>, Vennootschapsrecht, Verbintenissen- en zakenrecht>Overname van actief uit handelsfonds. Bevrijd van het passief? (Bright)

Overname van actief uit handelsfonds. Bevrijd van het passief? (Bright)

Auteur: Bright

Publicatiedatum: 14/12/2020

Een belangrijk verschil tussen een overname van een aandelen (share deal) en een overname van handelsfonds (asset deal), is dat men in bij een share deal in principe de vennootschap as such overneemt, met alle actief maar ook alle passief, terwijl men bij een asset deal kiest wat men wel of niet overneemt. En de passiebestanddelen zijn dat uiteraard diegene die minst gegeerd zijn, en veelal dus niet of toch niet volledig worden overgenomen.  De vraag is evenwel, als men helemaal geen passiefbestanddelen overneemt, kan men dan ook effectief voor geen enkel passiefbestanddeel worden aangesproken? We bekijken het samen met u.

Algemene regel

Kiest meer ervoor om enkel één of meerdere actiefbestanddelen over te nemen, en heeft men er zich van vergewist dat deze vrij van rechten van derden zijn (hypotheek, pand, …), dan kan men later in principe niet aangesproken worden voor schulden van de overdragende vennootschap. Deze blijft immers als rechtspersoon bestaan en blijft ook gehouden de engagementen en schulden die niet overgenomen worden na te komen dan wel af te lossen. Net als via de CAO 32bis in een bescherming is voorzien voor personeel (https://www.bright.legal/tips-advies/hoe-ver-gaat-de-bescherming-van-werknemers-bij-de-overdracht-van-een-handelsfonds/), heeft de wetgever evenwel ook voor zichzelf een bescherming voorzien. Voor sociale en fiscale schulden is die vrijgeleide er niet zonder meer.

Sociale en fiscale schulden

De formulering is in elk van de betreffende bepalingen min of meer dezelfde. Neemt men een geheel van elementen over die het behoud van het cliënteel mogelijk maken[1], dan is men in principe hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale en fiscale schulden van de overdrager, tenzij deze de nodige certificaten weet voor te leggen (die een bevestiging inhouden dat er op hun datum van aflevering geen schulden zijn) en mits de overdracht tijdig ter kennis is gebracht van de respectievelijke administraties[2]. Deze tweede voorwaarde wordt in de praktijk vaak vergeten. Vaak neemt men als overnemer genoegen met enkel de voorlegging van de certificaten door de overdrager. Om tegenstelbaar te zijn aan de respectievelijke administraties moet de overdracht evenwel ook bij hen aangemeld worden.

Kan de overdrager niet meteen de vereiste certificaten voorleggen, dan is het aangewezen om als kandidaat-overnemer, de contractsluiting uit te stellen of minstens een opschortende voorwaarde daaromtrent te voorzien.

Procedure en termijnen

Als overnemer zijn er een aantal termijnen die men indachtig moet zijn, te beginnen met de geldigheidsduur van de certificaten zelf. Ook dat is voor elk van de administraties hetzelfde; de certificaten die zij afleveren zijn te rekenen vanaf de datum van uitreiking slechts dertig dagen geldig. Oudere certificaten die de bevestiging inhouden dat een overdrager geen sociale of fiscale schulden heeft verliezen dus hun waarde en bieden de overnemer niet meer de garantie dat de overdrager geen dergelijke schulden heeft. Daar steekt de hoofdelijke aansprakelijkheid dus weer de kop op.

Weet de overdrager de nodige (blanco) certificaten voor te leggen dan vermijd men als overnemer hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor eventuele schulden die alsnog later ontstaan. Voorwaarde is wel dat men de respectievelijke administraties in kennis stelt van de overdracht, met bijgevoegd de certificaten, die op dat ogenblik dus niet ouder mogen zijn dan dertig dagen. De overdracht wordt op dat ogenblik onmiddellijk tegenstelbaar aan de administraties, en de overnemer zal niet (meer) aangesproken kunnen worden voor eventuele sociale of fiscale schulden in hoofde van de overdrager[3]. Zouden er in de tijd tussen de datum van de certificaten en de kennisgeving binnen de dertig dagen daarna toch nog schulden zijn ontstaan, dan zullen de administraties enkel de overdrager daarvoor kunnen aanspreken.

Zijn er wel sociale en fiscale schulden en kan de overdrager dus niet de nodige certificaten voorleggen, dan moet men als overnemer des te voorzichtiger zijn. In dat geval is men immers hoe dan ook hoofdelijk aansprakelijk. De risico’s daarvan maximaal beperken, houdt in dat men vooreerst de respectievelijke administraties in kennis moet stellen van de overname. De transactie wordt dan effectief aan hen tegenstelbaar na verloop van de maand die volgt op de maand waarin de kennisgeving is gebeurd[4]. Wordt de overname bijvoorbeeld gemeld op 14 maart dan loopt de niet-tegenstelbaarheid tot en met 30 april. De tegenstelbaarheid gaat pas in op 1 mei. Als overnemer blijft men dan hoofdelijk aansprakelijk voor alle sociale en fiscale schulden van de overdrager die per 30 april bestaan.

De hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer is evenwel onderworpen aan een dubbele beperking: (1) in geval de transactie een inbreng in vennootschap betreft, in ruil waarvoor aandelen worden ontvangen, tot beloop van het bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen en (2) in andere gevallen tot beloop van het bedrag dat voorafgaand aan het verstrijken van de maand volgend op de kennisgeving reeds is gestort of verstrekt door de overnemer[5].

Wil u meer te weten komen over share en asset deals, over de pro’s en de contra’s van beide, over de concrete uitvoering en de gevaren, edm., lees er meer over in de praktische gids die Bright daarover heeft geschreven, aangevuld met nuttige bijdragen van aanverwante beroepsbeoefenaars, en uitgegeven door Intersentia.

[1] Tenzij overdracht wordt gedaan door een curator of een commissaris inzake opschorting; of in geval van fusie, splitsing, inbreng van een algemeenheid van goederen of een tak van werkzaamheid in toepassing van de vennootschapswetgeving.

[2] Art. 442bis WIB 1992; art. 93undecies WBTW; art. 41quinquies RSZW 1969 en art. 16ter KB nr. 38 Sociaal statuut zelfstandigen 1967; en specifiek voor het Vlaamse Gewest art. 3.12.1.0.14 Vlaamse Codex Fiscaliteit.

[3] Art. 442bis, §3 WIB 1992; art. 93undecies, §3 WBTW; art. 41quinquies, §3 RSZW 1969 en art. 16ter, §3 KB nr. 38 Sociaal statuut zelfstandigen 1967; en specifiek voor het Vlaamse Gewest art. 3.12.1.0.14 Vlaamse Codex Fiscaliteit.

[4] Art. 442bis, §1 WIB 1992; art. 93undecies, §1 WBTW; art. 41quinquies, §1 RSZW 1969 en art. 16ter, §1 KB nr. 38 Sociaal statuut zelfstandigen 1967; en specifiek voor het Vlaamse Gewest art. 3.12.10.14 Vlaamse Codex Fiscaliteit.

[5] Art. 442bis, §2 WIB 1992; art. 93undecies, §2 WBTW; art. 41quinquies, §2 RSZW 1969 en art. 16ter, §2 KB nr. 38 Sociaal statuut zelfstandigen 1967; en specifiek voor het Vlaamse Gewest art. 3.12.1.0.14 Vlaamse Codex Fiscaliteit; Cir. Nr. CI.RH.81/488.797, 28 april 1999 en DE COCK, B., DILLEN, C., VANDINGENEN, E., VERCAUTEREN, V., COOLS, Y., VAN VLIERDEN, B., CARDOEN, B., RUDIC, O., GATSOS, S., “[Procedure] Invordering” in TIBERGHIEN, A., Handboek voor fiscaal recht 2019-2020, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2019, 1191 en 1192.

Lees hier het originele artikel

2020-12-23T11:52:08+00:00 23 december 2020|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht - Handelsrecht - Vennootschapsrecht|Tags: , |