>>>Nieuwigheden inzake bestuur onder het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (Grant Thornton)

Nieuwigheden inzake bestuur onder het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (Grant Thornton)

Auteur: Tim Dausy (Grant Thornton)

Publicatiedatum: 06/12/2018

De Minister van Justitie heeft werk willen maken van een modernisering van het vennootschaps- en verenigingsrecht. Dat vernam u intussen vast. Hiertoe zal een nieuw ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen’ (afgekort WVV) worden ingevoerd, dat in de plaats zal treden van het bestaande Wetboek van vennootschappen en de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen.

Het ontwerp van het WVV is al voor de zomer ingediend in het parlement, maar heeft ondertussen al twee adviesrondes doorlopen bij de Raad van State en is op dit moment nog het voorwerp van in het parlement ingediende amendementen. Hoewel de definitieve wettekst dus nog niet vastligt, willen wij u de komende maanden de belangrijkste wijzigingen meegeven.

Deze eerste bijdrage behandelt de nieuwigheden op het vlak van bestuur van de NV en de BV (als opvolger van de BVBA).

Eenhoofdig bestuur voortaan mogelijk

Voortaan wordt eenhoofdig bestuur ook mogelijk in de naamloze vennootschap (NV). Tot op heden moet een NV worden bestuurd door een collegiale raad van bestuur, bestaande uit minstens drie leden. Enkel in NV’s waar er twee of minder aandeelhouders zijn, kan worden volstaan met twee bestuurders.

De verplichting van een collegiale, meerhoofdige raad van bestuur zorgde in vele kmo’s die de vorm hadden van een NV voor problemen, aangezien er – mede omwille van het aansprakelijkheidsrisico – vaak te weinig kandidaten waren om de (vertegenwoordiger van de) hoofdaandeelhouder te flankeren in de raad van bestuur. Bovendien kon het ook voor de hoofdaandeelhouder vervelend zijn, aangezien er door de verplichte benoeming van minstens één collega-bestuurder altijd een ‘pottenkijker’ moest worden toegelaten op het hoogste bestuursniveau, waaraan wettelijke bepaalde stem- en onderzoeksrechten werden toegekend.

De mogelijkheid tot eenhoofdig bestuur in een NV zal dan ook op enthousiasme worden onthaald door de praktijk, aangezien het bestuur van de KMO-NV op die manier aanzienlijk kan worden vereenvoudigd.

Bovendien zal aan de enige bestuurder van een NV ten aanzien van een aantal beslissingen (bijvoorbeeld statutenwijziging, winstuitkering) een vetorecht kunnen worden toegekend, wat niet in het minst in de context van familiale opvolging zeer interessant kan zijn.

Afschaffing term ‘zaakvoerder’ binnen de BV

Tot op heden werd het bestuursorgaan van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ‘zaakvoerder’ of ‘college van zaakvoerders’ genoemd, terwijl men in de context van een NV en coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) spreekt van een ‘bestuurder’ of ‘raad van bestuur’.

De wetgever heeft ervoor geopteerd om dit onderscheid niet langer te maken, zodat men voortaan ook in de context van een besloten vennootschap (BV), zijnde de rechtsopvolger van de BVBA, zal spreken over een ‘bestuurder’. De term ‘zaakvoerder’ zal dus geleidelijk aan verdwijnen.

Niet meermaals dezelfde persoon in één bestuursorgaan

Tot op heden was het mogelijk om in meerdere hoedanigheden te zetelen in een collegiaal bestuursorgaan van een vennootschap, bijvoorbeeld in eigen naam en als vaste vertegenwoordiger van één of meerdere andere bestuurders die de vorm hadden van een rechtspersoon. In de praktijk werd dit dikwijls gedaan om aan het minimaal bepaalde aantal bestuurders te komen of in de feiten te zorgen voor een meervoudig stemrecht voor een bepaalde persoon binnen de schoot van de raad van bestuur.

Iedere persoon zal onder de nieuwe wet nog slechts in één hoedanigheid kunnen worden aangeduid als lid van een bestuursorgaan. Binnen de vennootschappen waar er vandaag nog wordt gecumuleerd, zal dit moeten worden stopgezet.

Duaal bestuursmodel wordt mogelijk

Iedere NV (niet een BV dus) zal de mogelijkheid hebben om te kiezen voor een duaal bestuursmodel, met een overkoepelende door de algemene vergadering benoemde raad van toezicht, die op zijn beurt een directieraad samenstelt.

Het betreft een ‘echt’ duaal systeem, waarbij geen enkele bestuurder of directeur kan zetelen in beide organen. Bovendien hebben beide organen van elkaar verschillende, exclusieve bevoegdheden: de raad van toezicht zal, zoals zijn naam aangeeft, toezicht uitoefenen op de directieraad, die de operationele leiding van de vennootschap zal voeren en de ‘restbevoegdheid’ zal hebben. Dit wil zeggen dat de directieraad bevoegd zal zijn voor alles wat niet volgens het WVV en de statuten is toegewezen aan de raad van toezicht of de algemene vergadering.

Het leidt geen twijfel dat het duaal bestuursmodel voor vele kmo’s als te zwaar zal worden ervaren, temeer daar de wetgever de mogelijkheid niet heeft voorzien om een duaal model in te voeren met een directieraad onder een individuele bestuurder.

