>>>Taks op effectenrekeningen- enkele verduidelijkingen bij de aangifte en bij de terugvraag van teveel betaalde taks door titularissen van effectenrekeningen (Tiberghien)

Taks op effectenrekeningen- enkele verduidelijkingen bij de aangifte en bij de terugvraag van teveel betaalde taks door titularissen van effectenrekeningen (Tiberghien)

Auteur: Dirk Coveliers (Tiberghien)

Publicatiedatum: 27/06/2019

Een administratieve circulaire van 17 april 2019, opgesteld in de vorm van vragen en antwoorden, vat de regels samen over deze aangifte en betaling van de taks op effectenrekeningen. Verder bevat hij ook preciseringen over de aanvraag tot terugbetaling van teveel betaalde taks

Voor effectenrekeningen aangehouden bij een Belgische tussenpersoon, werd de taks op effectenrekeningen voor de eerste normale referentieperiode (afgelopen op 30 september 2018) in principe door de Belgische financiële instelling aangegeven en betaald op uiterlijk 20 december 2018.

In sommige situaties dient de titularis belastingplichtige de aangifte zelf in te dienen en de taks te betalen, namelijk wanneer hij verschillende effectenrekeningen heeft die samen meer dan € 500.000 aan waarden bevatten, maar waarvoor hij geen taks heeft laten inhouden door de financiële instelling op basis van de mogelijkheid van ‘opt-in’, alsook voor effectenrekeningen aangehouden in het buitenland wanneer die buitenlandse tussenpersoon geen wettelijke vertegenwoordiger in België heeft aangesteld en de taks niet heeft ingehouden voor de titularis.

1. Aangifte en betaling door de titularis van de effectenrekening

Er zijn twee vormen van aangiften mogelijk:

  1. een individuele aangifte: deze dient uiterlijk op de laatste dag voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting via het elektronisch platform MyMinFin (in principe 11 juli 2019) te worden ingediend (V&A nr. 60). De indiening is in principe elektronisch tenzij de belastingplichtige gebruik maakt van een vereenvoudigde aangifte in de personenbelasting of indien hij een persoon gevolmachtigd heeft (bijvoorbeeld een accountant of een advocaat) om de aangifte namens hem in te dienen. In die laatste gevallen wordt de aangifte op papier ingediend.
  2. Een gezamenlijke aangifte: deze moet worden ingediend wanneer de titularis een of meerdere effectenrekeningen in onverdeeldheid heeft, hetzij in volle eigendom, hetzij deels in vruchtgebruik of blote eigendom en kiest om het wettelijk of contractueel aandeel dat hem toekomt in de gemiddelde waarden van de belastbare financiële instrumenten aan te geven, in plaats van het proportioneel aandeel (op basis van het aantal geregistreerde titularissen)(V&A nr. 62).
    Deze gezamenlijke aangifte dient steeds op papier ingediend te worden bij het bevoegde kantoor. Zij moet de bewijsstukken bevatten die het wettelijke of contractuele aandeel vastleggen van de titularis, alsook dat van de andere mede gerechtigden in de onverdeeldheid, het vruchtgebruik of de blote eigendom. Zij moet worden getekend door elke co-titularis en elke daarmee gelijkgestelde persoon of door zijn mandataris (die zijn mandaat moet bewijzen). Ook deze aangifte dient te worden ingediend uiterlijk op de laatste dag waarop de elektronische aangiften in de personenbelasting (tax-on-web burger) ingediend moet worden, hetzij uiterlijk op 11 juli 2019.

Er bestaan modelformulieren voor beide vormen van aangiften.

De taks dient betaald te worden tegen uiterlijk 31 augustus 2019.

De circulaire bevat geen preciseringen over de situatie waarin de belastingplichtige zijn aangifte PB door een mandataris laat indienen en waarvoor de indieningstermijn loopt tot 24 oktober 2019.

Inmiddels hebben we op een andere plaats op de website van FOD Financiën wel een bijkomende precisering gevonden.

“Als mandataris moet u de aangiften van uw klanten indienen ten laatste op 24 oktober 2019, de uiterste indieningsdatum van de aangifte in de personenbelasting door mandatarissen.

Opgelet: de betaling moet ten laatste op 31 augustus 2019 gebeuren. Voor een goede afstemming tussen betaling en aangifte, raden we mandatarissen aan om ook de aangifte van de taks op de effectenrekening tegen 31 augustus 2019 in te dienen.”

