2021-Index vangt aan: wat houdt dit in voor uw lopende/nieuwe overheidsopdracht? (GD&A Advocaten)

Auteurs: Gitte Laenen, Pedro Gielen en Anse Speetjens (GD&A Advocaten)

Publicatiedatum: 19/03/2021

De I-index is een lijst van bouwmaterialen met een bepaalde weging aan de hand waarvan de prijsontwikkeling kan worden gevolgd. Deze tot op heden gehanteerde index dateert van 1995 en is sindsdien ongewijzigd gebleven. Gelet de stedenbouwkundige en technische ontwikkelingen bleek de nood aan een herziening van de I-Index echter hoog. In het hiernavolgende kan u lezen wat de nieuwe I-index impliceert en wat de gevolgen zijn voor nieuwe of reeds lopende overheidsopdrachten.

Algemeen

De prijsherziening is opgevat als een verzachting van de forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten. Dit met als doel om het opdrachtbedrag te indexeren op basis van de kostenontwikkeling van de aannemer voor een welbepaalde werf, daar de lonen, de sociale lasten en de materiaalprijzen opwaarts dan wel neerwaarts kunnen schommelen tussen het ogenblik waarop de aannemer zijn offerte indient en het ogenblik waarop hij de werken effectief uitvoert.

Bijgevolg is het van groot belang dat een prijsherzieningsformule zo wordt bepaald dat deze de ontwikkeling van de betreffende kosten correct weergeeft.

De prijsherzieningsformule heeft een forfaitair karakter en kan zowel in het voordeel als in het nadeel van de opdrachtnemer werken. Deze schommelingen zijn aldus inherent aan de prijsherzieningsformule. Doch is het zo dat de negatieve prijsherziening, die ondertussen reeds geruime tijd wordt waargenomen, de normale omvang van deze schommelingen overschrijdt.

De oorsprong van dit probleem is gelegen in de afwijkende trend in het indexcijfer van de industriële productieprijzen in vergelijking met die van de marktprijs voor cement en de ongeschikte samenstelling van het I-index.

Met deze problemen wordt komaf gemaakt dankzij de gemoderniseerde index, meer bepaald de I-2021-Index.

I-2021-Index

De I-2021-Index, bestaande uit 60 referenties (materialen en grondstoffen) onderverdeeld in 11 productgroepen elk met een eigen procentuele weging, impliceert een algemene indicator die voldoende representatief is voor de evolutie van de prijzen van de verscheidenheid aan materialen die hedendaags in de bouwsector worden gebruikt, zowel voor civieltechnische werken als voor de bouw van residentiële en niet-residentiële gebouwen.

In tegenstelling tot de I-index houdt de I-2021-Index niet langer rekening met de evolutie van de prijzen van aardolieproducten, met name benzine, diesel en bitumen.

De prijsevolutie van de verschillende referenties wordt opgevolgd aan de hand van de producentenprijsindexcijfers (hierna: “PPI”) op de binnenlandse markt, dewelke maandelijks gepubliceerd worden. Met andere woorden weerspiegelen de PPI de maandelijkse evolutie van de prijzen van economische activiteiten op de Belgische markt. Van de 60 referenties worden er 59 gevolgd door in totaal 27 producentenprijsindexcijfers. De resterende referentie, namelijk de “cement”-indicator wordt onderworpen aan een specifieke prijsbewaking, met name de gecertificeerde enquête van de Vlaamse Wegenfederatie.

Het gewicht dat aan een referentie toekomt, wordt in twee stappen bepaald:

  • Stap 1: Het gewicht van elke productgroep wordt bepaald door het relatieve gewicht in de aankopen door de bouwsector volgens de Aanbod- en Gebruikstabellen van de Nationale Bank van België.
  • Stap 2: Het gewicht van de productgroep wordt vervolgens verdeeld over de verschillende referenties op basis van hun relatieve belang in termen van binnenlandse productiewaarde.
Gevolgen

Voor de toepassing van de I-2021-Index dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen lopende overheidsopdrachten en nieuwe opdrachten.

Sedert januari 2021 kan er gebruik worden gemaakt van de I-2021-Index.

De “oude” I-index blijft van toepassing op alle overheidsopdrachten waarvoor de herzieningsformule naar deze index verwijst. Met andere woorden is de I-2021-Index niet automatisch van toepassing op overheidsopdrachten die reeds in uitvoering zijn. Doch beschikken de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer over de mogelijkheid om binnen de voorziene wettelijke grenzen de nieuwe index met terugwerkende kracht van toepassing te verklaren op hun lopende overheidsopdracht.

Bij nieuwe overheidsopdrachten is het aangewezen om in de opdrachtdocumenten, en meer bepaald in de herzieningsformule, uitdrukkelijk naar de nieuwe index te verwijzen daar de ‘verouderde’ I-index slechts gepubliceerd zal worden tot en met december 2022 en op termijn dan ook zal verdwijnen.

In het geval dat de I-2021-Index niet wordt vermeld, kunnen belangstellende aannemers, gelet artikel 81 KB Plaatsing 2017, om de toepassing ervan vragen. Deze vraagstelling dient ten laatste tien (10) dagen vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes de aanbesteder te bereiken. De I-2021-Index kan alsdan desgewenst aan de hand van een rechtszettingsbericht alsnog van toepassing worden verklaard.

Lees hier het originele artikel