Fraus omnia corrumpit, restitutieverplichting en nietigheid van overeenkomsten. Cassatiearrest  30.09.2021 (Arie Van Hoe)

Auteur: Arie Van Hoe (VBO-FEB)

“Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit staat eraan in de weg dat het bedrog de dader voordeel verschaft. Het strekt tot het tenietdoen van de rechtsgevolgen die uit een bedrieglijke gedraging voortvloeien. Deze werking reikt niet verder dan nodig is om te verhinderen dat het door bedrog beoogde doel wordt bereikt.

Dit beginsel sluit uit dat een contractpartij die bedrog heeft gepleegd bij de totstandkoming van een overeenkomst, met het oogmerk de wederpartij te schaden of uit winstbejag, of aan wie dit bedrog toerekenbaar is, na vernietiging van de overeenkomst aanspraak kan maken op restitutie door de wederpartij van de in uitvoering van de overeenkomst reeds geleverde prestaties, indien hij hierdoor voordeel zou kunnen halen uit zijn bedrog.”

So far so good voor het slachtoffer van het bedrog. Om effectief te ontkomen aan restitutie, is echter vereist dat de feitenrechter in concreto aangeeft “waaruit dit winstbejag bestond en welk voordeel aan de eisers [dader van het bedrog] moest worden ontnomen door na vernietiging van de leningsovereenkomst restitutie te weigeren van de gelden die zij in uitvoering van de overeenkomst aan de verweerders ter beschikking hadden gesteld.” Dit was niet gebeurd in het bestreden arrest, waardoor het Hof van Cassatie zijn wettigheidstoezicht niet kon uitoefenen.

Moraal van het verhaal: slachtoffers van bedrog zijn gebaat met een zorgvuldige motivering van het (oogmerk en het gevolg van het) bedrog van de wederpartij, door de feitenrechter.

Interessant arrest.

Lees hier het Cassatie-arrest van 30 september 2021