Actualia inzake e-commerce (Monard Law)

Auteurs: Daan De Jaeger en Willem De Vos – Monard Law 

1. Inleiding

E-commerce is meer dan ooit “booming business” mede dankzij de coronacrisis. Samen met de exponentiële groei van dit relatief jong distributiekanaal, neemt ook het regelgevend kluwen toe. In deze bijdrage bespreken we de laatste wetswijzigingen die voor u als onderneming belangrijk  kunnen zijn.

2. Consumentenbescherming

2.1 Modernisering van consumentenrechten

Met de Richtlijn (EU) 2019/2161 betreffende de modernisering  van consumentenrechten wil de EU haar consumenten beter beschermen door strenger op te treden tegen inbreuken op het consumentenrecht en door bijkomende informatieverplichtingen op te leggen bij online aankopen. De richtlijn beoogt een maximale harmonisatie en geldt enkel B2C. De lidstaten dienen de richtlijn om te zetten naar nationale wetgeving tegen 28 november 2021 met inwerkingtreding vanaf 28 mei 2022. Er ligt op heden een voorontwerp van wet op tafel dat het parlementair proces nog dient te doorlopen.

Sancties

De Richtlijn stelt dat de lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikkende maatregelen moeten nemen in het geval van o.a. de niet-naleving van de informatieverplichtingen bij online verkoop en de uitoefening van het herroepingsrecht. Bij het opleggen van sancties door de economische inspectie of de hoven en rechtbanken moet rekening gehouden worden met een niet-limitatieve lijst van indicatieve criteria bv. de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuken en het bestaan van eerdere inbreuken. De concrete invulling door de Belgische wetgever is op heden nog niet gekend, maar dit verdient nauwe opvolging.

Wat wel reeds vaststaat is dat bij grensoverschrijdende en wijdverspreide inbreuken bv. een flagrante miskenning van het herroepingsrecht door een webshop actief in meerdere lidstaten – een geldboete moet kunnen opgelegd worden door de bevoegde nationale autoriteit (i.e. de economische inspectie) met een maximumbedrag van 4% van de jaaromzet van de verkoper in de betrokken lidstaat of lidstaten. Wanneer de jaaromzet ongekend is, of van uitzonderlijke  omvang, kan een boete opgelegd worden tot maximaal  2 miljoen EUR.

Aanvullende informatieverplichtingen voor de verkoop via online platforms

De Richtlijn bevat verder een aantal aanvullende informatieverplichtingen voor de verkoop via online platforms:

  • Het online platform moet aan de consument algemene informatie beschikbaar stellen over de belangrijkste parameters die gebruikt worden voor de rangschikking van de aanbiedingen bij het uitvoeren van een zoekopdracht, alsook over het relatieve belang van de ene parameter ten opzichte van de andere parameters . Deze informatie moet beschikbaar worden gesteld in een specifieke afdeling van de online interface die rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is vanaf de pagina waarop aanbiedingen worden gedaan.
  • Het online platform moet de consument duidelijk maken of hij het product rechtstreeks bij het online platform aankoopt, dan wel bij een derde-verkoper actief op dat platform. De consument moet immers weten tot wie hij zich kan wenden bij vragen of moeilijkheden.

Wanneer de overeenkomst tot stand komt met een derde, moet het online platform de consument informeren of de derde die de producten aanbiedt, een onderneming of een particulier is. Deze informatie is van belang voor de consument aangezien de consumentenwetgeving (herroepingsrecht, wettelijke garantie) enkel van toepassing is in een B2C context. Als de derde-verkoper geen onderneming is, moet de consument geïnformeerd worden over de onmogelijkheid om zich op de consumentenwetgeving te kunnen beroepen. Deze informatie moet op een duidelijke en begrijpelijke wijze worden verstrekt, en niet enkel in de algemene voorwaarden of in soortgelijke contractuele documenten

2.2 Nieuwe regels inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten

De Richtlijn (EU) 2019/771 inzake consumentenkoop vervangt de oude Richtlijn (EG) 1999/44 met het oog op een verdergaande harmonisering van consumentenbescherming. De Richtlijn (EU) 2019/770  betreffende de levering van digitale inhoud en digitale diensten voert een specifiek regime in voor de verkoop van digitale producten zoals software, muziek, e-boeken enz., en digitale diensten, zoals cloudopslag of de toegang tot sociale media. Beide richtlijnen vullen elkaar aan en gelden enkel in een  B2C verhouding.

