Onrust op de de bouwmaterialenmarkt: Hoe omgaan met toeleveringsproblemen en prijsstijgingen ? (Reyns Advocaten)

Auteur: Jo De Schepper (Reyns Advocaten)

Publicatiedatum: 17/06/2021

De afgelopen periode werd de bouwsector geconfronteerd met ongeziene prijsstijgingen op de markt van de bouwmaterialen. Grondstoffen zoals hout, metaal en MDI worden steeds schaarser, dit terwijl de vraag toeneemt. Het logisch gevolg is een tekort aan bouwmaterialen en forse prijsstijgingen van 30 tot 50 procent.

In deze nieuwsbrief behandelen we twee actuele topics in de bouwsector : De weerslag van bevoorradingsproblemen op geplande uitvoeringstermijnen en de impact van prijsstijgingen. Hierbij reiken wij u enkele juridische tools aan die u in staat stellen om de financiële risico’s hiervan te ondervangen.


I. De verlenging van uitvoeringstermijnen wegens overmacht

Een tekort aan grondstoffen en het tijdelijke stilvallen van de productie wegens de Covid-19 pandemie resulteerden in tekorten op de internationale markt. De bouwsector ondervindt hierdoor ernstige toeleveringsproblemen, die de continuïteit van werven in het gedrang kunnen brengen. Aanzienlijk langere leveringstermijnen hebben ongetwijfeld een weerslag op de nog uit te voeren opdrachten.

In de meeste aannemingscontracten is echter voorzien in een uitvoeringstermijn of opleveringsdatum. Aannemers verbinden zich ertoe om opdrachten tijdig uit te voeren en dit op straffe van een contractuele of nader te bepalen vertragingsvergoeding. Voor aannemingscontracten onder de Woningbouwwet (de Wet Breyne) is een uitvoeringstermijn zelfs verplicht.

Het tijdig uitvoeren van werken is een resultaatsverbintenis, wat betekent dat de aannemer enkel door overmacht aan zijn verplichtingen kan ontkomen. Overmacht is een gebeurtenis die (1) de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maakt en (2) niet te voorzien was bij het sluiten van de overeenkomst. Een tijdelijk tekort aan materiaal op de markt kan een vorm van overmacht zijn, die de opgegeven uitvoeringstermijn kan verlengen.

Bij het overschrijden van de uitvoeringstermijn moet de aannemer steeds het bewijs leveren van overmacht. Wij adviseren dan ook ten zeerste om voldoende elementen te verzamelen ter verantwoording van vertragingen (bijvoorbeeld meldingen van verlengde leveringstermijnen of tijdelijke onbeschikbaarheid van materialen). Tijdig stavingstukken verzamelen is dus de boodschap!

Zowel vanuit commercieel als juridisch oogpunt is het aangewezen om opdrachtgevers vooraf en op gepaste wijze in kennis te stellen van vertragingen in de voorziene uitvoeringstermijn. Bij Reyns Advocaten helpen we u graag verder bij de correcte formulering van een vertragingsmelding en staan wij u desgevallend bij in aannemingsgeschillen.


II. De impact van prijsstijgingen en de juridische remedies

De verstoring van de markt leidt niet enkel tot toeleveringsproblemen, ook aanzienlijke prijsstijgingen zijn reeds enkele maanden waarneembaar. Fabrikanten en groothandelaars rekenen de prijsstijgingen vaak integraal door, waardoor aannemers onder druk komen te staan. Lopende overeenkomsten werden afgesloten aan de oude (materiaal)prijzen, doch de aannemer moet de materialen nog aankopen aan de nieuwe hogere prijzen.

Indien op voorhand niets bepaald werd over het doorrekenen van prijsstijgingen, kan de aannemer de overeengekomen prijs niet eenzijdig wijzigen. Hij zal de werken moeten uitvoeren tegen een volstrekt vaste prijs en draagt hierbij de nadelen van de prijsstijgingen. In huidige onzekere markt brengen deze overeenkomsten tegen een absoluut forfait aanzienlijke risico’s met zich mee.

