Schade veroorzaakt door droogte gedekt door de brandverzekering met de interpretatieve wet van 6 oktober 2021 (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

De wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen voorziet in een bescherming tegen schade wegens natuurrampen. De brandverzekeraar dient alsdan dekking te verlenen.

Ten gevolge van steeds frequentere en langere droge periodes worden vele regio’s getroffen door verzakkingen als gevolg van inkrimping van bodems (bv. kleigronden). De daar gelegen woningen ondervinden verregaande scheurvormingen en stabiliteitsproblemen, met grote schade tot gevolg.

Vele schadelijders spraken tevergeefs hun brandverzekeraar aan ter dekking van hun schade op basis van de artikelen 123 en 124 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De brandverzekeraar weigerde te vergoeden om reden dat de verzekeringswet spreekt van “een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt”. De ‘plotse’ beweging waarvan de verzekeraar dacht dat er sprake diende te zijn, was volgens hem dan niet aanwezig.

Teneinde de brandverzekeraar te verplichten tot uitbetaling in geval van schade door het inkrimpen van de bodem, was tussenkomst van de wetgever noodzakelijk. Op 14 januari 2021 gebeurde dit met een wetsvoorstel van interpretatieve wet, dat op 6 oktober 2021 werd aangenomen.

Deze interpretatieve wet verduidelijkt de vroegere bepaling die stelt dat “een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt, welke geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk fenomeen anders dan een overstroming of een aardbeving”  in die zin dat dit ook schade als  gevolg van inkrimping van de bodem omvat.

Bijgevolg zal de brandverzekeraar ook deze schade in geval van droogte dienen te dekken.

Bron: Schuermans Advocaten