De (strikt?) privaatrechtelijke dimensie van rechtsmisbruik (Corporate Finance Lab)

Auteur: Arie Van Hoe (Corporate Finance Lab)  

Op 22 oktober 2021 heeft de Franstalige eerste kamer van het Hof van Cassatie een belangrijk arrest geveld inzake rechtsmisbruik. Dit arrest zal op termijn ongetwijfeld becommentarieerd worden door mensen met meer kennis van zaken. Het belang van het arrest verantwoordt evenwel een korte poging tot duiding.

Iemand (niet ik) zou een mooi boek kunnen schrijven over de feitelijke achtergrond en de protagonisten van belangrijke cassatiearresten. Wanneer het arrest van 22 oktober 2021 deel zou uitmaken van dit boek, dan zou het verhaal beginnen met een ordinaire burenruzie. Bomen zijn mooi maar vallende bladeren zijn een bron van frustratie, zeker wanneer ze afkomstig zijn van een belendend perceel. Frustraties die niet langer adequeaat gekanaliseerd kunnen worden met Van Morisson of een vervuilende bladblazer durven dan weleens de rechtszaal binnen dwarrelen.

(Oud) Artikel 37 van het Veldwetboek (thans vervangen door Art. 3.133 BW, waarover straks meer) gaf gefrustreerde bladblazers een concrete actiemogelijkheid:

“Degene over wiens eigendom takken van bomen van een nabuur hangen, kan de nabuur noodzaken die takken af te snijden.”

Het verzoek om de heggenschaar boven te halen viel in casu echter op een koude steen. Niet alleen bij de betrokken buren, maar ook bij de rechters die over de vordering van de almaar meer gefrustreerde buren dienden te oordelen. Over de principiële toepassing van (oud) Artikel 37 van het Veldwetboek bestond geen betwisting. Wel over de vraag of er in casu sprake was van rechtsmisbruik. In het bestreden vonnis had de rechtbank dienaangaande als volgt geoordeeld.

Cependant, l’examen de proportionnalité auquel la théorie de l’abus de droit astreint le tribunal ne peut, dans l’état actuel des relations sociales, se satisfaire d’une simple balance entre les intérêts privés opposés, mais doit aussi intégrer les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives, de l’usage du droit en cause.

Bij de analyse van het rechtsmisbruik, in de relatie tussen privé-partijen, weigerde de feitenrechter zich aldus te beperken tot een proportionaliteitstoets (enkel) in de verhouding tussen de betrokken privé-partijen. Volgens de feitenrechter diende, dans l’état actuel des relations sociales, het blikveld verruimd te worden, teneinde les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives, in de proportionaliteitstoets te betrekken.

Het cassatiemiddel stelt de schending van het algemeen rechtsbeginsel van rechtsmisbruik centraal. De essentie van de aanval luidt als volgt

Ce faisant, l’arrêt attaqué considère que, dans le cadre de l’application de l’abus de droit, l’existence du préjudice et son caractère disproportionné qui résulte pour autrui de l’exercice du droit litigieux s’apprécie au regard de l’intérêt collectif. Or, la sanction de l’abus de droit vise à protéger les intérêts privés de la partie qui en est la victime, et non l’ordre public ou l’intérêt collectif

Ten langen leste worden de frustraties van de bladblazende buur erkend. Het Hof van Cassatie vernauwt het speelveld voor het algemeen beginsel van rechtsmisbruik (waarbij de essentie in de laatste paragraaf zit).

L’abus de droit consiste à exercer un droit d’une manière qui excède manifestement les limites de l’exercice normal de ce droit par une personne prudente et diligente.

Tel est le cas spécialement lorsque le préjudice causé est sans proportion
avec l’avantage recherché ou obtenu par le titulaire du droit. Dans l’appréciation des intérêts en présence, le juge doit tenir compte de toutes les circonstances de la cause.

Lorsqu’une personne privée invoque un droit à l’encontre d’une autre personne privée, le juge ne peut apprécier la proportionnalité de l’exercice qu’elle fait de ce droit à l’aune d’un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs.

