>>>Top-planning: kanscontract na overstap naar scheiding van goederen (Delboo)

Top-planning: kanscontract na overstap naar scheiding van goederen (Delboo)

Auteur: Delboo

Publicatiedatum: september 2020

In een recente voorafgaande beslissing stelt de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) dat er geen fiscaal misbruik aanwezig is bij het afsluiten van een kanscontract tussen echtgenoten na de overstap naar een stelsel van scheiding van goederen. Dit is enigszins verrassend, omdat er vroeger volgens VLABEL bij gelijkaardige verrichtingen wel steeds sprake was van fiscaal misbruik (VB nr. 20025 dd. 8 juni 2020).

Een kinderloos echtpaar is gehuwd onder het wettelijk stelsel, bij gebrek aan huwelijkscontract. Tot hun gemeenschappelijk vermogen behoren verschillende roerende goederen, zoals bv. spaarrekeningen en effectenportefeuilles, en de gezinswoning.

De echtgenoten wensen over te stappen naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen, waarbij ze alle roerende goederen tussen hen verdelen en de gezinswoning in onverdeeldheid aanhouden. Daarna willen de echtgenoten een kanscontract sluiten met betrekking tot de (op dat moment eigen) roerende goederen en een beding van aanwas, dat een bijzondere vorm van kanscontract is, met betrekking tot de onverdeelde gezinswoning. Een kanscontract is een overeenkomst waar de kans op winst of verlies afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis. Hier is die onzekere gebeurtenis de volgorde van overlijden van de echtgenoten. Het afsluiten van een kanscontract op fiscaal vlak wordt aanvaard en er is geen schenk- of erfbelasting op verschuldigd.

In het verleden besliste VLABEL meermaals dat de overstap naar een stelsel van scheiding van goederen of de uitbreng van gemeenschappelijke goederen naar de eigen vermogens van de echtgenoten, gevolgd door het sluiten van een kanscontract, fiscaal misbruik uitmaakte. Hierdoor ontstond de opvatting dat een wijziging aan het huwelijkscontract, samen met dergelijke horizontale planning tussen echtgenoten, steeds als fiscaal misbruik zou worden gekwalificeerd.

In voorliggende voorafgaande beslissing oordeelt VLABEL plots dat er geen sprake is van fiscaal misbruik. VLABEL is van mening dat er “niet-fiscale motieven (…) aan de contracten ten grondslag liggen die voldoende opwegen tegen de fiscale motieven (…) Partijen hebben met de voorgenomen verrichting ook voorzien in een coherent en consequent geheel voor zowel de roerende goederen als voor het onroerend goed.”

Deze beslissing is nogal verrassend, aangezien de niet-fiscale motieven die het echtpaar aanhaalde grotendeels gelijklopen met die uit vorige (negatief beoordeelde) aanvragen. Het gaat met name over de volgende niet-fiscale motieven:

  • Beide echtgenoten hebben via schenking of erfenis een eigen vermogen opgebouwd, maar dit was doorheen de tijd vermengd geraakt met het gemeenschappelijk vermogen. Door de overstap naar een stelsel van scheiding van goederen wenst het echtpaar dit familievermogen veilig te stellen;
  • Het vermogen veilig stellen tegen de beroepsrisico’s van de andere echtgenoot;
  • Het vermogen voor de toekomst autonoom besturen;
  • Een ruimere bescherming van en dus meer zekerheid voor de langstlevende echtgeno(o)t(e). Het wettelijk erfrecht is namelijk beperkt tot een aanspraak in vruchtgebruik voor de langstlevende en de aanvragers willen een aanspraak in volle eigendom op het gehele vermogen creëren.

De voorafgaande beslissing nr. 20025 toont aan dat voldoende niet-fiscale motieven toch zwaar genoeg kunnen doorwegen om een wijzigend huwelijkscontract in combinatie met een kanscontract groen licht te geven op fiscaal vlak . De combinatie van deze verrichtingen kan dus interessant zijn voor echtparen met een geërfd vermogen en beroepsrisico’s en die dezelfde bezorgdheden hebben als het voormelde echtpaar.

Lees hier het originele artikel

2020-09-21T15:08:31+00:00 21 september 2020|Categories: Registratie, schenk- en erfbelasting|Tags: , , |