Deze richtlijnen dienden omgezet te worden naar nationaal recht tegen 1 juli 2021 en in werking te treden vanaf 1 januari 2022. Ze gelden enkel voor overeenkomsten die nadien worden afgesloten. De richtlijnen beogen een maximale harmonisatie van nationale wetgevingen, maar laten op enkele punten enig initiatief voor de lidstaten.  De Belgische wetgever heeft naar slechte gewoonte zijn huiswerk nog niet klaar. Er ligt momenteel een voorontwerp van wet op tafel dat uiteraard nog onderhevig is aan wijzigingen na advies van de Raad van State en tussenkomst van het Parlement.

Duur van de wettelijke garantie, conformiteitsgebreken en omkering van bewijslast

Elke verkoper is  jegens een consument aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek dat bestaat bij de levering van de goederen en dat aan het licht komt in een periode van twee jaar na levering. Deze  termijn geldt ook voor digitale elementen die deel uitmaken van een fysiek goed vb. software op een computer. De Richtlijn biedt de mogelijkheid aan lidstaten om een langere termijn dan twee jaar te voorzien. Uit het voorontwerp van wet blijkt evenwel dat de wettelijke garantietermijn van twee jaar vooralsnog behouden blijft.

De Richtlijn voorziet in een weerlegbaar vermoeden dat het  conformiteitsgebrek dat aan het licht komt tijdens het eerste jaar na de levering, al bestond op het moment van de levering. De verkoper is m.a.w. automatisch aansprakelijk zonder dat de koper hiervan het bewijs dient te leveren. Deze omkering van de bewijslast wordt in het voorontwerp van wet gewijzigd naar twee jaar (voorheen 6 maanden). De verkoper dient aan te tonen dat dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van de goederen (bv. bederfelijke producten zoals bloemen en

voeding) of met de aard van het conformiteitsgebrek (bv. veroorzaakt door de fout van de koper) om van zijn aansprakelijk bevrijd te zijn. De Belgische regering gaat (voorlopig) aldus verder dan de Europese richtlijn die een minimumtermijn van een jaar voorziet.

Voormeld vermoeden van omkering van bewijslast geldt ook bij de verkoop van digitale producten, maar is wel beperkt tot één jaar zonder mogelijkheid voor de lidstaten om die termijn te verlengen in nationale wetgeving.

Duurzaamheid

Duurzaamheid wordt een objectief criterium voor de beoordeling van de conformiteit van producten. Om conform te zijn, moeten producten de duurzaamheid bezitten die voor goederen van hetzelfde type normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van de specifieke goederen, onder meer de mogelijke behoefte aan redelijk onderhoud van de goederen, zoals regelmatige controle of vervanging van de filters van een auto, en publieke mededelingen (reclame) die zijn gedaan door of namens een persoon in de transactieketen. Bij de beoordeling moet ook rekening worden gehouden met alle andere relevante omstandigheden, zoals de prijs van de producten en de intensiteit of frequentie waarmee de goederen worden gebruikt.

Updates

Bij de verkoop van digitale producten, dient de verkoper de updates – waaronder ook beveiligingsupdates – die nodig zijn om de conformiteit van de producten te behouden, aan de consument te leveren gedurende een periode die de consument redelijkerwijze kan verwachten. Die periode is afhankelijk van de aard en het doel van de goederen en de digitale elementen en de omstandigheden en de aard van de overeenkomst.

Kennisgevingsverplichting

De Richtlijn voorziet in de mogelijkheid voor de lidstaten om een maximale termijn van twee maanden vanaf de vaststelling van het gebrek te voorzien waarbinnen de consument de verkoper in kennis moet stellen van een conformiteitsgebrek om zijn consumentenrechten te kunnen uitoefenen. Het voorontwerp van wet introduceert deze kennisgevingsverplichting en hanteert een termijn van twee maanden vanaf de vaststelling van het gebrek.

Remedies

In het geval van een conformiteitsgebrek heeft de koper de volgende mogelijkheden (in die volgorde):

  1. Te vragen dat het product in conformiteit met de overeenkomst zou worden gebracht middels herstelling of vervanging;
  2. Een evenredige prijsvermindering te vragen;
  3. De ontbinding van de koopovereenkomst te vorderen. De producten worden dan teruggezonden op kosten van de verkoper en de koper krijgt dan zijn geld integraal terug.

Verjaringstermijn

De Richtlijn biedt de lidstaten eveneens de mogelijkheid om de uitoefening van de consumentenrechten te onderwerpen aan een verjaringstermijn. Het voorontwerp van wet voorziet een verjaringstermijn van één jaar vanaf de vaststelling van het conformiteitsgebrek voor de rechtsvordering van de consument.

Recht op verhaal van de eindverkoper

Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is wegens een conformiteitsgebrek dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de transactieketen, kan de verkoper zich verhalen op de in de transactieketen aansprakelijke persoon of personen.