Vanzelfsprekend wenst niemand tegen verlies te werken. Het is daarom van belang om prijsstijgingen reeds in uw aannemingscontract, offertes en algemene voorwaarden te ondervangen. Dit kan op meerdere manieren:

Een prijsherzieningsclausule

Voor langdurige opdrachten of opdrachten met een ruim tijdsverloop tussen de contractsluiting en de uitvoeringsdatum is een prijsherzieningsclausule onontbeerlijk. Middels deze clausule is het contractueel toegelaten om stijgingen van materiaalprijzen en personeelskosten door te rekenen aan de eindklant, zelfs indien een vaste prijs werd overeengekomen.
De oorspronkelijk afgesproken aannemingsprijs wordt vermenigvuldigd met een correctiecoëfficiënt. De correctiecoëfficiënt volgt uit de evolutie van een vooraf bepaalde index (zoals bijvoorbeeld het maandelijkse indexcijfer bepaald door de Commissie van de Prijslijst der Bouwmaterialen “I2021” of een sectorspecifiek indexcijfer).

Het toepassen van herzieningsclausules geeft geregeld aanleiding tot praktische en juridische problemen. Essentieel zijn een correcte berekening van de nieuwe prijs en transparante communicatie ten aanzien van de opdrachtgever. Ook met wettelijke beperkingen, zoals bijvoorbeeld voorzien in de woningbouwwet (Wet Breyne) of het KB Uitvoering (van toepassing op overheidsopdrachten), moet rekening gehouden worden.

Aanneming aan variabele (dag)prijzen

Voor opdrachten die slechts een beperkt aantal materialen vergen, kan het aangewezen zijn om een overeenkomst aan te gaan aan dagprijzen (ook wel facturatie volgens open boek genoemd). Deze methode vereist een volledige transparantie van leveranciersprijzen en eventuele winstmarges van de aannemer op de materialen.

Bij het aangaan van de overeenkomst maakt de aannemer een indicatief bestek op, met een opgave van de werkuren en de te gebruiken materialen. De berekening van de materiaalkost gebeurt aan de hand van de thans geldende prijzen.

De factuur wordt daarentegen opgesteld aan de hand van de materiaalprijzen zoals op het moment van de uitvoering van de werken. Bij deze methode rekent de aannemer prijsstijgingen tussen de opmaak van het bestek en de uitvoering van de werken integraal door aan zijn opdrachtgever.

De contractuele toepassing van de imprevisieleer

Tot slot kan u in uw overeenkomsten voorzien in een zogenaamde imprevisieclausule. Deze clausule bepaalt dat in geval van een onvoorzienbare omstandigheid die de uitvoering van de overeenkomst zwaarder maakt (bijvoorbeeld een prijsstijging) de partijen opnieuw onderhandelen over de overeengekomen prijs of uitvoeringsmodaliteiten. Kleine prijsstijgingen zullen echter geen aanleiding geven tot nieuwe onderhandelingsmogelijkheden.

De imprevisieclausule maakt de zogenaamde imprevisieleer van toepassing. Volgens deze leer kunnen overeenkomsten steeds gewijzigd worden indien er zich na de sluiting van het contract onvoorzienbare en ontoerekenbare omstandigheden voordoen die de uitvoering van het contract ernstig bemoeilijken of verzwaren. De imprevisieleer is echter (voorlopig) niet geïncorporeerd in het Belgische recht. De inwerkingtreding van boek 5 “Verbintenissen” van het nieuw Burgerlijk Wetboek zal hier normaal gezien verandering in brengen.


III. Aannemingsgeschillen: beter voorkomen dan genezen !

Zowel voor de bouwonderneming als voor de opdrachtgever zijn aannemingsgeschillen niet gewenst. De laatste maanden stellen wij echter vast dat de onzekerheid en het aantal geschillen wegens prijsstijgingen en laattijdige uitvoering toeneemt. Aan de hand van sluitende overeenkomsten zijn discussies hierover nochtans eenvoudig te vermijden.

Na de afsluiting van de overeenkomsten is het eveneens van belang om tijdig en transparant te communiceren met de opdrachtgever. Een voorafgaande melding van vertragingen of prijsstijgingen verdient vanuit commercieel en juridisch oogpunt alvast de voorkeur.

Lees hier het originele artikel