>>Vrije keuze van een advocaat, ook bij bemiddeling! (adhemar.law)

Vrije keuze van een advocaat, ook bij bemiddeling! (adhemar.law)

Auteurs: Stefanie Debeuf, Elke Paenhuysen en Tom Lenaerts (adhemar.law)

Publicatiedatum: 03/11/2020

Op 16 november 2018 publiceerden we een nieuwsbrief met dezelfde titel als hierboven, alleen toen nog in vraagvorm. Vandaag kunnen we het vraagteken vervangen door een uitroepteken, want het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 22 oktober 2020 de vrije keuze van een advocaat in bemiddelingsprocedures in het kader van een rechtsbijstandsverzekering bevestigd.

Adhemar.law pikt de draad op daar waar we twee jaar geleden moesten stoppen en gidst u kort doorheen de totstandkoming van arrest van het Grondwettelijk Hof.

*****

Wat voorafging

In 2017 dienden de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de Ordre des Barreaux Francophones & Germanophones (OBFG) een beroep tot nietigverklaring in bij het Grondwettelijk Hof tegen artikel 2 van de wet van 9 april 2017, dat artikel 156, 1° van de Verzekeringswet wijzigde. Deze wetswijziging heeft ertoe geleid dat het recht om als verzekerde van een rechtsbijstandsverzekering  zelf een advocaat te kunnen kiezen bij een geschil wél wordt uitgebreid naar arbitrageprocedures, maar niet naar bemiddeling. Dit maakte volgens de OVB en de OBFG een ongeoorloofd verschil in behandeling uit.

Het Grondwettelijk Hof heeft vervolgens in 2018 besloten om eerst een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, alvorens definitief uitspraak te doen over het beroep tot nietigverklaring. Het Grondwettelijk Hof wilde immers verifiëren of het algemene begrip ‘gerechtelijke procedure’ uit de Europese Verzekeringsrichtlijn (2009/138/EG) zo dient te worden uitgelegd dat daaronder ook de (buiten)gerechtelijke bemiddelingsprocedures worden begrepen.

Arrest van het Hof van Justitie

Op 14 mei 2018 heeft het Hof van Justitie bovenstaande prejudiciële vraag positief beantwoord in haar arrest C-667/18. Volgens het Hof “moet artikel 201, lid 1, onder a) […] aldus worden uitgelegd dat het in deze bepaling bedoelde begrip ‘gerechtelijke procedure’ ook betrekking heeft op een procedure voor gerechtelijke of buitengerechtelijke bemiddeling waarbij een rechterlijke instantie betrokken is of kan zijn, hetzij bij het inleiden van deze procedure hetzij na afloop ervan.

Anders gezegd: volgens de interpretatie van het Hof moet de vrije keuze van een advocaat ook gelden wanneer de verzekerde van de rechtsbijstandsverzekering wil overgaan tot bemiddeling (waarbij partijen trachten om tot een oplossing van hun geschil te komen onder begeleiding van een neutrale derde) in plaats van de klassieke gerechtelijke wegen te bewandelen.

Arrest van het Grondwettelijk Hof

In haar arrest nr. 138/2020 van 22 oktober 2020 deed het Grondwettelijk Hof haar einduitspraak. Het beroep tot nietigverklaring van de OVB en de OBFG wordt weliswaar verworpen, maar het Hof voegt wel een belangrijke interpretatie toe.

Volgens het Grondwettelijk Hof moet artikel 156, 1° van de Verzekeringswet worden geïnterpreteerd  in die zin dat een “gerechtelijke procedure” ook betrekking heeft op de procedures voor gerechtelijke of buitengerechtelijke bemiddeling onder begeleiding van een erkende bemiddelaar.

De verzekerde in het kader van een rechtsbijstandsverzekeringsovereenkomst krijgt dan ook de kans om zijn raadsman vrij te kiezen in het kader van (buiten)gerechtelijke bemiddeling.

*****

Het moge duidelijk zijn: het recht de op vrije keuze van een advocaat in bemiddelingsprocedures in het kader van een rechtsbijstandsverzekeringsovereenkomst is een vaststaand feit geworden.

Deze beslissing, die uitgaat van het hoogste rechterlijke instantie van de Europese Unie en die bevestigd werd door het Grondwettelijk Hof, wijst nogmaals op het toenemend belang van bemiddeling als alternatieve methode van geschillenbeslechting.

Lees hier het originele artikel

2020-11-12T15:17:20+00:00 18 november 2020|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: , , |