3. Platform-to-business

Sinds 12 juli 2020 gelden er Europese regels (Verordening (EU) 2019/1150 of Platform to Business -Verordening) voor de verkoop via online B2C platforms (bv. Amazon), maar ook appstores (bv. Applestore) en prijsvergelijkingswebsites (bv. Skyscanner). Die regels trachten een evenwicht te scheppen tussen de verkopers die actief zijn op het platform (en er afhankelijk van zijn) en het platform zelf.

De belangrijkste punten zijn:

  • Platformen moeten de belangrijkste parameters bekendmaken die de rangschikking van de zoekresultaten op hun platform beïnvloeden. Ook dienen ze de verkopers die gebruik maken van het platform te informeren op welke manier de eigen producten of diensten van het platform anders (beter) worden behandeld of gerangschikt dan die van verkopers die actief zijn op het platform;
  • Het platform moet de redenen meedelen voor het beperken, opschorten of beëindigen van haar dienstverlening aan een verkoper. In het geval van beëindiging dient een termijn van ten minste 30 dagen te worden nageleefd vooraleer de verkoper de effectieve toegang tot het platform wordt ontzegd;
  • De algemene voorwaarden moeten in een eenvoudig begrijpbare taal worden opgesteld en gemakkelijk te raadplegen zijn. Ze moeten o.a. informatie bevatten omtrent de rangschikking van zoekresultaten, de gevallen van beëindiging van de dienstverlening, de al dan niet toegelaten alternatieve verkoopkanalen. Wijzigingen van de algemene voorwaarden dienen minstens 15 dagen op voorhand te worden aangekondigd zodat een verkoper de mogelijkheid heeft om deze al dan niet te aanvaarden en desgevallend de dienstverlening  te beëindigen.
  • Platformen met meer dan 250 werknemers en/of een omzet van meer dan 50 miljoen EUR moeten een intern klachtenbehandelingssysteem en een extern bemiddelingsproces opzetten ter behandeling van de klachten van verkopers.
4. Verbod op geo-blocking

Sinds 3 december 2018 geldt een verbod op geo-blocking voor grensoverschrijdende transacties van webshops binnen de EU (Verordening (EU) 2018/302). Het verbod op geo-blocking maakt een einde aan de online prijs- en productaanboddiscriminatie op basis van de nationaliteit, verblijfplaats of het IP-adres van de klant. Het verbod geldt zowel B2C als B2B voor zover sprake is van eindklanten.

Wat mag niet (meer)?

  • U mag een Nederlandse klant niet meer de toegang ontzeggen tot uw Belgische webshop of automatisch doorleiden naar uw Nederlandse webshop tenzij de klant zijn toestemming hiervoor heeft gegeven;
  • U mag uw prijzen niet langer automatisch aanpassen op basis van de nationaliteit, de verblijfplaats of het IP-adres van klant (zgn. prijsdiscriminatie);
  • U dient dezelfde betalings- en leveringsmodaliteiten te hanteren voor alle EU klanten bv.: u mag als Belgische webshop geen betaling via kredietkaart van Nederlandse klanten weigeren als u dat wel aanvaardt voor Belgische klanten;
  • U mag geen klant uit een ander EU land weigeren, zelfs al richt u zich niet tot dat land of levert u daar niet. De klant dient steeds de mogelijkheid te hebben om het product op te halen in het land waar u wel levert.

Wat kan (nog) wel?

  • U mag uw leveringsbereik beperken (bv. levering enkel in België en Nederland);
  • U mag aan prijsdifferentiatie doen t.t.z. het is toegestaan om de prijzen van de producten beschikbaar op uw Belgische webshop te laten verschillen van die op uw Nederlandse webshop;
  • Het productaanbod mag ook per nationale webshop verschillen omwille van bv. lokale, nationale producteisen;
  • U mag eveneens de verzendkosten afhankelijk maken van het land van levering. Het is nu eenmaal logisch dat de verzending naar een buurland goedkoper is dan een verder gelegen land;
  • Ook de betaalmogelijkheden mogen per nationale webshop verschillen zolang die webshop zelf geen onderscheid maakt op basis van nationaliteit of woonplaats van de klant.

De Economische inspectie (FOD Economie) controleert de naleving van het geo-blocking verbod en kan administratieve boetes opleggen.

5. Implementatie en To Do’s

Een audit van uw e-commerce proces is ten sterkste aanbevolen om dit in overeenstemming te brengen met deze nieuwe regels. Daarbij zien wij volgende aandachtspunten:

  • Nakijken van uw algemene voorwaarden zowel B2B als B2C;
  • Nakijken van het bestelproces ;
  • Nakijken van de informatie op uw webshop;
  • Het opnieuw evalueren van uw garantieprocedure.

Bron: Monard Law