>, Vennootschapsrecht>Spelregels voor de gehuwde aandeelhouder (Delboo)

Spelregels voor de gehuwde aandeelhouder (Delboo)

Auteur: Ariadne Van den Broeck (Delboo)

Publicatiedatum: november 2018

In onze eerdere nieuwsbrieven kon u reeds lezen dat op 1 september 2018 niet alleen het nieuwe erfrecht in werking is getreden, maar ook het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Eén van de wijzigingen aan het huwelijksvermogensrecht heeft betrekking op het statuut van de aandelen van vennootschappen die echtgenoten aanhouden binnen hun huwelijk. We zetten de nieuwe spelregels op een rijtje.

Onderscheid naargelang uw huwelijksstelsel

De regeling omtrent aandelen verschilt naargelang het stelsel waaronder u gehuwd bent. In het stelsel van scheiding van goederen is het principe eenvoudig: de aandelen die een echtgenoot voor of tijdens het huwelijk verkrijgt, behoren tot zijn eigen vermogen. Voor echtgenoten die gehuwd zijn onder een stelsel van gemeenschap (bv. zonder huwelijkscontract) moet men een onderscheid maken tussen de vermogenswaarde van de aandelen (bv. de uitkeringen bij een kapitaalvermindering) en de lidmaatschapsrechten (bv. het stemrecht op de algemene vergadering). Bovendien is het van belang of de aandelen voorhuwelijks zijn dan wel verkregen werden tijdens het huwelijk.

Aandelen verkregen vóór het huwelijk

We nemen als voorbeeld een koppel vijftigers dat pas gehuwd is, zonder huwelijkscontract. Mevrouw is zaakvoerder en aandeelhouder in een bvba die zij vóór het huwelijk heeft opgericht. Het spreekt voor zich dat de vermogenswaarde van de aandelen aan haar toekomt en dat ook de lidmaatschapsrechten eigen zijn.

Opgelet! Het nieuwe huwelijksvermogensrecht zorgt voor een belangrijke vernieuwing. Als mevrouw zichzelf tijdens het huwelijk maandelijks een zeer laag loon uitkeert, hoewel haar activiteit winstgevend is, zal zij bij de ontbinding van het huwelijk een vergoeding verschuldigd zijn aan het gemeenschappelijk vermogen. Die is gelijk aan de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen redelijkerwijze had kunnen ontvangen als mevrouw haar beroep niet binnen een vennootschap had uitgeoefend.

Dit is logisch: in een gemeenschapsstelsel komt het loon van beide echtgenoten toe aan de gemeenschap. De vrouw uit ons voorbeeld kan zich niet aan deze regel onttrekken door haar inkomsten disproportioneel opzij te zetten in een eigen vennootschap, terwijl de inkomsten van haar echtgenoot integraal in de gemeenschap vallen en worden opgebruikt in functie van het gezin. Het valt natuurlijk af te wachten hoe men deze regel zal toepassen in de praktijk. De concrete berekening van de vergoeding zal niet evident zijn (zie hierover ook onze nieuwsbrief van juni 2018).

Aandelen verkregen tijdens het huwelijk

Stel dat de bvba van mevrouw pas tijdens het huwelijk wordt opgericht (en na 1 september 2018) met gemeenschappelijke gelden. De aandelen worden op haar naam ingeschreven, maar beide echtgenoten zijn actief in de vennootschap als zaakvoerder. De vermogenswaarde van de aandelen is dan gemeenschappelijk omdat zij met gemeenschapsgelden zijn gefinancierd. Maar wat met de lidmaatschapsrechten?

De wet omschrijft twee hypotheses waarin deze eigen zijn aan de echtgenoot op wiens naam ze zijn ingeschreven: 1) het gaat om een vennootschap waarin enkel die echtgenoot zijn professionele activiteit als zaakvoerder of beheerder uitoefent, of 2) het gaat om een besloten vennootschap. Deze criteria zijn enkel van toepassing op aandelen verworven na 1 september 2018. Voor aandelen verkregen vóór die datum geldt de oude regel dat de lidmaatschapsrechten van gemeenschappelijke aandelen altijd eigen zijn aan de echtgenoot op wiens naam ze staan ingeschreven.

In ons voorbeeld valt het koppel niet onder de eerste maar wel onder de tweede hypothese: de bvba is een besloten vennootschap, waardoor de lidmaatschapsrechten uitsluitend toebehoren aan mevrouw. De wetgever wilde niet dat het huwelijksvermogensrecht dit besloten karakter zou doorkruisen. Als de vennootschap uit het voorbeeld een nv zou zijn waarin beide echtgenoten professioneel werkzaam zijn als zaakvoerder, dan zouden de lidmaatschapsrechten dus wel aan beide echtgenoten toekomen, ook al staan ze enkel op naam van mevrouw ingeschreven. Deze situatie valt immers niet onder één van de genoemde hypotheses.

Houd er rekening mee dat deze regels enkel gelden voor aandelen die ingeschreven staan op naam van één echtgenoot en die men tijdens het huwelijk heeft verkregen met gemeenschappelijke gelden (bv. inkomsten). Zijn de aandelen gefinancierd met gelden afkomstig uit een erfenis of schenking die één van de echtgenoten heeft gekregen en ingeschreven op naam van die echtgenoot, dan zijn zij eigen (zowel de vermogenswaarde als de lidmaatschapsrechten).

Het mag duidelijk zijn: het statuut van de gehuwde aandeelhouder is een verhaal met vele nuances. Aan de hand van bovenstaande spelregels kan u achterhalen welke principes op uw eigen situatie van toepassing zijn.

Lees hier het originele artikel

2018-11-29T17:11:29+00:00 29 november 2018|Categories: Personen- & Familierecht - Vennootschapsrecht|Tags: , , |