Summer Deal
‘Bouw – Actualia’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Bouw – Aansprakelijkheid’

4 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe goederenrecht’

6 webinars on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

50 jaar Wet Breyne – Een overzicht aan de hand van rechtspraak

Webinar on demand

Bouwshiftfonds en aangepaste planschadevergoeding naar aanleiding van de bouwshift (Ockier Advocaten)

Auteur: Claire Finaut (Ockier Advocaten)

Begin dit jaar heeft de Vlaamse Regering met het zogenaamde Krokusakkoord een akkoord bereikt over de bouwshift. De bouwshift, ook wel gekend als betonstop, moet ervoor zorgen dat er tegen 2040 in Vlaanderen geen open ruimte meer wordt ingenomen. Het gaat hierbij om zo’n 12.000 hectare bouwgronden in woonreservegebieden waar het verboden zal worden op te bouwen. Sommige bouwgronden krijgen hiervoor een herbestemming als zijnde natuur- of landbouwgebied, waardoor de waarde van de grond vermindert. Hiervoor zal je als eigenaar volledig vergoed worden door de lokale overheid, op basis een aangepaste planschaderegeling.

Bouwshiftfonds

De planschadevergoeding die je als eigenaar van een grond gelegen in woonreservegebied krijgt wanneer de grond in waarde daalt, zal deels worden bekostigd door een bouwshiftfonds, welke elk jaar gespijsd wordt met zo’n 100 miljoen euro alsook deels door de lokale overheid. De totale kost voor de Vlaamse Regering komt zo op zo’n 1,6 miljard euro te liggen tegen het jaar 2040.

Het bouwshiftfonds wordt op poten gezet om de lokale besturen te ondersteunen in de compensatie van de getroffen eigenaars, en zo de kosten voor de lokale besturen binnen de perken te houden.

Concreet zullen lokale besturen die woonreservegebieden omzetten naar bos, hiervoor 2/3 vergoed krijgen van de Vlaamse Regering. Voor een omzetting van een grond naar landbouwgrond of natuurgebied, krijgt de lokale overheid de helft terugbetaald.

De vergoeding van de grondeigenaar zal gebeuren op basis van een aangepaste planschaderegeling die gebaseerd is op de marktwaarde ingevolge het waardeverlies door de herbestemming van de grond. Dit dient echter nog concreet vastgesteld te worden in het instrumentendecreet, welke op vandaag in opmaak is en zal voorzien in de uitwerking van de aangepaste planschaderegeling. Het ontwerp Instrumentendecreet doorloopt nu de wettelijke goedkeuringsprocedure.

Het betreft een aangepaste planschaderegeling in het opzicht dat het voorziet in een volledige terugbetaling van de venale waarde, waar de gebruikelijke planschaderegeling slechts 80% van de waardevermindering vergoedt.

Uitzonderingen op verbod op aansnijden van woonreservegebieden

Zoals vermeld, houdt de bouwshift in dat de woonreservegebieden niet aangesneden kunnen worden. Hierop voorziet het Ontwerp van het Vrijgavedecreet in een aantal uitzonderingen.

1.    Ten eerste is het voor de gemeente mogelijk om de ontwikkeling van woonreservegebieden toch toe te staan. Hiervoor is vereist dat de gemeente een Vrijgavebesluit neemt, op basis waarvan het toegelaten is dat het bestuursniveau dat het dichtst staat bij het te ontwikkelen open ruimtegebied, oordeelt over de invulling ervan.

2.    Ten tweede werd voor de sociale huisvestingsmaatschappijen de bestaande, soepelere regelgeving voor het grootste deel behouden.

3.    Ten derde bestaat er een bijzondere regeling voor woonreservegebieden die reeds volledig / gedeeltelijk ontwikkeld zijn. In een aantal gevallen wordt het woonreservegebied beschouwd als zijnde woongebied. Het is zo dat niet-vervallen vergunningen in woonreservegebied behouden blijven, en geacht worden woongebied te liggen. Ook gronden waarop een hoofdzakelijk vergunde woning gelegen is, worden geacht woongebied uit te maken. Voor deze laatste is er echter zonder vrijgavebesluit opgemaakt door de gemeente, geen vergunningsplichtige functiewijzigingen mogelijk.

Voor woonreservegebieden die minimaal 90% geordend zijn, geldt dat de overige percelen die er gelegen zijn, ook ontwikkeld kunnen worden wat betreft bouw van één woning of een duplexwoning.

Bron: Ockier Advocaten