Dwingende betalingstermijn voor grote ondernemingen (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteur: Ignace Kroos (Caluwaerts Uytterhoeven) 

Publicatiedatum: 18/02/2020

Een KMO is vanaf 29 april 2020 beschermd t.o.v. grote ondernemingen die hun doorgaans sterkere positie willen gebruiken om gunstigere betalingstermijnen te bekomen.

De wet van 28 mei 2019 die de wet van 2 augustus 2002 inzake de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties wijzigt, bepaalt dat de uiterste conventionele betalingstermijn tussen KMO’s (schuldeiser) en grote ondernemingen (schuldenaar) nog maximum 60 kalenderdagen mag bedragen. Na 29 april 2020 is elk contractueel beding dat voorziet in een langere betalingstermijn nietig.

In de huidige regelgeving staat een KMO bij momenten machteloos indien een grote onderneming haar eigen betalingstermijnen wil opleggen. Deze vorm van ‘kredietverlening’ kan een negatieve impact hebben op de liquiditeit van de betrokken KMO. Daar komt dus vanaf 29 april 2020 verandering in. Een KMO krijgt dan met de gelimiteerde betalingstermijn van 60 kalenderdagen bijkomende slagkracht t.o.v. grote ondernemingen. Indien partijen geen betalingstermijn bedingen, geldt de wettelijke termijn van 30 kalenderdagen.

De nieuwe regelgeving geldt enkel in het voordeel van KMO’s. De nieuwe wet voegt in één adem ook een definitie van een ‘KMO’ toe. Dit betreft een onderneming die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van volgende criteria, zoals bepaald in art. 1:24,§1 WVV, overschrijdt:

  • jaargemiddelde van aantal werknemers: 50
  • jaaromzet (excl. btw): 9.000.000 EUR
  • balanstotaal: 4.500.000 EUR

Tegelijkertijd beperkt de wetgever voor grote ondernemingen de maximale controle- en verificatietermijn van geleverde goederen en/of diensten tot maximum 30 kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst. Deze termijn is eventueel van belang om de aanvangstermijn van de maximale betalingstermijn te bepalen.

Lees hier het originele artikel