Inpandgevingen en eigendomsvoorbehoud op roerende goederen: KB inzake gebruik van het Nationaal Pandregister gepubliceerd op 26 september 2017 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 26/09/2017

Het KB van 14 september 2017

Het KB van 14 september 2017 tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen, werd gepubliceerd in het Staatsblad van 26 september 2017. Het Nationaal Pandregister heeft voornamelijk als doel het tegenwerpbaar maken aan derden van inpandgevingen of een eigendomsvoorbehoud op roerende goederen en het KB regelt nu zowel de modaliteiten inzake de toegang tot dat Pandregister als de retributies verschuldigd voor de registratie van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud (of een vernieuwing).

Wat de toegang tot het Pandregister betreft: deze mag er enkel op gericht zijn om ten aanzien van een roerend goed dat derden willen verwerven of waarop ze enig recht willen uitoefenen, de informatie te verkrijgen om te kunnen vaststellen of dat specifieke goed bezwaard is met een pand of een eigendomsvoorbehoud (want dit betreft uiteraard een verwerking van persoonsgegevens).
Om die reden is er in het KB een procedure uitgewerkt om toegang te krijgen tot het Pandregister en zowel de pandgever als de koper onder eigendomsvoorbehoud kunnen aan de hand van de raadplegingsgeschiedenis nagaan welke personen hun gegevens de laatste 6 maanden hebben geraadpleegd.

In het KB wordt ook de verschuldigde retributie bepaald voor de registratie of vernieuwing van een pandrecht of een eigendomsvoorbehoud in het pandregister, retributie die -hoe kan het anders- stijgt naargelang de waarde van het roerend goed.

De wet van 6 juli 2017

Inzake de registratie van het pandrecht was er al onlangs trouwens nog een wijziging door de wet van 6 juli 2017 inzake (gehele of gedeeltelijke) verwijdering.

Die wet voorziet vooreerst dat de pandhouder in geval van betaling van de gewaarborgde schuld ervoor moet zorgen dat de registratie van het pandrecht wordt verwijderd. Deze verplichting tot verwijdering geldt eveneens voor de verkoper die een eigendomsvoorbehoud heeft laten registreren, wanneer de koper de prijs van het verkochte goed heeft betaald. Zo de pandhouder, bedoeld in het eerste lid, of de verkoper, bedoeld in het tweede lid, in gebreke blijft tot deze verwijdering over te gaan, kan de verwijdering in rechte gevorderd worden, onverminderd eventuele schadevergoeding.

Ten tweede voorziet deze wet ook dat de pandhouder de registratie van het pandrecht gedeeltelijk kan verwijderen, dit zowel door de vermindering van het geregistreerde maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn als door verwijdering van een deel van de goederen waarop het pandrecht slaat en waarvoor registratie werd genomen. De verkoper kan de registratie van het eigendomsvoorbehoud gedeeltelijk verwijderen door verwijdering van een deel van de goederen waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft en waarvoor registratie werd genomen. In geval van een gedeeltelijke verwijdering geeft het register bij raadpleging zowel de oorspronkelijke registratie als deze houdende de gedeeltelijke verwijdering weer. Deze wet van 6 juli 2017 zorgde dus voor een uitbreiding van de regeling inzake de gehele of gedeeltelijke verwijdering van de registratie in het pandregister bij betaling van de gewaarborgde schuld tot het geval van betaling van de prijs door de koper van het verkochte goed, wanneer de verkoper een eigendomsvoorbehoud heeft laten registreren.

Ter info: de (reeds lang verwachte) nieuwe Pandwet van 11 juli 2013 zou dus nu in werking kunnen treden op 1 januari 2018.

Op vrijdagnamiddag 1 december 2017 zal de heer Eric Dursin (raadsheer in het hof van beroep te Bent) de invoering uitvoerig bespreken tijdens de studienamiddag ‘Het nieuw regime van zakelijke zekerheden op roerende goederen’  (Holiday Inn Gent Expo).