>>>Geldigheidsvereisten niet-concurrentiebeding – Cassatie 14 september 2017 (LegalNews.be)

Geldigheidsvereisten niet-concurrentiebeding – Cassatie 14 september 2017 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 08/11/2017

Een niet-concurrentiebeding is strijdig met het principe van de vrije handel en nijverheid wanneer het onbeperkt is in activiteit, in tijd en/of ruimte. Dat betekent meer bepaald:

  • dat alleen activiteiten kunnen worden uitgesloten die direct concurrerend zijn met deze van de onderneming die het beding inroept;
  • dat de werking van het beding moet beperkt zijn tot de tijd die noodzakelijk is voor de doelstelling die het beding nastreeft;
  • dat de werking van het beding moet beperkt zijn tot een exact omlijnde regio die qua omvang redelijk is in het licht van de situatie.

Een interessante recente toepassing van deze principes is het Cassatie-arrest van 14 september 2017, waarin het concreet gaat om de verkoop op 20 december 2008 van de aandelen in de BVBA “Baeken Verhuizingen” aan een andere verhuisfirma, waarbij de overeenkomst voorzag in een niet-concurrentiebeding waarbij de verkoper zich ertoe verbond “gedurende een periode van 8 jaar dus tot en met 31 december 2016 noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks een concurrerende activiteit uit te oefenen met de verkochte vennootschappen op het grondgebied België”.

In de verkoopovereenkomst gaf de verkoper aan de koper ook het recht de commerciële benamingen verder te gebruiken en verbond hij er zich toe op geen enkele manier, hetzij rechtstreeks hetzij onrechtstreeks, gebruik te zullen maken van de firmanaam en of handelsnaam en dit voor het uitvoeren van activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking zouden hebben op de sector verhuizingen in de meest ruime zin van het woord.

Op 11 april 2012 richt de verkoper evenwel een nieuwe vennootschap op, “ABC Verhuizers”, waarna de koper bij exploot van 25 mei 2012 de verkoper laat dagvaarden in kort geding, teneinde hem het verbod te horen opleggen in België verhuisactiviteiten uit te oefenen tot 31 december 2016 onder verbeurte van een dwangsom.

Bij beschikking van 23 juli 2012 werd de vordering van de koper ongegrond verklaard en ook het hoger beroep werd ongegrond verklaard bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 december 2012.

Maar de koper laat bij exploot van 7 november 2012 de verkoper ten gronde dagvaarden voor de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, teneinde het verbod te horen opleggen hem tot en met 31 december 2016 te beconcurreren en dit zowel rechtstreeks, zijnde in eigen naam, als onrechtstreeks, zijnde via derden. Tevens vorderde de koper verbod te horen opleggen gebruik te maken van de benaming “Baeken Verhuizingen” en dit onder verbeurte van een dwangsom van €10.000 per inbreuk vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis. Tenslotte vorderde de koper ook schadevergoeding, dewelke provisioneel werd begroot op €250.000.

Bij vonnis van 10 maart 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van de koper ontvankelijk doch ongegrond, meer bepaald omdat het contractueel bedongen concurrentieverbod zowel qua ruimte als qua tijd te ruim geformuleerd en derhalve nietig was.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 februari 2015 stelde de koper hoger beroep in tegen dit vonnis en bij tussenarrest van 14 december 2015 wordt het hoger beroep van de koper toelaatbaar en reeds deels gegrond verklaard. De verkoper werd daarbij verbod opgelegd “verhuisactiviteiten uit te voeren tot 31 december 2016 en dit zowel rechtstreeks als onrechtstreeks via derden en gebruik te maken van de benaming “Baeken Verhuizingen” en dit onder verbeurte van een dwangsom van €10.000 per inbreuk vanaf de betekening van het tussen te komen arrest”. Daarnaast wordt ook een deskundigenonderzoek bevolen, met het oog op de beschrijving van de schade die de koper meende te hebben geleden.

De verkoper argumenteerde evenwel  dat het niet-concurrentiebeding strijdig was met het beginsel van vrijheid van handel en nijverheid omdat de activiteiten van “Baeken Verhuizingen” zich niet tot gans het Belgische grondgebied uitstrekten, doch in hoofdzaak beperkt waren tot de ruime regio Turnhout. Het beding dat een niet-concurrentieverbod oplegt met betrekking tot het ganse Belgische grondgebied was volgens de verkoper naar territorium dan ook een onredelijke beperking van de concurrentievrijheid en dus absoluut nietig.
Wat het ongeoorloofd gebruik van de naam “Baeken Verhuizingen” betrof, argumenteerde de verkoper dat er bewust voor een totaal benaming was gekozen, meer bepaald “ABC Verhuizers”, welke totaal verschillend is van “Baeken Verhuizingen”, maar dat het enkel zo is dat op de website van de firma “ABC Verhuizers” een onderdeel staat waarin de voorgeschiedenis van de activiteiten wordt geschetst met inbegrip van het feit dat de oprichter van “ABC Verhuizers” destijds “Baeken Verhuizingen” had opgestart (doch ook verkocht had), hetgeen op zich volstrekt toegelaten is.

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde vervolgens op 9 mei 2016 dat de omstandigheid dat “de activiteiten van de BVBA” Baeken Verhuizingen” zouden beperkt geweest zijn tot de regio Turnhout geen enkel belang heeft bij de beoordeling van de ruimtelijke beperking van het niet-concurrentiebeding. Op de argumentatie dat de benaming “Baeken Verhuizingen” geenszins gebruikt werd in het kader van de activiteiten en zeker niet als handelsnaam, werd niet geantwoord.

Maar op 14 september 2017 oordeelde het Hof van Cassatie dat door te weigeren na te gaan of de in het niet-concurrentiebeding bepaalde territoriale beperking niet verder reikt dan noodzakelijk om de concurrentie tegen te gaan en dienvolgens een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van handel en nijverheid inhoudt, de appelrechters hun beslissing niet naar recht velden.

Lees hier het volledige Cassatie-arrest

2017-11-13T10:35:15+00:00 8 november 2017|Categories: Handels- en financieel recht - Handelsrecht|Tags: , |