2. Aangifte en betaling van de taks op effectenrekeningen bij een buitenlandse bank

De regels voor aangifte en de betaling van de taks op effectenrekeningen aangehouden in het buitenland zijn in deze FAQ strikter geformuleerd dan wat de eerste administratieve circulaire 2018/C/65 van 25 mei 2018 hierover liet uitschijnen. Er wordt nu duidelijk rekening gehouden met het feit dat de buitenlandse bank al dan niet een wettelijke vertegenwoordiger in België heeft aangesteld. Dit standpunt vormt een probleem voor Zwitserse banken die volgens Zwitsers strafrecht niet rechtstreekse buitenlandse belastingen mogen inhouden voor de buitenlandse fiscus.

Onder V&A nr. 20 staat dat de niet in België opgerichte of gevestigde tussenpersoon die geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld, zelf niet de taks kan inhouden, aangeven noch betalen. Dit moet gelezen worden in samenhang met V&A nrs. 46, 47, 59 en 60.

  • V&A nr. 46: de effectenrekening gehouden in het buitenland kan het voorwerp uitmaken van een inhouding aan de bron van de TER indien de buitenlandse tussenpersoon een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld (in België);
  • V&A nr. 47: situatie 4°: de titularis dient zelf over te gaan tot aangifte en betaling van de taks indien hij een rijksinwoner is en de effectenrekening aangehouden wordt bij een niet in België opgerichte of gevestigde tussenpersoon die niet over een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger beschikt;
  • V&A nr. 59: de titularis moet zelf overgaan tot aangifte en betaling van de taks bij het houden van een effectenrekening bij een niet in België opgerichte of gevestigde tussenpersoon die geen erkende aansprakelijke vertegenwoordiger aangesteld heeft. De titularis van de effectenrekening wordt dan aangeduid als de belastingschuldige van de taks;
  • V&A nr. 60: de titularis die de taks verschuldigd is moet een individuele aangifte (onderlijnd door FOD Financiën) indienen, uiterlijk op de laatste dag voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting via het elektronisch platform MyMinfin.
3. Eventueel voorbehoud bij aangifte en betaling

Belastingplichtigen die zelf of via een gevolmachtigde hun aangifte indienen en de betaling verrichten kunnen eventueel voorbehoud maken voor het ongrondwettelijk karakter van deze taks, gelet op het grote aantal annulatieberoepen die tegen deze taks aanhangig zijn bij het Grondwettelijk Hof. Mocht die laatste de taks vernietigen maar de gevolgen ervan voor het verleden handhaven, dan kunnen zij hun rechten tot teruggaaf proberen te vrijwaren door voordien zowel (i) een administratief beroep als (ii) een gerechtelijk beroep in te stellen. Gelet op de kosten van beide beroepen, is dit eerder een bewarende maatregel voor belasting-plichtigen die een substantieel bedrag aan taks dienen te betalen.

4. Vraag tot teruggave van de taks op effectenrekeningen

Deze vraag kan ingediend worden door:

  • wie meer taks betaald heeft dan wettelijk verschuldigd was (dit is de financiële tussenpersoon) of voor wiens rekening meer taks werd betaald dan wettelijk verschuldigd was (dit is de titularis);
  • door alle titularissen en medegerechtigden indien de toepassing van een proportioneel aandeel een hogere som vertegenwoordigt dan het aandeel in onverdeeldheid dat wettelijk of contractueel toekomt aan de titularis
  • door de blote eigenaar en vruchtgebruiker indien een eerdere toepassing van het proportioneel aandeel geleid heeft tot een hogere taks dan degenen die verschuldigd is op basis van het wettelijk of contractueel aandeel in het vruchtgebruik of de blote eigendom (V&A nr. 85).De termijn voor deze aanvraag tot teruggave is langer dan de aangiftetermijn. De vraag tot teruggave moet ingediend worden uiterlijk de laatste werkdag van het jaar volgend op het jaar waarin de referentieperiode een einde neemt. Voor de eerste normale referentieperiode, die eindigde op 30 september 2018, is dit dus uiterlijk op 31 december 2019. Deze termijn kan niet langer zijn dan twee jaar te rekenen vanaf de dag waarop de taks opeisbaar is geworden (V&A nr. 89).

De vraag tot teruggave gebeurt via een modelformulier en moet in voorkomend geval door alle aanvragers ondertekend worden. Verantwoordingsstukken die de oorzaak van de teruggave staven moet worden toegevoegd bij de vraag tot teruggave (V&A nr. 88).

Lees hier het originele artikel

2019-07-06T11:28:59+00:00 6 juli 2019|Categories: Directe belastingen - Fiscaal recht|Tags: , |