>Voeg code toe voor de </head> tag.bestuursaansprakelijkheid

Het Hof van Cassatie bevestigt: elke bestuurder moet zijn medebestuurders controleren (Ardent Advocaten)

Auteur: Ardent AdvocatenPublicatiedatum: 22/12/2020 In een arrest van 9 oktober 2020 bevestigt het Hof van Cassatie voor het eerst dat elke bestuurder binnen een collegiaal bestuur een toezichtsplicht heeft op zijn medebestuurders. Het Hof veegt daarbij nog eens de klassieke excuses van tafel: “Ik stond in voor de commerciële opvolging,

Bestuursaansprakelijkheid bij nakende insolventie – video van de presentatie door Professor M. Wyckaert (Corporate Finance Lab)

Auteur: Corporate Finance LabPublicatiedatum: 23/12/2020 Video van de presentatie door Professor M. Wyckaert (video 15 oktober 2020) Het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders wordt des te nijpender in de schemerzone voor insolventie. De kans neemt dan immers aanzienlijk toe dat schuldeisers (of een faillissementscurator namens hen) de bestuurders persoonlijk verantwoordelijk zullen stellen

Verjaring bestuursaansprakelijkheid: wettelijke verankering van ‘fraus omnia corrumpit’ niet zo vanzelfsprekend (Corporate Finance Lab)

Auteur: Olivier Roodhooft (Corporate Finance Lab) Publicatiedatum: 25/09/2020 1. Art. 2:143, §1, vierde streepje van het WVV bevat volgende, op het eerste zicht vanzelfsprekende, verjaringstermijn: “Alle rechtsvorderingen tegen leden van het bestuursorgaan, dagelijks bestuurders, commissarissen, vereffenaars, tegen de vaste vertegenwoordigers van rechtspersonen die één van de voornoemde functies bekleden, of tegen

2020-09-28T11:14:19+00:00 28 september 2020|Categories: Vennootschapsrecht|Tags: , |

De bijzondere begroting van de bijzondere bestuursaansprakelijkheid voor RSZ-schulden. Aansprakelijkheid kan worden gereduceerd tot 1 EUR – Cass. 18 juni 2020 (Corporate Finance Lab)

Auteur: Roel Verheyden (Corporate Finance Lab) Publicatiedatum: 14/07/2020 De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de RSZ-schulden in hoofde van een bestuurder van een failliete onderneming die in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring (feitelijk) bestuurder is geweest bij minstens twee faillissementen of vereffeningen met openstaande RSZ-schulden (huidig art. XX.226