Aansprakelijkheid bij talmen van een overheid (Publius)

Auteur: Dirk Van Heuven (Publius)

Publicatiedatum: 28/01/2021

In een vonnis van 15 januari 2021 legt de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, nog eens de principes uit:

‘Algemeen geldt dat de fout van de administratieve overheid, die tot haar aansprakelijkheid kan leiden, bestaat in een gedraging die ofwel neerkomt op een verkeerd optreden dat moet worden beoordeeld volgens het criterium van een normaal zorgvuldige en voorzichtige overheid die in dezelfde omstandigheden verkeert, ofwel een miskenning uitmaakt van een nationaalrechtelijke norm of een internationaal verdrag met rechtstreekse werking in de interne orde, die de overheid verplicht om iets op een bepaalde manier te doen, behoudens onoverkomelijke dwaling of een andere rechtvaardigingsgrond (in die zin ondermeer Cass. 19 maart 2010, AR.C.05.0197.F; Cass. 9 februari 2017, C. 13.0528.F).

Indien de overheid een handeling dient te stellen waarvoor de wet geen termijn of slechts een termijn van orde bepaalt, mag met toepassing van het criterium van de normaal zorgvuldige en voorzichtige overheid worden verwacht dat dit gebeurt binnen een redelijke termijn.

Opdat een overschrijding van die redelijke termijn tot aansprakelijkheid kan leiden, dient zij ook te worden getoetst aan het voorzienbaarheidscriterium: de schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht levert volgens vaststaande cassatierechtspraak immers slechts een buitencontractuele fout op indien het voor het rechtssubject aan wie die schending wordt verweten voorzienbaar is dat mogelijk schade zal ontstaan (zie H. Vandenberghe, Overzicht van rechtspraak: aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (2000-2008), deel II: foutvereiste – algemene kenmerken, TPR 2010/4, 1855).

Er dient dus nagegaan of het voor de overheid in redelijkheid voorzienbaar was dat het tijdsverloop tot schade kon leiden.

Bij de beoordeling van die voorzienbaarheid mag, analoog met de rechtspraak van de Raad van State dienaangaande, in aanmerking worden genomen of de (professionele) belanghebbende de talmende overheid tot handelen heeft aangemaand. Dezelfde afweging dient gemaakt bij de beoordeling van de schade die voor vergoeding in aanmerking komt’.

Referentie: Rb. Antwerpen, 15 januari 2021, nr. 21/851 (Pub508033)

Lees hier het originele artikel