De op de sociale relaties betrokken analyse van het rechtsmisbruik, zoals voorgestaan door de feitenrechter, wordt een halt toegeroepen door het Hof van Cassatie. De proportionaliteitstoets, in de verhouding tussen privé-personen, veronderstelt geen proportionaliteitstoets in het licht van “un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs“.

Bij dit arrest passen twee specifieke en een algemene opmerking.

Eerste specifieke opmerking. De cassatievoorziening bewaart het stilzwijgen over het cassatiearrest van 16 november 1961. In dit arrest werd geoordeeld dat het een eigenaar “tussen verschillende wijzen van uitoefening van zijn recht met hetzelfde nut, (…) niet toegelaten is die te kiezen welke voor een ander schadelijk is of welke het algemeen belang miskent“. De toets aan het algemeen belang, die thans miskend wordt door het Hof van Cassatie, werd vroeger dus wel reeds erkend (waarbij Sagaert evenwel opmerkt dat het onzeker is hoe deze rechtspraak (Cass. 16 november 1961) zich verhoudt met andere cassatierechtspraak (Cass. 23 mei 1991) die stelt dat er geen algemeen rechtsbeginsel bestaat volgens hetwelk het algemeen belang voorrang heeft op het individueel belang, V. Sagaert, Goederenrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 227, nr. 260, vn. 273).

Tweede specifieke opmerking. Bij de hervorming van het goederenrecht werd (oud) Artikel 37 van het Veldwetboek vervangen door art. 3.133 BW. De thans door het Hof van Cassatie verboden toetsing aan het algemeen belang ligt wel vervat in deze bepaling.

De nabuur kan de snoeiing of rooiing eisen van de beplantingen die op en kortere afstand zijn aangebracht, tenzij de rechter van oordeel is dat zulks rechtsmisbruik uitmaakt. De rechter houdt bij dat oordeel rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang.

Tot slot de algemene opmerking. Een snelle consultatie van de “grote” handboeken verbintenissenrecht/goederenrecht leert dat de plaats (if any) van het algemeen belang in de invulling van het algemeen rechtsbeginsel van rechtsmisbruik maar weinig aandacht krijgt. Doorgaans wordt (voor de volledigheid) verwezen naar het arrest van 16 november 1961, doch zonder de mogelijke gevolgen hiervan consequent door te denken. Het arrest van 22 oktober 2021 zal alvast de verdienste hebben de motor te zijn van een grondig(er) onderzoek naar de verhouding tussen privé-belangen en het algemeen belang.

Dit grondig onderzoek is nodig want de inzet is belangrijk. De verwijzing van de feitenrechter naar “l’état actuel des relations sociales”, zoals deze door hem wordt bepaald, oogt/leest sympathiek. Het gevolg is wel dat een concrete rechtsuitoefening afhankelijk werd gemaakt van “les conséquences humaines, environnementales et sociales, en d’autres mots les dimensions collectives”, zoals deze door een rechter worden bepaald/aangevoeld. Volgens de Franstalige eerste kamer van het Hof van Cassatie maken deze gevolgen echter geen deel uit van de proportionaliteitstoets. Hiermee wordt ingegaan tegen de onmiskenbare maatschappelijke en juridische tendens om bij de concrete rechtsuitoefening met zoveel mogelijk belangen rekening te houden (een concrete bron om deze tendens te staven, heb ik niet onmiddellijk voorhanden, maar iedereen die in “het” recht actief is, zal deze tendens wel (h)erkennen). De naakte bewoordingen van het cassatiearrest zullen velen dan ook erg ontgoochelen (of bevestigen in hun ontgoocheling).

In het licht van dergelijke fundamentele vragen kan de typisch gebalde (“het recht is zoals ik het poneer”) motivering van het arrest niet overtuigen. Achter de centrale motivering van het Hof van Cassatie (“Lorsqu’une personne privée invoque un droit à l’encontre d’une autre personne privée, le juge ne peut apprécier la proportionnalité de l’exercice qu’elle fait de ce droit à l’aune d’un intérêt collectif distinct de leurs intérêts respectifs“) schuilt een fundamentele juridische en maatschappelijke discussie. Een dergelijke discussie laat zich niet beslechten met slogans. Hopelijk kan de rechtsleer meer duidelijkheid brengen. Het is nodig.

Bron: Corporate Finance Lab