Een krachtige storm als «andere mogelijke oorzaak» voor het abnormale gedrag van een zaak (Equator)

Auteur: Equator

Publicatiedatum: 10/09/2021

Krachtens art. 1384, eerste lid BW is men aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt door zaken die men onder zijn bewaring heeft . Een zaak is gebrekkig in de zin van deze bepaling wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde gevallen schade kan veroorzaken.

Het komt telkens aan de benadeelde toe om te bewijzen dat de zaak behept is met een abnormaal kenmerk. Dit bewijs kan hetzij direct, hetzij indirect gebeuren. Bij stormschade behoort het directe bewijs vaak niet tot de mogelijkheden, zodat het bewijs in de meeste gevallen op een indirecte wijze geschiedt. Het bestaan van een gebrek wordt dan meer in het bijzonder afgeleid uit de abnormale gedraging van de zaak omdat er geen énkele andere oorzaak voor de schade in aanmerking komt. Of nog: de rechter kan het abnormale kenmerk van een zaak uit de abnormale gedraging van die zaak afleiden onder de strikte voorwaarde dat hij elke “andere mogelijke oorzaak” van de schade uitsluit.

De vraag rijst of klimatologische omstandigheden zo’n “andere mogelijke oorzaak” kunnen uitmaken voor het abnormaal gedrag van een zaak, zoals bijvoorbeeld voor het wegwaaien van dakpannen of voor het omvallen van bomen. Het is in dit verband dat de vrederechter te Boom oordeelde dat een hevig stormweer geen oorzaak kon zijn voor het vallen van dakpannen op een nabij geparkeerd voertuig. Het stormweer vormde daarentegen volgens de vrederechter hoogstens een aanleiding voor het abnormaal gedrag. Van een oorzaak zou daarentegen slechts sprake zijn wanneer het stormweer tevens een overmachtssituatie uitmaakte.

Een rechter die oordeelt dat een andere mogelijke oorzaak steeds een overmachtssituatie moet uitmaken, voegt o.i. evenwel een bijkomende voorwaarde toe aan artikel 1384, eerste lid oud B.W.

Zie uitvoerig: L. MULLER, “Een krachtige storm als «andere mogelijke oorzaak» voor het abnormale gedrag van een zaak” (noot onder vred. Boom 7 april 2020), RW 2021-22, nr. 2, (68) 68-72.

Lees hier het originele artikel