>, Verbintenissen- en zakenrecht>Nieuwe regels voor overeenkomsten tussen ondernemingen: onze matrix onrechtmatige bedingen uit de nieuwe B2B wet (Sirius Legal)

Nieuwe regels voor overeenkomsten tussen ondernemingen: onze matrix onrechtmatige bedingen uit de nieuwe B2B wet (Sirius Legal)

Auteur: Michiel Beutels (Sirius Legal)

Publicatiedatum: 21/12/2020

In 2019 werden er belangrijke wetswijzigingen aangekondigd voor de ondernemingswereld. Met de wet van 4 april 2019 (de nieuwe “B2B wet”) is er een nieuw wettelijk kader ontstaan voor:

  • misbruiken van economische afhankelijkheid door ondernemingen,
  • oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen,
  • onrechtmatige bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen.

Zeker de laatste set van regels van de nieuwe B2B wet, die gaat over onrechtmatige bedingen, heeft een enorme impact op overeenkomsten die worden gesloten tussen ondernemingen.

In dit artikel verduidelijken we de nieuwe wetgeving en verwijzen we naar onze handige matrix van onrechtmatige bedingen die je gratis kan downloaden op onze website. In deze matrix vind je per type beding een omschrijving, het relevante wetsartikel en een concreet voorbeeld om het meteen praktijkgericht te maken. 

Wanneer zijn die nieuwe regels van toepassing?

De nieuwe regels zijn van toepassing op elke overeenkomst die vanaf 1 december 2020 wordt gesloten, vernieuwd of gewijzigd. 

Ze hebben een zeer ruim toepassingsgebied, aangezien ze van toepassing zijn op alle overeenkomsten die tussen ondernemingen worden gesloten. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor overeenkomsten voor financiële diensten en overeenkomsten voor overheidsopdrachten, die niet onder het toepassingsgebied van die wetgeving vallen. 

Daarnaast is er wat betreft de inhoud van de overeenkomst ook een uitzondering op de toepassing van de wet. De zogenaamde “kernbedingen” vallen eveneens buiten het toepassingsgebied. De beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding zal namelijk niet worden uitgevoerd op de bedingen over het voorwerp van de overeenkomst. Anderzijds blijft de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten ook buiten schot.

De bescherming die deze nieuwe regels bieden is niet beperkt tot kleine en middelgrote ondernemingen en het is evenmin vereist dat de ene onderneming afhankelijk is van de andere. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt naargelang de grootte van de onderneming of haar onderhandelingspositie.

Wat betreft de aard van de wettelijke bepalingen is het belangrijk om op te merken dat de nieuwe B2B-regels over onrechtmatige bedingen van dwingend recht zijn. Dat wil zeggen dat ondernemingen niet voorafgaand de toepassing ervan kunnen uitsluiten in een overeenkomst.

Wat houdt de nieuwe B2B-wet juist in?

Inhoudelijk zien we in de wetgeving een onderscheid tussen drie categorieën van onrechtmatige bedingen. Er is om te beginnen een algemene toetsingsnorm (“catch-all bepaling”) op basis waarvan elk beding waarmee je een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen onrechtmatig en dus verboden is. Een tweede categorie is een lijst met zogenaamde grijze bedingen, waar er een vermoeden van onrechtmatigheid speelt. Tot slot is er ook een lijst met zwarte bedingen, die steeds onrechtmatig zijn.

Ook belangrijk om te weten is dat er een algemene transparantieregel wordt ingevoerd, die bepaalt dat alle bedingen op een duidelijke en begrijpelijke manier moeten worden opgesteld. Hoewel er geen specifieke sanctie is voorzien voor onduidelijke bedingen, kan het wel een rol spelen bij de beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding. 

Waarom is er een onderscheid tussen een catch-all bepaling, de zwarte bedingen en de grijze bedingen?

Voor de catch-all bepaling is er geen beperking van de toepassing naargelang het type van beding. In principe is elk contractueel beding in b2b-overeenkomsten onrechtmatig en verboden wanneer het, al dan niet in samenhang met andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen.

Hier spelen bepaalde beoordelingscriteria. Bij de beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding wordt er onder andere rekening gehouden met de volgende criteria: de algemene economie van de overeenkomst, de geldende handelsgebruiken, alle andere bedingen in de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is en de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Naast dat algemeen geformuleerd verbod zijn er twee lijsten van specifieke types van bedingen. 

De bedingen die in de lijst met zwarte bedingen werden opgenomen zijn in principe zonder verdere beoordeling onrechtmatig en verboden. Het gaat om vier types van bedingen die steeds onrechtmatig zijn als ze in ondernemingsovereenkomsten worden opgenomen: 

  1. de onherroepelijke verbintenis gekoppeld aan de verbintenis onder potestatieve voorwaarde, 
  2. de eenzijdige interpretatiebedingen, 
  3. de afstand van elk middel van verhaal,
  4. de onweerlegbare kennisname- of aanvaardingsbedingen.

Voor de bedingen die in de lijst met grijze bedingen zijn opgenomen speelt er enkel een vermoeden dat ze onrechtmatig en verboden zijn. De ondernemingen kunnen dus steeds het tegenbewijs leveren.

Een onderneming levert dat tegenbewijs van zodra die onderneming aantoont dat het beding, gelet op de omstandigheden en de kenmerken van de overeenkomst, geen kennelijk onevenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen met zich meebrengt.

In de lijst met grijze bedingen zitten de volgende types van bedingen: 

  1. de eenzijdige wijzigingsbedingen, 
  2. de stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst zonder opgave van een redelijke opzegtermijn, 
  3. de omkering van het economische risico zonder tegenprestatie, 
  4. de ongepaste beperking of uitsluiting van wettelijke rechten in geval van contractuele wanprestatie, 
  5. de uitsluiting van een redelijke opzegtermijn, 
  6. de exoneratiebedingen voor opzet, zware fout of het niet-uitvoeren van essentiële verbintenissen, 
  7. de bedingen die het gebruik van bewijsmiddelen inperken, 
  8. de onevenredige schadebedingen.
Wat is het gevolg als ik een onrechtmatig beding heb opgenomen in een overeenkomst of mijn algemene voorwaarden?

De sanctie bij het gebruik van de onrechtmatige bedingen in de overeenkomst is zeer verregaand: de nietigheid van het beding. Het beding kan namelijk niet meer worden toegepast. 

De overeenkomst zelf blijft bindend voor de partijen, op voorwaarde dat ze kan blijven bestaan zonder het onrechtmatig beding.

Heb je graag een handig overzicht van de verschillende types van onrechtmatige bedingen?

Download dan onze matrix van onrechtmatige bedingen, die je hier kan vinden.

Lees hier het originele artikel

2020-12-27T10:27:20+00:00 29 december 2020|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht - Handelsrecht|Tags: , , |