Zijdelingse en pauliaanse vordering in Boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek, neergelegd op 24 februari 2021 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 24/03/2021

Op 24 februari 2021 werd opnieuw een wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek bij de Kamer van volksvertegenwoordigers neergelegd.

Het wetsvoorstel werd ingediend door de heren Koen Geens en Khalil Aouasti, de dames Nathalie Gilson, Claire Hugon en Katja Gabriëls en de heren Ben Segers en Stefaan Van Hecke.

In deze bijdrage staan we stil bij de artikelen over ‘Zijdelingse en pauliaanse vordering’

Artikel 5.242. Zijdelingse vordering

Bij stilzitten van de schuldenaar kan de schuldeiser die over een zekere en opeisbare schuldvordering beschikt alle rechten en schuldvorderingen van de schuldenaar, in diens naam en voor diens rekening, uitoefenen, met uitzondering van die welke uitsluitend aan de persoon verbonden zijn.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Deze bepaling herneemt het bestaande artikel 1166 van het Burgerlijk Wetboek in een nieuwe en meer precieze formulering.

Art. 5.243. Pauliaanse vordering

De schuldeiser kan in eigen naam opkomen tegen de rechtshandelingen van de schuldenaar gesteld met bedrieglijke miskenning van zijn verhaalsrechten op voorwaarde dat de schuldvordering vóór de aangevochten rechtshandeling is ontstaan.

Werd de rechtshandeling gesteld onder bezwarende titel dan dient de schuldeiser het bewijs te leveren dat de derde wist of behoorde te weten dat deze handeling de schuldeisers van deze schuldenaar zou benadelen.
Deze vordering leidt tot de niet-tegenwerpelijkheid van de rechtshandeling aan de schuldeiser, onverminderd herstel van de schade indien daartoe grond bestaat.

Deze vordering kan geen afbreuk doen aan de bescherming van de derde-verkrijger overeenkomstig Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Dit artikel heeft betrekking op de zgn. pauliaanse vordering en herneemt, in andere bewoordingen, het bestaande artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervan kunnen schuldeisers – derden dus – opkomen tegen rechtshandelingen door de schuldenaar gesteld en waardoor hun verhaalsrechten op het vermogen van deze laatste worden benadeeld. Een toepassing hiervan levert artikel 788 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de voorwaarden hiertoe zijn voldaan kunnen de schuldeisers een contract of een andere rechtshandeling van hun debiteur ter zijde schuiven.

Deze vordering houdt verband met het algemeen rechtsbeginsel Fraus omnia corrumpit dat elk bedrog of elke oneerlijkheid verbiedt dat gepleegd wordt met het oogmerk om te schaden of winst te behalen.
In navolging van de rechtspraak bevat de bepaling de toepassingsvoorwaarden:

1) schuldeiser zijn van vóór de datum van de aangevochten rechtshandeling,
2) benadeling van de schuldeiser,
3) bedrog van de schuldenaar en
4) derde-medeplichtigheid van de derde (voor handelingen onder bezwarende titel).

De rechtspraak aanvaardt evenwel een uitzondering op de eerste voorwaarde (anterioriteitsvereiste) indien de schuldenaar de aangevochten handeling precies heeft gesteld met het oog om zijn toekomstige schuldeisers te benadelen. De pauliaanse vordering strekt tot vergoeding van de schade die de bedrieglijke verarming van de schuldenaar aan de schuldeiser berokkent.
In beginsel bestaat dit uit de niet-tegenwerpelijkheid van de aangevochten rechtshandeling. Als gevolg hiervan kan de schuldeiser de rechtshandeling, bv. een verkoop tegen een te lage prijs, naast zich neerleggen en zijn rechten als schuldeiser uitoefenen op het goed in handen van de koper door hierop beslag te leggen.

Indien deze laatste het goed op zijn beurt heeft overgedragen aan een derde, dan kan de schuldeiser de pauliaanse vordering ook instellen tegen de onder-verkrijger op voorwaarde dat ook wat deze betreft aan de voorwaarden van de vordering is voldaan.

De rechten van derden te goeder trouw worden dus geëerbiedigd.
Is in het gegeven voorbeeld de onder-verkrijger te goeder trouw, dan kan deze niet worden verontrust en dient de schuldeiser zijn toevlucht te nemen tot schadevergoeding vanwege de koper. Schadevergoeding zal eveneens de remedie zijn telkens wanneer de niet-tegenwerpelijkheid van de aangevochten rechtshandeling niet afdoende is. De pauliaanse vordering mag echter geen bron van winst zijn voor de schuldeiser. De vordering strekt immers uitsluitend tot vergoeding van de schade.

Lees hier de volledige fiche van het wetsvoorstel