Summer Deal
‘Verzekeringen en aansprakelijkheid’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe verbintenissenrecht & koop/verkoop’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘Soft kills & Legal English’

3 webinars on demand

Insolventie van de advocaat

Webinar op 30 augustus

Summer Deal
‘De gerechtelijke reorganisatie’

3 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Bekendmaking van het vonnis van faillietverklaring en het latere vonnis dat de staking van betaling vaststelt door de griffier en niet door de curator. Cassatie-arrest van 2 juni 2022 (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Artikel 860, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat, ongeacht de verzuimde of onregelmatig verrichte vorm, een proceshandeling niet nietig kan worden verklaard, noch het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven, kan worden gesanctioneerd, indien de wet de sanctie niet uitdrukkelijk heeft bevolen.

Volgens artikel 861, eerste lid, van hetzelfde wetboek, kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt.

Krachtens artikel XX.107, eerste lid, WER, worden het vonnis van faillietverklaring en het latere vonnis dat de staking van betaling vaststelt, door de curator binnen vijf dagen na hun respectievelijke dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Uit de wetgeschiedenis blijkt dat de bekendmaking op last van de curator als gelijkwaardig moet worden beschouwd met deze op last van de griffier, maar dat de curator daartoe meer geschikt is en zulks bovendien bijdraagt tot de werklastvermindering van de griffies.

De appelrechters die oordelen dat de omstandigheid dat de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad plaatsvond door de griffier de rechtsgeldigheid van deze bekendmaking niet aantast zodat de in artikel XX.108, § 3, vierde lid, WER bedoelde beroepstermijn van 15 dagen is verstreken, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Lees hier het Cassatie-arrest van 2 juni 2022