>>>Winstuitkering in de toekomstige BV loopt niet van een ‘liquide’ dakje : de liquiditeitstest in het nieuwe vennootschapsrecht (LegalNews.be)

Winstuitkering in de toekomstige BV loopt niet van een ‘liquide’ dakje : de liquiditeitstest in het nieuwe vennootschapsrecht (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 18/06/2018

Mr. Bart Windey en mr. Bram Van Baelen lichten toe.

Op 4 juni 2018 werd het wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen neergelegd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Uiteraard zit de parlementaire behandeling van het WVV in een beginfase, geen van de voorgestelde veranderingen zijn al definitief en wijzigingen kunnen nog steeds worden doorgevoerd.

Een van de belangrijkste aanpassingen: de  afschaffing van het kapitaalbegrip in de ‘BV’

Eén van de belangrijkste aanpassingen die het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) voorziet is de afschaffing van het kapitaalbegrip in de besloten vennootschap (BV), de opvolger van de BVBA.

Onder het huidig recht bestaat immers de regel dat een BVBA (winst-)uitkeringen kan doen aan haar aandeelhouders zolang het netto-actief van de vennootschap niet zakt onder het maatschappelijk kapitaal. Een BVBA met bijvoorbeeld een netto-actief van 100 en een kapitaal van 20, kan vervolgens 80 uitkeren aan haar aandeelhouders. Door de afschaffing van het kapitaal verdwijnt deze grens en zal de BV ook de historische inbrengen van haar aandeelhouders (100) terug kunnen uitkeren.

Geplande uitkeringen en de dubbele uitkeringstest (balanstest én liquiditeitstest)

Dit betekent niet dat aandeelhouders volledig vrij spel hebben. Vooraleer aandeelhouders van een BV uitkeringen zullen kunnen doen, moeten de geplande uitkeringen onderworpen worden aan een dubbele uitkeringstest: een balanstest en een liquiditeitstest.

Vooral de nieuwe liquiditeitstest belooft de zaken niet per se eenvoudiger te maken. De BV mag pas middelen uitkeren nadat “het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat de vennootschap, volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van de uitkering” (art. 5:143 WVV). Of met andere woorden: het bestuursorgaan moet eerst nagaan of de vennootschap het geld van de uitkeringen niet voor andere zaken zal nodig hebben.

Liquiditeitstest: grote verantwoordelijkheid bij het bestuursorgaan

De liquiditeitstest legt een grote verantwoordelijkheid bij het bestuursorgaan. Zij moeten op basis van cash flow, toekomstige investeringen en verwachtingen nagaan of het wel verantwoord is om uitkeringen te doen. Een BV die volgens haar balanstest bijvoorbeeld 100 kan uitkeren, zal zo tweemaal nadenken als ze het jaar nadien zware investeringen moet doen of als er door marktomstandigheden een daling in de conjunctuur wordt verwacht.

Op het eerste gezicht lijkt de afschaffing van het kapitaalbegrip dus meer flexibiliteit met zich mee te brengen. De bijkomende liquiditeitstest nuanceert dit echter meteen en toont aan dat bij meer flexibiliteit meer (bestuurs)verantwoordelijkheid komt kijken.

2018-06-19T09:14:02+00:00 18 juni 2018|Categories: Ondernemingsrecht - Vennootschapsrecht|Tags: , |