Het belang van de voorafgaande kennisgeving van uw algemene voorwaarden aan de consument (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteurs: Kristiaan CaluwaertsThaïs Habotte en Namitaa Shah (Caluwaerts Uytterhoeven) 

Publicatiedatum: 02/08/2021

Artikel VI.2 WER bepaalt dat, vooraleer een consument gebonden wordt door een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, of door een overeenkomst bedoeld in artikel VI.66, de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie verstrekt, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context: (…) 7° desgevallend de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en met het door de consument meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbare gebruik.

Volgens het Hof van Cassatie (arrest van het Hof van Cassatie van 18 juni 2021), houdt de verplichting voor de onderneming om informatie te verstrekken over de verkoopsvoorwaarden, krachtens voormeld artikel VI.2, 7°, WER, in dat de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst effectief kennis moet krijgen of, minstens, de redelijke mogelijkheid moet hebben om kennis te nemen van de algemene contractvoorwaarden.

Verder oordeelde het Hof van Cassatie dat uit deze wetsbepaling en de wetgeschiedenis volgt dat de consument, in de regel, mag worden geacht de redelijke mogelijkheid te hebben om kennis te nemen van algemene contractvoorwaarden wanneer deze op de keerzijde van een contractdocument voorkomen waarnaar wordt verwezen op de voorzijde. Hiervan kan echter niet worden uitgegaan wanneer het gaat om contractvoorwaarden die ongebruikelijk of buitensporig zijn.

In toepassing van laatstgemelde, oordeelde het Hof van Cassatie in haar arrest van 18 juni 2021 dat de loutere verwijzing naar een beding in de algemene voorwaarden, afgedrukt op de keerzijde van een ondertekende bestelbon, dat bepaalt dat de koper de overeenkomst, behoudens overmacht, enkel kan verbreken mits betaling van 30% van de overeengekomen totaalprijs, niet volstaat gelet op de zwaarwichtigheid van dit opzegbeding. In dit geval diende dit beding op de voorzijde van de ondertekende bestelbon te worden opgenomen opdat de consument hierdoor zou kunnen worden gebonden.

De onderneming wiens algemene voorwaarden wordt opgelegd aan de consument draagt de bewijslast van de informatieverplichting conform artikel VI.2 WER; meer bepaald, dient de onderneming te bewijzen dat zij de consument naar behoren en te goeder trouw heeft geïnformeerd over contractvoorwaarden die ongebruikelijk of buitensporig (zouden kunnen) zijn. Kan de onderneming dit niet bewijzen, dan vindt de betwiste contractvoorwaarde geen toepassing.

Ondernemingen, wees dus op uw hoede wanneer u ongebruikelijke of buitensporige contractvoorwaarden zou willen toepassen op relaties met uw medecontractant-consument.

Lees hier het originele artikel