Het nieuwe goederenrecht vs. lokale politieverordeningen (GD&A Advocaten)

Auteurs: Willem Mariën en Siebe Van Malderen (GD&A Advocaten)

Publicatiedatum: 01/09/2021

Eén september, de start van een nieuw schooljaar, alsook de inwerkintreding van het nieuw goederenrecht. Kinderen nemen opnieuw plaats achter de schoolbanken en de geliefde voetbal blijft onaangeroerd achter in de tuin. Volgens recente mediaberichten maar net op tijd:

“Kat of bal kwijt? Vanaf 1 september mag je in principe de tuin van de buren in om te gaan zoeken” (VRTNWS, 24 augustus)

Lokale reacties ontsprui(t)ten al snel:

“Volgens burgemeester Peter Reekmans (Dorpspartij) is de nieuwe regeling “de wereld op zijn kop” en is het een “bric-à-brac wetgeving”. Op de eerstvolgende gemeenteraad, die op 9 september plaatsvindt, gaat Reekmans dan ook een politieverordening uitvaardigen die de nieuwe wetgeving tegenhoudt.” (VRTNWS, 27 augustus)

QUID NUNC?

Het nieuwe Boek 3 “Goederen” herziet de 19de-eeuwse regelgeving omtrent vermogensrechten (eigendom, erfpacht, opstal, …), inclusief burenrelaties.

Een specifieke aanpassing die recentelijk media-aandacht heeft gekregen, betreft “het feitelijk gedogen van een eigenaar” (art. 3.67 NBW):

  • indien een zaak of dier op onopzettelijke wijze op een naburig onroerend goed zou terechtkomen, moet de eigenaar van het naburig onroerend goed het teruggeven of toelating verlenen om het weg te halen;
  • indien het noodzakelijk zou zijn, moet de eigenaar van een onroerend goed gedogen dat vanop zijn onroerend goed herstellings- of onderhoudswerkzaamheden aan een naburig onroerend goed worden uitgeoefend;
  • indien een onroerend niet zou afgesloten zijn, mag iedereen zich erop begeven.

Zoals hoger geciteerd, wordt her en der (proactief) actie ondernomen. Lokale politieverordeningen worden in allerijl gepromoveerd tot vermeende poortwachters, in de veronderstelling de aanstormende (federale) wetgevingsgolf te kunnen afwenden.

Maar zullen de betreffende verordeningen – de hiërarchie der normen indachtig – een eventuele toetsing aan artikel 159 Grondwet kunnen doorstaan? Wij plaatsen hierbij ernstig(e) vraagtekens / voorbehoud! Zullen initiatieven met een wankele juridische basis verhitte burenrelaties niet net (verder) aanwakkeren?

Er valt immers te benadrukken dat de grenzen van redelijkheid en billijkheid – ook bij burenrelaties – de norm zullen blijven. De uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen van een normale uitoefening te buiten gaat, moet (nog steeds) niet aanvaard worden.

Ons inziens valt bovendien te betreuren dat in deze hectiek de zéér relevante en nuttige wijzigingen van Boek 3 “Goederen” onderbelicht blijven. Er valt onder meer (uiteraard niet-limitatief) te wijzen op:

  • het nieuwe opstalrecht dat voortaan betrekking heeft op “volumes” en 99 jaar of (in bepaalde gevallen) eeuwigdurend kan duren en (alzo) effectief oplossingen kan bieden voor betaalbaar wonen en het (eenvoudiger) stapelen van volumes (een combo van een nieuw administratief centrum, woningen, garages, openbare pleinen, …);
  • het nieuwe erfpachtrecht kan eventueel kosteloos worden gevestigd én verbant de kunstmatige “symbolische euro’s” naar het verleden;
  • eindelijk wordt duidelijkheid én (meer) soepelheid gecreëerd omtrent het vestigen van persoonlijke en zakelijke rechten op het openbaar domein.
  • etc.

Lees hier het originele artikel