>>>Bestuurder-werknemer: kan dit nog onder het nieuw WVV? (Lamote Stragier Advocaten)

Bestuurder-werknemer: kan dit nog onder het nieuw WVV? (Lamote Stragier Advocaten)

Auteur: Bram Stragier en Maxim Savaete (Lamote Stragier Advocaten)

Publicatiedatum: 19/09/2019

Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (het “WVV”) stelt dat bestuurders hun mandaat enkel onder een zelfstandigenstatuut mogen uitoefenen:

[…] “Bestuurders kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden” […] (eigen onderlijning)

Het WVV bevestigt zo dat bestuurders steeds als zelfstandigen moeten handelen en hun mandaat niet als werknemer kunnen uitoefenen.

Vanuit sociaalrechtelijk oogpunt is dit niet nieuw. Het sociaal statuut der zelfstandigen voorzag reeds dat een vennootschapsmandataris een zelfstandige activiteit was.

Toch nog de beide statuten te combineren?

Dit belet niet dat een bestuurder daarnaast nog loontrekkende is in de bestuurde vennootschap.

De redenen daarvoor kunnen divers zijn, maar meestal heeft dit te maken met gunstige aspecten van het – opgebouwd – sociaal statuut van werknemers, bv. sociale bescherming, ontslagbescherming, opbouw anciënniteit, enz…

Afzonderlijk takenpakket

De activiteit van loontrekkende moet dan wel volledig losstaan van de taken als bestuurder in de bestuurde vennootschap. De arbeidsovereenkomst mag met andere woorden geen betrekking hebben op de taken als bestuurder.

Het stellen van rechtshandelingen is bij uitstek een bevoegdheid van een bestuurder. Het operationeel beheer van een onderneming zou bijvoorbeeld wél als werknemer kunnen uitgevoerd worden.

Dit onderscheid vergt een evenwichtsoefening, maar is mogelijk door de bevoegdheden van de bestuurders af te lijnen in het benoemingsbesluit en de bestuurdersovereenkomst enerzijds, en de functie en het takenpakket van de werknemer goed uit te schrijven in de arbeidsovereenkomst anderzijds.

Dit onderscheid dient nadien uiteraard ook in de praktijk strikt te worden nageleefd en bewaakt.

… en werkgeversgezag

Los van de afgrenzing van de twee onderscheiden takenpakketten, moet er ook aangetoond worden dat de loontrekkende zijn functie uitoefent in een band van ondergeschiktheid, d.w.z. onder het gezag van een orgaan, van een andere bestuurder of van een aangestelde van de vennootschap, met leidende en toezichthoudende bevoegdheid over het werk dat hij uitoefent.

In geval er geen werkelijk werkgeversgezag is, kan de werknemersovereenkomst immers door de sociale inspectie (retroactief) geherkwalificeerd worden naar een zelfstandigenstatuut.

In essentie mogen de omstandigheden binnen de vennootschap er niet toe leiden dat de betrokkene in zijn hoedanigheid van bestuurder de facto leiding en toezicht houdt over het werk dat hij zelf uitoefent als werknemer.

Het aantal leden van de Raad van Bestuur en de stemverhoudingen binnen de vennootschap hebben daarbij hun belang.

Besluit

Mits de vervulling van de hierboven vermelde voorwaarden, en mits de realiteit daaraan beantwoordt, kunnen beide statuten verenigd worden. Aan het behoud van deze combinatie blijkt in de praktijk een nood.

Daarbij hanteert men best volgende vuistregels:

  • voorzien dat de betrokkene als vennootschapsmandataris geen bevoegdheid heeft naar personeelszaken en werkgeversgezag toe (bv. hieromtrent ook niet kan stemmen binnen het bestuursorgaan);
  • een schriftelijke mandaatovereenkomst en werknemerscontract opstellen, met duidelijk onderscheiden takenpakket;
  • het aanduiden van één of meer onderscheiden bestuurder(s) die verantwoordelijk is/zijn voor het werkgeversgezag / personeelszaken.

Lees hier het originele artikel

2019-09-20T12:46:55+00:00 20 september 2019|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , , |