Nieuwe “anti-kraakwet” biedt eigenaars meer armslag op burgerlijk vlak (Monard Law)

Auteurs: Jasmina Sadek en Stefaan Van Dyck (Monard Law)

Publicatiedatum: 16/11/2017

Op 16 november 2017 treedt de nieuwe “anti-kraakwet” in werking. Deze wet biedt de houder van een recht of titel op een onroerend goed ruimere mogelijkheden om snel en daadkrachtig op te treden tegen krakers. De nieuwe wet doelt niet enkel op woningen, maar ook bedrijfsgebouwen en –lokalen, woonboten en caravans.

Daar waar voorheen enkel het indringen in een bewoond pand zonder recht of titel strafbaar was, is thans ook het onrechtmatig bezetten van of verblijven in een onbewoond pand, hetzij “kraken”  een strafrechtelijk misdrijf. Dit maakt van kraken een voortdurend misdrijf. Een kraker kan met andere woorden steeds worden aangehouden. Voor een verdere analyse van de het strafrechtelijke luik verwijzen wij naar het artikel van onze collega-specialisten Pieter Helsen en Julie Jamaer, dat u terug kan vinden onder de volgende link.

Het is natuurlijk afwachten of en in welke mate dergelijke misdrijven voor het betrokken parket prioritair zullen zijn of effectief zullen worden vervolgd en of de krakers via deze weg effectief snel genoeg uit het pand kunnen worden gedreven. Daarom is ook de modernisering van de burgerlijke sanctionering van belang en verdient deze een bijzondere aandacht.

Wat kan u als eigenaar van een pand op burgerlijk vlak ondernemen indien u te kampen heeft met een kraker in uw (tijdelijk) onbewoond of onbezet pand?

De eigenaar kan steeds een procedure tot uithuiszetting activeren bij de vrederechter. De nieuwe “anti-kraakwet” brengt een aanzienlijke versnelling in deze burgerlijke procedure.

Acht dagen, of in geval van volstrekte noodzakelijkheid – o.a. wanneer de kraker niet geïdentificeerd kan worden – twee dagen na het indienen van een respectievelijk tegensprekelijk en eenzijdig verzoekschrift, krijgt de eigenaar de mogelijkheid om voor de vrederechter te verschijnen. Oordeelt deze positief dan leidt deze procedure tot een vonnis tot uithuiszetting, dat vanaf de achtste dag volgend op de betekening ervan ten uitvoer kan worden gelegd.

Enkel in uitzonderlijke, ernstige omstandigheden, bijvoorbeeld in de winterperiode, kan de rechter de uitvoering van het vonnis uitstellen tot één of zes maanden (dit laatste indien de eigenaar een publiekrechtelijke rechtspersoon is).

Reeds voorheen kon de eigenaar zich wenden tot de vrederechter, hoewel zich daar een lange procedure ontspon terwijl de eigenaar machteloos toekeek hoe krakers  – vaak met vernieling gepaard – zijn goed bezetten. Wenste de eigenaar een snelle oplossing, dan kon dit via een kortgeding procedure voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Hiervoor diende de eigenaar urgentie aan te tonen, wat moeilijk te bewijzen valt indien het pand onbewoond is, en sprak de kortgeding rechter een voorlopige maatregel uit in afwachting van de beoordeling ten gronde.

Thans wordt in de vernieuwde burgerlijke procedure voor de vrederechter de urgentie vermoed en en oordeelt de rechter over de grond van de zaak. Bovendien wordt een bijkomende regeling uitgewerkt over de ontruiming van de goederen van de kraker die zich nog in het pand bevinden.

De nieuwe “anti-kraakwet” reikt de eigenaar bijkomende middelen aan die lijken tegemoet te komen aan zijn verzuchtingen.

Lees hier het originele artikel