Bovenstaande regeling komt in de plaats van het huidige directiecomité, dat na de invoering van het WVV enkel nog zal blijven bestaan voor vennootschappen uit de financiële sector (bijvoorbeeld banken en verzekeringsvennootschappen).

Ontslagbescherming en ontslagregelingen mogelijk voor bestuurders NV

Tot op heden schrijft het Wetboek van vennootschappen voor dat het mandaat van een bestuurder van een NV te allen tijde moet kunnen worden beëindigd door de algemene vergadering (de zogenoemde ad nutum’-afzetbaarheid). Dit betekent dat het momenteel onmogelijk is om een bestuurder van een NV – in zijn/haar hoedanigheid van bestuurder – ontslagbescherming te bieden, bijvoorbeeld door het bepalen van een opzegtermijn of het hem toekennen van een bepaalde ontslagvergoeding.

In het WVV wordt de ‘ad nutum’-afzetbaarheid nog altijd de standaardregel, maar wordt wel de mogelijkheid geboden om in de statuten of – indien de statuten niets bepalen dat hieraan in de weg staat – in de overeenkomst met de bestuurder hiervan af te wijken. Op die manier zal het dus mogelijk worden een bestuurder gedurende een bepaalde periode te beschermen tegen ontslag, bijvoorbeeld door hem een bepaalde minimumduur te garanderen of door in een opzegtermijn of ontslagvergoeding te voorzien.

Herdefiniëring dagelijks bestuur

In haar arrest van 26 februari 2009 heeft het Hof van Cassatie gesteld dat handelingen die niet behoren tot het dagelijks leven van de vennootschap (niet-recurrente handelingen) slechts tot het dagelijks bestuur behoren indien ze een gering belang vertonen én dermate dringend zijn dat de raad van bestuur niet tijdig kan worden bijeengeroepen. Dit zorgde ervoor dat er in de praktijk slechts een beperkt aantal niet-recurrente handelingen onder het dagelijks bestuur vielen en er om die reden in de praktijk vaak moest worden gewerkt met bijzondere volmachten, om zekerheid te hebben over de correcte vertegenwoordiging.

Het nieuw WVV knoopt terug aan met oude rechtsleer van voor het cassatiearrest van 2009 en omschrijft het dagelijks bestuur als (i) dagdagelijkse handelingen/beslissingen en (ii) niet-dagdagelijkse handelingen/beslissingen waarvan het gering belang óf (dus niet langer én) de hoogdringendheid het bijeenroepen van de raad van bestuur niet rechtvaardigen. Dit laatste betekent dat opnieuw een groter aantal beslissingen/handelingen onder het dagelijks bestuur zullen vallen, hetgeen in de praktijk zal worden toegejuicht.

Dagelijks bestuur nu ook in een BV

Voorts geven we nog mee dat het onder de nieuwe wet ook mogelijk zal zijn een orgaan van dagelijks bestuur aan te stellen in de nieuwe BV. Deze mogelijkheid ontbreekt vandaag nog voor de BVBA.

Nieuwe belangenconflictenregeling

Ook op het vlak van de belangenconflictenregeling zijn er nieuwigheden te melden. Deze regeling speelt wanneer een bestuurder bij een beslissing die moet worden genomen door het bestuursorgaan, een financieel belang heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap (hierna ‘strijdig belang’ genoemd). Een klassiek voorbeeld is de bestuurder die eigenaar is van een vastgoed en dit verhuurt aan de vennootschap.

Tot op heden is er een amalgaam aan procedures, die verschillen al naargelang de rechtsvorm, de activiteiten, het bestuursmodel en het aantal vennoten van de vennootschap in kwestie.

Als basisprincipe zal na invoering van het WVV gelden dat de bestuurder in kwestie niet langer mag deelnemen aan de beraadslaging en stemming over een agendapunt waarbij hij een strijdig belang heeft.

Als er andere bestuurders zijn die geen strijdig belang hebben, zullen zij dan de beslissing nemen.

Indien de bestuurder met een strijdig belang de enige bestuurder is of indien alle bestuurders een strijdig belang hebben, moet de beslissing worden voorgelegd aan de algemene vergadering. Indien de bestuurder die een strijdig belang heeft, tevens aandeelhouder is, mag hij op de algemene vergadering wel gewoon deelnemen aan de beraadslaging en over de voorgestelde beslissing stemmen.

Wanneer de algemene vergadering de beslissing goedkeurt, mag het bestuursorgaan (met inbegrip van de bestuurder die het strijdig belang heeft) de beslissing wel gewoon uitvoeren.

Indien het strijdig belang zich voordoet op het niveau van het directiecomité, zal de beslissing moeten worden voorgelegd aan de raad van toezicht. Als er leden van de raad van toezicht een strijdig belang zouden hebben, wordt gehandeld als hierboven omschreven (onthouding lid met strijdig belang, desgevallend escalatie naar de algemene vergadering).

Lees hier het originele artikel

2018-12-22T12:49:42+00:00 22 december 2018|Categories: Ondernemingsrecht - Vennootschapsrecht|Tags: , , , |