Service Level Agreements (SLA’s) bij ICT-contracten

Webinar on demand

Contracteren over auteursrechten
Een analyse na de wet van 19 juni 2022

Webinar on demand

Privacy en gegevensbescherming:
in conflict met de GBA

Webinar on demand

Privacy, gegevensbescherming en arbeidsrecht: de ontwikkelingen van het afgelopen jaar

Webinar on demand

SaaS-contracten: valkuilen en aandachtspunten

Webinar on demand

ICT-contracten opstellen en beoordelen

Webinar on demand

Dubbele kosten auteursrechten: forfait en beroepskosten? (Finnian & Columba)

Auteur: Bart Van Besien (Finnian & Columba)

Bij fiscale controles argumenteert de fiscus vaak dat er “dubbele kosten” afgetrokken worden, namelijk aftrek van de forfaitaire kosten voor de auteursrechten (roerend inkomen) en aftrek van de werkelijke kosten voor het beroepsinkomen.

Dubbele kostenaftrek auteursrechten?

De fiscus neemt daarbij het standpunt in dat de kosten voor de belastingplichtige gemeenschappelijk zijn voor de belastingstelsels van de roerende inkomsten en de beroepsinkomsten, en dat er dus geen “dubbele kostenaftrek” mag plaats vinden.

Dit is op zich geen nieuws. Een interne instructie van de centrale belastingdiensten van 2017 bepaalde reeds dat het kostenforfait in de auteursrechten(artikel 4KB/WIB92) niet kan gecumuleerd worden met de werkelijke kostenaftrek in de beroepsinkomsten(artikel 49 WIB92) als de kosten verbonden aan de zgn. “artistieke activiteit” niet bewezen worden (met als gevolg een proratisering van de werkelijke beroepskosten).

Betwisting dubbele kosten auteursrecht

Dit standpunt van de fiscus werd algemeen bekritiseerd in de rechtsleer.

Ook de Rechtbank van Eerste Aanleg van Waals-Brabant (17 januari 2022; No. 2022/100; zaak X tegen Belgische Staat) bevestigde in haar vonnis van 17 januari 2022 expliciet dat de forfaitaire kostenaftrek in het stelsel van de roerende inkomsten (auteursrechten) wel degelijk cumuleerbaar is met de aftrek van werkelijke beroepskosten in het stelsel van de beroepsinkomsten.

De rechtbank voegde toe dat het standpunt van de fiscus niet te rijmen valt met artikel 170 van de Grondwet (“Geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet”).

In deze uitspraak bevestigde de rechtbank uitdrukkelijk dat de belastingplichtige het recht had om cumulatief volgende kosten in mindering te brengen:

  • In het stelsel van de beroepsinkomsten: aftrek van de werkelijke beroepskosten gemaakt om prestaties te leveren (lokalen en daarmee verbonden kosten, fotoapparatuur, verplaatsingskosten, enz.);
  • In het stelsel van de roerende inkomsten: aftrek van de forfaitaire kosten in het kader van de overdracht van auteursrechten.

Dit volgt volgens mij ook uit de logische opbouw van het KB/WIB92:

  • Afdeling 3 KB/WIB92 (“Forfaitaire raming van de kosten die aftrekbaar zijn van het bruto-inkomen uit (…) auteursrechten”) voorziet in de mogelijkheid van forfaitaire kostenaftrek voor de roerende inkomsten uit auteursrechten (art. 3 tot 5).
  • Afdeling 4 KB/WIB92 (“Vaststelling van het nettobedrag van de beroepsinkomsten”) bepaalt de regels rond de aftrek van beroepskosten (art. 6 tot 11). De mogelijkheid tot proratisering wordt vermeld in afdeling 4 in verband met de beroepsinkomsten (namelijk artikel 7 §4 en §6), niet in afdeling 3 in verband met het roerend inkomen.

De “proratisering” voorzien in artikel 7 KB/WIB92 heeft dus enkel betrekking op de beroepsinkomsten, niet op de roerende inkomsten uit auteursrechten.

Dubbele kosten bij auteursrechten: conclusie

Er bestaat volgens mij geen wettelijk grondslag die de fiscale administratie toestaat om de werkelijke beroepskosten te verminderen omwille van het gebruik van de forfaitaire kostenaftrek voor de auteursrechten. Dit werd recent dus ook zo bevestigd door de Rechtbank te Nijvel, en ligt in lijn met eerdere rechtspraak van het Hof van Cassatie.

De wet voorziet voor elke inkomstencategorie apart de mogelijkheid om kosten in mindering te brengen die gemaakt zijn om inkomsten uit die categorie te behalen. Voor de beroepsinkomsten heeft een auteur dus recht op aftrek van de werkelijke beroepskosten. Voor de inkomsten uit auteursrechten heeft een auteur dus recht op aftrek van de kosten gemaakt in het kader van de overdracht van die auteursrechten. Als er geen bewijsstukken zijn, voorziet het KB in een forfaitaire kostenaftrek voor de auteursrechten. Er is geen wettelijke basis om beide systemen door elkaar te haspelen, en al zeker niet om de beroepskosten te verminderen omwille van het kostenforfait voor de auteursrechten.

Bron: Finnian & Columba