>>>Internationale nalatenschappen en dubbele belasting: het Grondwettelijk Hof spreekt zich uit (Tiberghien)

Internationale nalatenschappen en dubbele belasting: het Grondwettelijk Hof spreekt zich uit (Tiberghien)

Auteurs: Alain Van Geel, Emilie Van Goidsenhoven, Elisabeth De Nolf en Olivia Herbert (Tiberghien)

Publicatiedatum: 11/06/2021

Hoe belast België de buitenlandse goederen van zijn onderdanen op het vlak van schenkings- en successierechten1?

Voor wat betreft de successierechten, belast België in principe het wereldwijde vermogen van een overleden Belgisch rijksinwoner.

Teneinde situaties van dubbele belasting in de successierechten te voorkomen, heeft België slechts twee internationale verdragen afgesloten, één met Frankrijk en één met Zweden.

Ongeacht het al dan niet bestaan van een belastingverdrag inzake successierechten, staan de drie gewesten van ons land toe dat er in beperkte mate een verrekening gebeurt van buitenlandse successierechten. Wanneer namelijk de nalatenschap van een rijksinwoner  buitenlands onroerend goed bevat dat aanleiding geeft tot heffing van successierecht in het land van de ligging van dat onroerend goed, dan zullen de in België opvorderbare successierechten verminderd worden met het bedrag van de in het buitenland geheven belasting.

Om deze vermindering te bekomen, heeft men twee bewijsstukken nodig: een gedateerd betalingsbewijs van de in het buitenland betaalde rechten alsmede een door de bevoegde buitenlandse autoriteit voor eensluidend verklaard afschrift van de aangifte die zij hebben ontvangen en hun berekening van de buitenlandse belasting. Deze bewijsstukken dienen voorgelegd te worden aan het bevoegde personeelslid van de fiscale administratie bij wie de aangifte van nalatenschap wordt ingediend vóór het verstrijken van de betaaldag van de in België verschuldigde rechten. Indien deze bewijsstukken niet tijdig beschikbaar zijn, kunnen de Belgische successierechten worden teruggevorderd binnen de twee jaar na de betaling ervan.

Deze vermindering, voorzien door de Belgische interne wetgeving, wordt alleen toegekend voor (rechtstreeks) aangehouden buitenlandse onroerende goederen en niet voor buitenlandse roerende goederen, zoals bijvoorbeeld aandelen in buitenlandse vastgoedvennootschappen. Bij gebreke aan een belastingverdrag inzake successierechten kunnen deze activa dus aan een dubbele belasting worden onderworpen. Is dit niet discriminerend? Deze vraag werd bevestigend beantwoord in een arrest dat het Grondwettelijk Hof op 3 juni heeft gewezen (nr. 2021/080) naar aanleiding van een prejudiciële vraag gesteld door het Hof van Cassatie. Het Grondwettelijk Hof is inderdaad van oordeel dat het discriminerend is dat de in België verschuldigde successierechten niet kunnen worden verminderd met het bedrag van de buitenlandse successierechten geheven op eventuele buitenlandse roerende goederen.

Vraag is hoe de regionale wetgevers zullen reageren op voormelde rechtspraak. Intussen zullen erfgenamen die zich in een dergelijke situatie van dubbele taxatie bevinden argumenten kunnen putten uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.

Ook op het vlak van schenkingsrechten, moet een onderscheid worden gemaakt tussen buitenlandse onroerende goederen en buitenlandse roerende goederen die worden aangehouden door Belgische rijksinwoners.

  • Met betrekking tot een buitenlands onroerend goed, zal de schenking ervan voor de notaris van de ligging van het goed, in België geen aanleiding geven tot het heffen van schenkingsrechten, noch van successierechten, zelfs in geval van overlijden van de schenker binnen een termijn van 3 jaar na de schenking;
  • In geval van schenking van buitenlandse roerende goederen voor een Belgische of buitenlandse notaris (zoals aandelen van een buitenlandse vastgoedvennootschap of liquiditeiten die zich op een buitenlandse bankrekening bevinden), zullen Belgische schenkingsrechten verschuldigd zijn. Sinds 15 december 2020 is het immers verplicht om ook schenkingsakten verleden voor buitenlandse notarissen, in België te registreren, hetgeen aanleiding geeft tot de heffing van Belgische schenkingsrechten (tarief van 3% of 3,3% in rechte lijn naargelang het gewest).

Indien de staat van ligging van deze roerende goederen deze schenking ook zou belasten, bestaat het risico van dubbele belasting. België heeft geen verdrag gesloten ter voorkoming van dubbele belasting met betrekking tot schenkingsrechten en het Belgische interne recht voorziet op vandaag niet in een “belastingkrediet” om een dergelijke situatie te verhelpen.

Wij kunnen de gewestelijke wetgevers dan ook alleen maar aanmoedigen om hun regelgeving in overeenstemming te brengen met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof inzake successierechten en, bij analogie, inzake schenkingsrechten.

 1“schenkbelasting” en “erfbelasting” genoemd in het Vlaamse Gewest

Lees hier het originele artikel